dinsdag 27 juni 2023
... en soms zit het tegen
donderdag 22 juni 2023
De snelweg naar Pliska
donderdag 15 juni 2023
Een verjaardag in de Iskra
Joe (1) vierde (2) zijn verjaardag (3) in de Iskra (4). Wij (5) gingen even langs. Het was gezellig (6) maar we moesten nog naar Targovishte (7) en konden daardoor maar kort blijven.
(1) Een kwart tot een derde van de inwoners van Palamartsa komt uit het buitenland. Nergens in Bulgarije is dat aantal zo hoog. De meeste buitenlanders komen uit het Verenigd Koninkrijk. Hoeveel het er zijn weet ik niet precies, maar het zijn er veel. De verwachting was dat het aantal Engelsen na de Brexit wel zou stabiliseren. Om hier een verblijfsvergunning te krijgen moeten Engelsen nu een bedrijf hebben. Maar dat blijkt een bureaucratische wassen neus te zijn. Dit dorp zit nu vol met bv's met rare namen. De bv's doen verder niets maar dat vindt verder niemand erg. Omdat er zoveel Engelsen zijn vormen ze, zonder dat ze dat misschien zelf doorhebben een aparte groep in het dorp. Iedereen kent elkaar en daardoor verdwijnt voor een flink deel van hen de noodzaak om Bulgaars te leren. Dat geldt niet voor iedereen hoor. Er zijn ook Engelsen die zich geheel op de Bulgaarse folklore gooien, meezingen in het koor en zichzelf zelfs hullen in originele Bulgaarse klederdracht. Dat vindt ik dan weer het andere uiterste. Engelsen blijken, ook al wist ik dat eigenlijk wel niet allemaal Martin Amis, Julian Barnes of zelfs maar P.D. James te lezen. En ze houden ook helemaal niet allemaal van Joy Division of The Style Council. Joe, want die was tenslotte jarig houdt gelukkig dan weer wel van Leftfield. Joe en zijn vrouw wonen hier nu negen jaar en hebben een lange tijd zelfvoorzienend geleefd. Dat zelfvoorzienende kom je vaker tegen bij mensen die hier al veel langer wonen. Maar vaak blijkt het te zwaar, te lastig om vol te houden. Ik snap dat. Wij hebben onze handen al vol aan een paar bloemperkjes.
(2) Bulgaren zijn gek op feestdagen. Mijn favoriete feestdag is de Dag van Onderwijs, Cultuur en Letterkunde op 24 mei. Scholen zijn dan dicht en er worden de gebruikelijke bloemen gelegd bij de beelden van Cyrillus en Methodius, de grondleggers van het schrift dat het cyrillische schrift werd. Nog erg bedankt daarvoor Cyrillus en Methodius. Aardig detail hier is dat wanneer een officiële feestdag in het weekend valt men de maandag daarop toch een echte vrije dag heeft.
(3) Je hebt hier een verjaardag als in de dag waarop je geboren bent (rozjden den) en een naamdag (imen den). Je kunt ze alle twee vieren maar de meeste mensen hier geven de voorkeur aan hun naamdag. Ik heb geen idee wanneer mijn imen den is.
(4) Vrijwel elk dorp heeft een chitalishte, ik heb het vaker gezegd maar je kunt het ook niet vaak genoeg tot je door laten dringen. Het is een gemeenschapsgebouw met verschillende zalen en vaak de bibliotheek. En die staan dus echt tot in het kleinste gehucht. En daar staan ze vaak al sinds de achttiende eeuw. De inwoners onderhouden het gebouw zelf. Hier heet de chitalishte Iskra. Dat Iskra ook de naam was van een krant waarvoor Lenin ooit schreef is ongetwijfeld een ongelukkig toeval. Een chitalishte verbindt een dorp. Maar hier verscheurt hij het dorp. Lang terug wilde de voorzitster van de chitalishte, Juliana, een professioneel koor. Ze benaderde daarvoor bepaalde mensen, en andere weer juist niet. De niet benaderde mensen hebben toen een andere vereniging opgericht. En sindsdien praat de ene groep niet echt meer met de andere. Juliana, die getrouwd was met de vorige burgemeester (ook al geen fijn man. In die tijd betaalde de inwoners de waterlasten eerst aan de burgemeester en die stuurde het dan weer door naar de watermaatschappij. Alleen deed de oude burgemeester dat lang niet altijd. En dan werd het hele dorp weer van het water afgesloten. Geschreeuw, gedoe, ellende) woont allang niet meer in het dorp maar is nog wel voorzitster van de chitalishte. De afgesplitste groep mag door haar maar van één, niet al te groot zaaltje gebruik maken.
