Zij was klein en stond iets voor ons. Hij was iets groter, maar dan vooral in omvang en stond net achter me. Waarschijnlijk konden ze elkaar dus gewoon niet zien en duurde het tot in de toegiften tot dat wel gebeurde. Er was zichtbaar ongeloof, een uitschreeuw en daarna een omhelzing met tranen die een lied lang duurde.
Cry on, cry on, little Billy
Wat later nog liepen de bandleden één voor één het podium af. Maar, en dat was vrij meesterlijk verzonnen, hun plek werd ingenomen door hun kinderen. En die maakten het lied af. En dat voelde niet als vals sentiment maar als een logische oplossing.
Say goodbye dear friends,
'Cause today the story ends
Say goodbye dear friends,
Oh until we meet again
De Fatal Flowers waren ooit, dertig jaar of langer terug maar in ieder geval veel te kort de beste band van Nederland. Gisteravond speelden ze, bijna op het eind van hun reunietourtje in Paradiso.
Jeugdsentiment is een wonderlijk ding. Zelf dans ik met regelmaat een ongetwijfeld houterig maar wel vasthoudend dansje op het graf waar vroeger onder een zeer zware steen ligt. Maar ondanks dat vasthoudende dansje herinner ik me de euforie die er was, vroeger, bij optredens van de Fatal Flowers. En ook ik til dat gevoel dan op uit de rest van de tijd en smeer hem uit over, nou ja, dat wat onder die steen ligt.
Kan de realiteit van nu, 35 jaar later dan op tegen dat uitgesmeerde gevoel van toen? Dat duurde gisteravond dus even. Voor mij dan. Maar nadat de Leukste Vrouw ter Wereld aan wie de Fatal Flowers vroeger totaal voorbij waren gegaan beaamde dat er toch wel een erg fijn spelende band op het podium stond kon ik de verwarring van het jeugdsentiment ontvluchten. Fijne band, zichtbaar plezier, leuke liedjes. Skip het sentiment, prima optreden.
In de metro terug dacht ik, terwijl een enthousiaste hond me schaamteloos als leukste mens van het moment adopteerde, nog wat aan de omhelzende mensen. Hoeveel jaar zouden ze elkaar niet gezien hebben? Hoe zou het nu verder gaan? En terwijl ik me afvroeg of ik nu echt de zin "Ik laat je nooit meer gaan" had gehoord stopte de metro, kwam er een man naast de enthousiaste hond zitten en adopteerde die plots heel iemand anders als leukste mens.
'Kijk'.
'Wat?'.
'Kijk nou'.
'Waar dan?'.
'Hij komt er aan, daar'.
'Wie?'.
'Hij'.
Underworld, het favorietste dansmuziekgroepje van de Leukste Vrouw ter Wereld en en mij zou oorspronkelijk twee concerten geven in een tijdelijke locatie in Amsterdam Zuid. Een leegstaand kantoorpand, een zeer beperkte hoeveelheid kaartjes en harde muziek, het leek ons ideaal. Voor het kantoorpand bleken op het laatste moment de vergunningen niet geregeld en dus werd het een optreden in een gewoon zaaltje, de Marktkantine. Dat drukte de voorpret.
Er was nog één plek over in de parkeergarage en die was naast een pilaar. Hierdoor moest de LVtW licht tierend door de auto kruipen om ook naar buiten te kunnen. Fietsers stoppen voor niemand, we weten het nu zeker. De kaartjes bleken niet te scannen door ingangscontrolemevrouw en van de bewakingspuber mocht het flesje water niet mee naar binnen, ook niet zonder dop en ook niet zonder water. En het garderobemeisje, nou ja, ik wist niet dat je zolang kon doen over toch maar een zeer beperkt aantal handelingen.
De stemming was wel even weg eigenlijk.
Tot hij kwam.
Hij zit in een rolstoel. Anderen kennen hem, ze komen even bij hem langs, aaien hem over zijn kale hoofd, kletsen wat met hem en zijn twee begeleiders. En dan gaan ze weer. Zijn begeleiders zetten hun glazen bier onder de rolstoel, dat staat wel zo veilig. Ze rommelen nadenkend met dingetjes die in zijn oor zitten, maar niet goed, ja zo zitten ze wel goed. Ze vullen zijn waterfles die met een slang naar zijn mond gaat.
Het concert was vanaf het eerste lied fantastisch, het dreunde, het was toch goed hoorbaar, de liedjes klopten, de opbouw was fijn, de sfeer werd uitzinnig vrolijk. Er stond slechts een verdwaalde enkeling stil en zelfs die stonden met een brede glimlach stil. Er werd geduwd, voorgedrongen, ergens kletste er een redelijke plas bier tegen mijn been maar het maakte allemaal niet uit. Niets maakte uit.