(5) Joe vierde zijn verjaardag in het kleine zaaltje van de afgesplitste groep. Om 11 uur in de ochtend. Toen Annet en ik binnenkwamen om 10 over 11 waren alle stoelen al bezet door vooral oudere Bulgaren. Veel mensen vieren zo hun verjaardag. Overal staan zelfgemaakte hapjes en er is, zoals bijna altijd drank. Drinken kunnen ze hier erg goed. En vooral ook erg vroeg op de dag. Het is hier volstrekt normaal om tegen half negen in de ochtend bier te gaan zitten drinken voor één van de dorpswinkeltjes. Bijna iedereen maakt hier zijn eigen rakia en wijn. Wij zijn nu nog bezig de wijn op te krijgen die we vorig jaar van buren en anderen kregen.
(6) Zoals misschien al verwacht werd er op de verjaardag van Joe gezongen. Dat doet men hier graag. Zingen. Heel oude liedjes soms gezongen met angstwekkende kopstemmen (zo heet dat toch?). Zelf krijg ik er enorme jeuk van en de liedjes hebben de onhebbelijke neiging zich diep in je hoofd te nestelen. Wanneer je dan 's nachts wakker wordt zing je, voor je het weet zo'n onbegrijpelijk zeurlied. Omdat (zie 4) het zaaltje klein was was er geen ruimte om een folkloristisch dansje te doen. Ergens in die zin kan het woord "gelukkig" worden gevoegd.
(7) Woensdag is "Bulgaarse les" dag. En gisteren was de laatste les tot september. Ja, schoolvakanties duren hier erg lang. De kleindochter van de buren, Kalina, ze woont met haar ouders in Sofia is er ook alweer. Ze blijft tot begin september. Maar, de laatste Bulgaarse les is geweest. We doen de cursus met een Engels stel dat in een dorpje woont waar zij de enige buitenlanders zijn. Elke les kent nu wel een moment waarop we met zijn vieren naar de lesgevende mevrouw kijken met een blik vol wanhoop en een "echt? dat meen je niet!" uitdrukking op het gezicht. Na de les rijden we dan in stilte terug naar het dorp. En na een paar uur zeggen we dan iets als "En toch snappen we het steeds iets beter". En dan zijn we tevreden. Tot de buurman weer eens iets onbegrijpelijks zegt.
donderdag 1 juni 2023
Vladimir Iljitsj staat in de tuin of, een dag in Sofia
Nu komen Annet en ik al jaren in Bulgarije maar in Sofia waren we nog nooit geweest. Nou ja, we kenden er vliegveldhotels, dat wel. Plekken waar altijd wel iets het niet deed. Het water, of het slot van de deur. Vrolijk werd het altijd opgelost. En als de mevrouw van de keuken hoorde dat we helemaal met de auto naar Palamartsa moesten rijden lag er vaak iets voor onderweg klaar bij het uitchecken. Maar het was tijd om eens te zien wat voor stad Sofia nu eigenlijk was.
In Sofia wonen 1,2 miljoen mensen. Maar daar merk je verder nauwelijks iets van. Op de boulevard Vitosha, een langgerekte straat met erg veel winkels en nog meer naar eten riekende terrassen is het druk maar verder, nee. Sofia deed mij een beetje denken aan het Amsterdam van na de krakersrellen maar vlak voor het echt grote geld de stad in glibberde. Delen van de stad zijn al helemaal keurig maar sla een onduidelijke hoek om en graffiti bedekt krakende oude gebouwen. Om van her naar der te komen is er een metro. Die is vrij overzichtelijk en je kunt er gewoon een spotgoedkoop kaartje kopen bij een mevrouw in een hokje.
Wie in Sofia is bezoekt de Alexander Nevski kathedraal. Annet en ik deden dat ook. Mooie buitenkant. De binnenkant is niet echt heel bijzonder al kun je je er wel verlustigen aan uitgeputte tourgroepen met die typerende, half lege "Waarom dacht ik dat dit een goed idee was?" blik.
Vlak tegenover de kathedraal is de National Gallery. Wij liepen er onvoorbereid naar binnen en verdronken er in de verschillende afdelingen. Erg fijn museum al is mij ook nu nog onduidelijk waarom er een afdeling met Japanse prenten was en ook de betekenis voor Bulgarije van de rij Boeddhabeelden ontgaat me nog. Helemaal bovenin hangen modernerige schilderijen.
Ik herkende, op Christo (die van het inpakken van gebouwen) na geen enkele naam. Van Christo hangen er wat kleine, erg vroege schilderijen die mij duidelijk maakten dat het maar goed is dat hij gebouwen is gaan inpakken.
Het mooiste schilderij was, vond ik van Petar Dochev, uit 1976. Een grote, sterke maar ook erg vermoeide man. Prachtig. En het hing ook nog een beetje scheef. De linker benedenhoek leunde een ietsje op wat stopcontacten. En dan heet zo'n schilderij ook nog "De monteur". Fantastisch. Naast de monteur hangen er op de bovenverdieping nog veel meer schilderijen met dubbele betekenissen uit de communistische periode. Niet te missen.
In een park in de buurt van de National Gallery staat het enorme "Monument voor het Sovjet leger". Het werd in 1954 neergezet als dank van het Bulgaarse volk aan het Russische leger die hen bevrijdde in 1944. Een beetje hypocriet natuurlijk want Bulgarije collaboreerde tijdens de oorlog met Duitsland. De meningen over het monument zijn, op z'n zachtst gezegd verdeeld. Een paar weken geleden heeft de gemeenteraad van Sofia na jarenlange discussies eindelijk besloten dat het monument verwijderd moet worden. Maar de raad gaat daar helemaal niet over, het beeld valt onder de landelijke regering. En er is al twee jaar helemaal geen regering. Dus het beeld staat er nog wel even. Mocht het worden weggehaald dan gaat het naar het "Museum voor kunst uit de socialistische periode".
Het "Museum voor kunst uit de socialistische periode" (het zou eerst "Museum van totalitaire kunst gaan heten) is één van de raarste musea die ik ooit bezocht. Het ligt een eind uit het centrum en elk bordje met "die kant op" ontbreekt. Een slagboom, die overigens niets met het museum te maken heeft verspert de ingang maar een vrolijke meneer die ook al fan van Marco van Basten was liet ons door.
Het museum is voornamelijk een grote tuin met daarin beelden die ooit op pleinen stonden en nu bijna als curiositeit bekeken kunnen worden. Lenins staat er een keer of vijf, Marx en Engels zijn er. Dimitrov, de eerste communistische dictator van Bulgarije staat er naast een beeld van een koene arbeider. Van een beeld van Lenin schrik ik niet, al is dat eigenlijk raar. Maar om zomaar tegen een buste van Felix Dzerzhinsky aan te lopen vond ik op zijn minst apart. Dzerzhinsky was ooit in de Sovjet Unie hoofd van de Cheka, de geheime politie. Het aantal doden waarvoor hij (mede) verantwoordelijk is loopt in de duizenden. Nog raarder, al is dat een te klein woord was de plots opduikende buste van Jozef Stalin. Dat hoofd staat binnen en er hangt ook nog een portret van hem. Enige context, uitleg of een verhaal of wat dan ook ontbrak bij zijn hoofd en in het hele museum. Al kon je wel vrolijke koffiebekers met de afbeeldingen van Marx, Lenin en Stalin kopen in het museumwinkeltje. Maar daar moet ik waarschijnlijk niets achter zoeken.