Een paar jaar terug stonden de LVtW en ik achter dezelfde man in dezelfde rolstoel. Nou ja, dat laatste weet ik natuurlijk niet zeker maar het staat fijn als zin. De herhaling was te mooi om niet te bespreken. De LVtW denkt dat ze verstaan heeft dat de man in de rolstoel zelf ook muziek maakt. Maar in ieder geval werden er handen geschud, werd er breed geglimlacht en zei de man in de rolstoel dat hij zich de LVtW van de vorige keer nog kon herinneren. Wat ik me wel voor kan stellen maar wat me tegelijkertijd toch stug lijkt. Maar ook dat was wel een fijne zin.
Het beukte en het dreunde, en iedereen bewoog. En toen de zanger ook deze keer zong over Christus op krukken vroeg ik me opnieuw, al dansend af hoe het voelt om bijna volmaakt stil te moeten zitten terwijl om je heen iedereen beweegt, opgaat in het ritme. En net als een paar jaar terug heb ik dat niet gevraagd.
En misschien was het raar, want ik ken de man noch zijn begeleiders, maar toen het af was, klaar, en er overal zweet droop en mijn gehoorschade nog verder was toegenomen, werden er weer handen geschud en heb ik 'tot de volgende keer' tegen de man gezegd. en dat leek hem ook een leuk idee. Ik heb hem nog niet over zijn kale hoofd geaaid. Maar een volgende keer zou zelfs dat me niet van mezelf verbazen.
“Next librarians zijn de vroedvrouwen van de … next society”.
Omdat ik zo’n zin best zelf had willen schrijven las ik deze week een paar maal
het blog dat met die titel hier verscheen.
Omdat ik nooit echt heel goed was in het maken van
samenvattingen kopieer en plak ik hieronder wat zinnen. Het is een nogal lang
stuk dus ik kopieer /plak ook nog al wat. Waarmee ik het risico loop dat ik wat
oversla. Maar dat moet dan maar.
“Dat heeft in the end […] te maken met een tijd, een
samenleving die op bijna alle terreinen fundamenteel zal afwijken van de
huidige. Inderdaad, een volgende samenleving, geen ‘betere’ maar een … next
society.”
“Alleen, en dat is mijn cruciale kritiekpunt, vergeten we
een grote groep uit het oog. We gaan er voetstoots van uit dat mensen die niet
laaggeletterd en/of digibeet zijn zichzelf wel kunnen redden. Dat zij geen hulp
nodig hebben. Dat we ze als bibliotheken aan ‘hun lot’ kunnen overlaten.”
“Ik weet dat het aanmatigend klinkt maar ik durf hier de
stelling te betrekken dat we juist voor deze groep als next librarians ook
actief bezig moeten zijn. Hen helpen die … eh… next society te bereiken. Dat zal niet vanzelf gaan. Gaat pijn doen.
Er zal weerstand zijn. Er moet gemasseerd worden. Over nagedacht. Mensen moeten
meegenomen worden. Geïnformeerd. Uitgedaagd. Geïnspireerd.”
“De gemiddelde bibliothecaris weet natuurlijk ook niet hoe
die next society er uit zal zien. Er uit moet zien. Wil dat - formeel gesproken
- ook niet weten. Wat hij wel kan is - als een vroedvrouw - dit onvermijdelijke
geboorteproces begeleiden. Vroedvrouwen planten voor alle duidelijkheid het
zaadje niet. Zijn niet verantwoordelijk voor ‘het eitje’.”
“Next society, nogmaals
Ogenschijnlijk leven we in een prima georganiseerde wereld.
Zeker bij ons, in onze contreien. Maar iedereen die een beetje moeite wil doen
om door deze Hollywood-façade heen te kijken kan dagelijks voorbeelden uit de
media en van het internet plukken dat we als mensheid met een gigantisch
probleem zitten.
Ons huidige (economische) model is niet langer houdbaar.
Sterker: ons huidige economische model heeft gezorgd voor alle grote dilemma’s
waarvoor we nu staan. En in haar machinekamer zit een onderdeel dat we moeilijk
uit kunnen zetten. Dit onderdeel houdt het huidige economische (en daarmee voor
een groot deel maatschappelijke) systeem/probleem in stand.
Dat onderdeel laat zich samenvatten als ‘economische groei’.
Jaar op jaar moeten we blijven groeien. Moeten we met geld geld maken”
Nu komt het niet zo heel vaak voor maar met de
probleembeschrijving was ik het nu eens helemaal eens. Over die Next Librarian
moest ik wat langer nadenken (ook al omdat ik als privépersoon denk dat het
antwoord op de probleemstelling al tussen 1867 en 1894 al werd geformuleerd
maar daar gaat het nu niet over).
Vroedvrouwen, de tekst zegt het al, zijn niet
verantwoordelijk. Of het kind nu een gezellige, fijne muziekmakende sociale lieverd
of een nare, vleugels van insecten uitrekkende aankomende psychopaat is, het is
voor de vroedvrouw niet van belang.
Voor ik verder ga. Dit is geen kritiek, of wat dan ook op het gepubliceerde
blog. Woorden als next librarian, het zouden niet mijn woorden zijn maar dat is
niet zo van belang. Misschien gaat her juist wel om dat ik geen kritiek had. Ik
herken het probleem, bibliotheken kunnen helpen met een oplossing. Prachtig.
Maar.
Waar ik na het lezen mee zat was m’n gedachte dat het
beschreven economische probleem (dat ik herken) niet het enige probleem is. Als
ik mijn Twittertijdlijn bekijk kom ik daar veel meer problemen tegen. Of dingen
die door anderen als probleem worden ervaren.
Dus veranderde ik een deel van de tekst van het blog.
“Ogenschijnlijk leven we in een prima georganiseerde wereld.
Zeker bij ons, in onze contreien. Maar iedereen die een beetje moeite wil doen
om door deze Hollywood-façade heen te kijken kan dagelijks voorbeelden uit de
media en van het internet plukken dat we als mensheid met een gigantisch
probleem zitten.
Ons huidige multiculturele model is niet langer houdbaar.
Sterker: ons huidige multiculturele model heeft gezorgd voor alle grote
dilemma’s waarvoor we nu staan. En in haar machinekamer zit een onderdeel dat
we moeilijk uit kunnen zetten. Dit onderdeel houdt het multiculturele (en
daarmee voor een groot deel maatschappelijke) systeem/probleem in stand.
Dat onderdeel laat zich samenvatten als ‘open grenzen’. Jaar
op jaar stromen er immigranten binnen. Moeten we hun cultuur naast de onze
dulden”.
Nee, ik vind dat niet. Ik merk zelfs dat ik de woorden met
moeite intik. Maar er zijn wel mensen die zo denken. Best veel eigenlijk. Het
zijn verder ook geen verboden meningen, het mag. Dus, nou ja, het mag. Dat ik
er anders over denk is ook alleen maar mijn mening.
Als het geen verboden mening/idee/geef het een naam is, en
het idee leeft bij veel mensen die dit als een probleem zien dat opgelost moet
worden, gaat een next librarian dan als een onpartijdige vroedvrouw het verder
uitwerken van dat idee dan ook verder begeleiden?
En als je nu ‘nee’ zegt,
waarom dan eigenlijk niet? Bepalen wij, als nu levende bibliothecaris of als
next librarian dan wat er goed is, of slecht? Wat begeleidt mag/moet worden en
wat niet? En waarom?
Al die tekst, al die woorden, en dan eindigen met niet weten.
Hij loopt net als zij toen ze oud was en de gebreken steeds groter werden. Op badslippers schuifelt hij na zijn solo, die klaar is als hij vindt dat het klaar is, langzaam en breekbaar naar een stoel links achter op het podium. Daar wacht hij, starend achter zonnebrilglazen tot de pianist ruim op tijd aangeeft dat hij weer naar zijn microfoon moet gaan schuifelen.
Het North Sea Jazz Festival was anders dit jaar. Waar we eerder in een bloedhete glazen kubus stonden te wachten tot het Ahoy complex openging stonden we nu buiten in de bloedhitte te wachten. Er was nog meer plek voor allerhande eten. Soms leek het een foodtruckfestival zonder trucks. De toiletten waren gratis. Dat lijkt onbenullig maar op een peperduur festival betalen om te plassen was tot dit jaar altijd een hardnekkige ergernis.
Het was natuurlijk warm, meer dan bloedheet. In sommige zalen leek het of alle aanwezigen, ook de mannen collectief in de overgang waren geschoten. Zelf ken ik woestijnen waar het overdag koeler is dan sommige zalen het afgelopen weekend.
En het was druk. Zonder overdrijving, het was gruwelijk druk. Te druk eigenlijk. Waar er een jaar of 6 geleden nog zo'n 60 dingen te kijken waren op één dag waren dat er nu 50. En dat voor een paar duizend mensen meer dan 6 jaar terug. Meer mensen, minder dingen het gevolg is makkelijk te bedenken. Rijen op de raarste plekken. Zelf werd ik een keer bijna van de roltrap geduwd omdat we daar moesten wachten van een beveiliger en een oververhitte, licht aangeschoten zestiger het daar niet mee eens was.