Er is nog veel meer te zien in Sofia maar Annet en ik moesten naar de Fun Lovin' Criminals en hoewel de poezen ondertussen alweer geheel hersteld zijn van de pensionnachtmerrie is het maar de vraag of en wanneer wij nog een keer in die stad gaan komen.
donderdag 25 mei 2023
De Fun Lovin' Criminals speelden op de achtste verdieping
De lift, waar we met een man of zes in stonden ging ook na herhaaldelijk op knopjes drukken niet verder dan verdieping 7. En alle deuren van de hal waar we in terecht kwamen na het uitstappen zaten op slot. Achter een scherm bleek iemand te zitten die wist dat je met een andere lift een verdieping hoger kwam en dan was het nog een stukje lopen en dan was je er. Waarschijnlijk.
De Fun Lovin' Criminals waren het laatste bandje dat we in Nederland zagen voor Covid alles op slot gooide. Toen ik las dat ze in Sofia zouden spelen leek dat een mooie manier om die stad eindelijk eens echt te zien, en om een cirkel eens fijn rond te maken. Laatste bandje daar, eerste bandje hier. En het zou een mooie test zijn. Zouden de vier poezen een paar dagen in het asiel overleven? En zou het asiel onze vier poezen overleven?
Het dichtstbijzijnde dierenpension hier is in Razgrad. Die stad ligt op bijna een uur rijden. Ik weet niet of je wel eens met vier poezen in kooitjes een uur in een auto hebt gezeten maar, als dat niet zo is zou ik zeggen, wij hebben het nu gedaan en nee, het is zenuwslopend waardeloos.
Nadat we met weer een andere lift op de achtste verdieping waren gekomen en we een minuut of vijf door volmaakt verlaten gangetjes dwaalden bereikten we de zaal. Die was best leuk groot. En er lag vloerbedekking op de grond. Vloerbedekking! Er was een voorprogramma, een Bulgaarse band waarvan ik ook nu nog steeds de naam niet uit kan spreken. Maar de rest van het publiek kende alle liedjes uit het hoofd. Zelden, misschien wel nooit zag ik een voorprogramma waarbij de band en de bezoekers zo'n plezier hadden.
Annet en ik hadden de dag voor het optreden zo'n beetje vanaf 8 uur in de ochtend door Sofia gesjouwd. Museum hier, jazzwinkel daar (dat staat er wat nonchalant maar het was wel de eerste platenwinkel die ik in twee jaar in Bulgarije zag!) en dan nog een socialistisch beeldenpark. Toen de Fun Lovin' Criminals om half tien eindelijk opkwamen wilden wij best wel even gaan zitten. Maar, en zo hoort het natuurlijk ook, er waren geen stoelen.
Het waren er een stuk of zes. Bulgaarse mannen kunnen vrij enorm zijn, bijna net zo enorm als het NDK. En deze zes waren vreselijk enorm. Ze kenden elkaar niet maar dat drukte de pret die ze al rondspringend hadden niet. En ook de omstanders vonden het allemaal prima. Iedereen vond eigenlijk alles helemaal fantastisch. En dat was mooi om te zien en mee te maken. Zelf vond ik het een leuk optreden dat eigenlijk ging zoals een tijd terug in Amsterdam. Een fijn begin, na een tijdje kakte het wat in en tegen het eind was het weer heel erg leuk. Het cirkeltje is rond.
Na weer een erg lange treinreis terug naar waar wij wonen (5 uur, je bent vlugger met het vliegtuig vanuit Nederland in Sofia dan wij met de trein) haalden we de poezen op. Die zaten allemaal bang weggedoken in hun hokjes in het pension. Iedereen miauwde in de auto terug de hele tijd, en hard, harder eigenlijk En toen we thuis waren moesten de bakjes waar ze in zaten allemaal worden schoongespoten met de tuinslang. Daarna moesten ze zich allemaal schoonpoetsen en vooral erg veel eten. Dat hadden ze dus denk ik niet gedaan de afgelopen twee dagen.
Sofia is een leuke stad, de dingen die we zagen waren mooi, het optreden was fijn. Maar de pensiontest is geheel mislukt. Als we dus ooit weer eens met z'n tweeën naar ver weg gelegen stad, of Nederland willen zullen we iets anders moeten verzinnen.
"Stick 'em up punk it's the fun lovin' criminal"