Nu gaan de Leukste Vrouw ter Wereld en ik al een tijd lang naar het festival maar dit was de eerste keer dat we een "moeten we dit eigenlijk nog wel doen? Is dit eigenlijk nog wel leuk of de moeite waard?" gesprek hadden. De verhouding tussen goedgeklede beleggingsadviseurs met hun te jonge vriendinnen die feest willen vieren en de mensen die voor dat ene, onverwachte moment op een zacht weemoedige trompet komen dreigt zo langzamerhand naar de 80/20 te gaan. En feestjes, zelfs die van beleggingsadviseurs, het is allemaal prima maar het beïnvloedt het geheel steeds meer. En moeten we daar dan nog wel heen?
Maar ja.
De momenten he.
De tegen het sentiment aanduwende klanken die niet tegen te houden herinneringen oproepen aan mensen die er niet meer zijn van Maria Schneider. De claustrofobische set van Vijay Iyer. Craig Taborn die je hoort zeggen "Nee, ik kan jullie niet horen spelen maar ik doe wel wat" en die daarna hard en misschien zelfs lelijk speelt maar die die lelijkheid ook weer laat kloppen op een festival met oesters en champagnebars. Drie mannen die zich Einzelganger noemen en bezweet in een erg klein zaaltje een liedje doen kronkelen dat "Moppie" heet. Het verbeten, puntige "Masters of war" door Charles Lloyd en Bill Frisell. De groene velden, doorstoken met rechte sloten van het dorp waar je wel aan moet denken bij de weemoedige trompet van Mathias Eick.
En net wanneer je begint te denken dan Pharaoh Sanders, ooit baanbrekend avant gardist, 78 en zo breekbaar als zij ooit was echt niet meer kan, dan speelt hij wat, neuriet iets in de microfoon en doet vrolijk een nauwelijks waarneembaar dansje.
Wat de vraag over of het nog wel de moeite waard is onmiddellijk beantwoordt.
Ik kwam laatst het filmpje nog tegen. Van lang geleden, begin 2010 staat erbij. Het is een langzaam filmpje, dat ook. En we waren er nog met elf.
Elf!
Het is nu zeven jaar en wat bezuinigingsrondes later. In plaats van met elf zijn we in de Bibliotheek Langedijk nu al een tijdje met z'n zessen. En met zo'n 85 vrijwilligers. De oppervlakte van de bibliotheek is gehalveerd en ik zit nog even in een anti-kraakkantoor.
In 2010 waren we met z'n elven fors zenuwachtig voor het hele certificeringsgebeuren. Bergen papier met procedures, zo herinner ik het me. En enorme opluchting toen het bordje kwam.
De ronde daarna ging volgens mij wel. Het bordje mocht blijven hangen.
Maar dit jaar. Met 3,67 fte, die 85 vrijwilligers en al de dingen die we doen, vooral doen. Hoe gaat dat beoordeeld worden? Met al die normen die er zijn. Ik heb er misschien niet letterlijk van wakker gelegen, maar figuurlijk bijna wel.
Niet dat ik denk dat we het hier niet goed doen hoor. Welnee. Zolang meneer de Jong nog elke dag op zijn fiets mer een extra wiel, ook met tegenwind naar de bibliotheek komt om hier de krant te lezen, zolang Nabil uit Aleppo blij vertelt over hoe de vrijwilligers van hier hem hebben geholpen met het vinden van een stageplaats. Ach, zelf kent u ook zulke voorbeelden
Je kunt een hoop van certificering vinden. Dat doe ik tenminste wel. Maar als je al die overdenkingen weghakt blijft over dat het toch wel een puntje is, een soort van stempeltje van goedkeuring. En wie wil er nu geen stempeltje in zijn schrift?
(spaningsopbouwend tromgeroffel)
Het certificeringsbordje mag weer vier jaar blijven hangen.
Ja, daar worden we hier vrij blij en vrolijk van. Ingehouden natuurlijk, het is hier wel Noord-Holland.
De Bibliotheek Langedijk is een pieperdepiep kleine bibliotheek. Dat weet ik. Maar er gebeurt hier een barre hoop. En dat doen we natuurlijk niet voor het certificeringsstempeltje. Maar het is mooi dat er ondanks al het gedoe dat er hier was nog steeds een bibliotheek staat, waar dingen gebeuren die van waarde zijn voor de inwoners. En dat we dat schijnbaar doen op een goede manier, met een stempeltje van bekijkers van buiten.
Het filmpje uit 2010 sloot af met een dank aan.
Dat rijtje is korter geworden.
Met dank aan: Karen, Tereza, Karin, Conny en Marianne. En met heel veel dank aan 85 vrijwilligers. Want zonder hen zou deze bibliotheek er niet meer zijn. En al helemaal niet met een stempeltje.
Er komt geen nieuw filmpje.
Maar deze geeft de sfeer na het openen van de certificeringsenvelop ook goed weer.