zondag 18 oktober 2026

Wemelende wasstraten.

De nieuwe tweedehands auto moest naar de garage. Voor onderhoud. Geen idee wat dat precies betekent maar het moest wel. De garage is van Rumen, de man van wie we de auto kochten. Rumen spoot de auto elke zaterdag schoon. En hij poetste hem ook. Omdat wij de auto nog nooit ook maar iets van schoon hadden gemaakt en Rumen waarschijnlijk een flauwte zou krijgen als hij hem onder modder en het vuil terug zou zien besloten we gebruik te maken van één van de grote mysteries van Popovo, de автомивка (hierna fonetisch avtomivka).

De avtomivka fascineert me al sinds we hier wonen. Het was het eerste Bulgaarse woord waar ik woordbeeld (je hoeft niet alle letters één voor één te ontcijferen, je ziet in één oogopslag wat er staat) bij had. 

Met de avtomivka is van alles aan de hand. Al moet je er wel wat nerderig voor zijn om dat te vinden. 




Het woord is al raar. Avto van auto en mivka van wasbak. Wasbak? Maar, daar kan ik nog wel aan wennen, aan autowasbak. Gekker is het dat in het Bulgaars een auto geen avto heet. Een auto is een кола (kola). Dus waarom is het geen kolamivka? (ik zei toch dat je nerderig moest zijn). Dat heb ik opgezocht. Een auto is weliswaar een kola maar officieel is het een avto. Alleen gebruikt niemand dat woord los. Alleen wanneer je een woord achter auto moet plakken, zoals mivka wordt het officiële woord avto gebruikt. 

Waarom zeggen ze trouwens niet gewoon аъто of ауто? Waarom die rare B (die je uitspreekt als v)? Het Bulgaars kent geen tweeklanken als au, eu etc. Die B (=v) staat er, nou ja, ik geef toe dat ik dat niet kon volgen maar het had iets met grieks te maken.


Voor je begint af te haken. Het grote mysterie van de avtomivka is niet hoe je het schrijft maar waarom er zo veel van zijn. In Popovo (12.100 inwoners in 2025, het inwoneraantal blijft dalen) zijn er in ieder geval 12. Twaalf! In Den Helder (56.600 inwoners), waar ik (te) lang woonde waren er 4. 

Maar, ik heb het uitgezocht. In Popovo wonen veel oudere, en niet al te rijke mensen. En het is een vrij conservatieve stad. En iedereen lijkt reuze trots op zijn/haar auto, al is die auto een meer dan bejaarde Lada. En daar komt nog eens bij dat veel jongeren weg trekken naar het buitenland. In Popovo en omstreken is weinig werk als je niet op het land of in een graanfabriek wilt werken. Mensen die in het buitenland werken verdienen vaak (niet altijd maar wel vaak) goed geld en een enkeling wil dat later weer investeren in zijn geboortestad. Veel avtomivki (het meervoud van Bulgaarse woorden eindigt vrijwel altijd op een i) zijn van geëmigreerde inwoners. 

Omdat ik enige, wellicht dwangmatige neigingen richting volledigheid heb stelde ik Annet voor Popovo te doorzoeken op avtomivki en die te fotograferen. Maar er kwam van alles tussen dus zijn het er veel maar zijn sommigen zijn nog ongezien. Alweer iets dat nog af moet.



maandag 12 oktober 2026

Kapotte bruggen en rotskerken.

"Ik stop hier hoor. Je moet hier een muurtje op en ik heb geen idee hoe dat moet als we terug gaan. Ik ga niet verder". "We moeten na het muurtje een meter of 10 naar links en daar zijn de rotskerken". "Doe jij dat dan maar. Ik ga niet verder". Omdat ik me vasthield aan het stammetje van een boom én niet eens rechtop kon staan leek verdergaan bij nader inzien geen goed idee. Weer een rotskerk die we niet van binnen zouden zien.

In Bulgarije zijn tussen de 160 en 200 rotskerken. Ze zijn zo'n 800 tot 900 jaar oud. Stel je er niet iets al te groots bij voor. De meeste zijn uitgediepte grotten, grotjes is misschien beter, waar een enkele monnik zich terugtrok om zich in stilte aan de aanbidding van God te wijden. In de kalkstenen rotsen langs de Beli Lom rivier vindt je er een hele hoop. Kalksteen is relatief zacht en daardoor makkelijk weg te hakken of te bewerken. Bij Ivanovo zijn de beroemdste. Er is er daar één waarvan de schilderingen nog helemaal bewaard zijn gebleven. Busladingen toeristen komen er naar kijken. 

Hoewel ik mijn hele leven al gruwelijke hoogtevrees heb vind ik altijd wel een reden om dat te vergeten. Het woord rotskerken bijvoorbeeld. Het is zo'n onschuldig woord, bereikbaar zelfs. Terwijl het belangrijkste deel om te onthouden van het woord rotskerken rots is. Vrijwel alle rotskerken bevinden zich hoog in verticale rotsen. Slechts bij hoge uitzondering zijn er in latere tijden trappen naar toe gemaakt. 

Afgelopen weekend, het laatste weekend van de zomer reden we naar Cherven. Cherven heeft een bekende kasteelruïne bovenop een fotogenieke rots. En een stel rotskerken. We zouden er twee gaan bekijken.

De eerste, die Moskov Dol heet, ach, we liepen er zo heen. Nou ja, we liepen naar de brug die je over moet als je Moskov Dol wilt zien. Alleen was er een boom op die brug gevallen. Er was nog een stukje brug over. Maar een stukje brug is ook zo weinig.



Golyam Raj (het grote paradijs) lag een heel stuk verder. Maar, wel liepen er vrolijk in de zomerige zon heen. Een noodzakelijke brug was nog helemaal heel en we volgden een voor Bulgaarse begrippen voortreffelijk aangegeven route. Het bos was mooi, het pad duidelijk. Alleen was de blauw witte bewegwijzering na een half uur wel erg schaars aanwezig. Na wat fout geloop vonden we het bordje met Golyam Raj. Het was die kant op. Het zanderige pad liep erg schuin, heel erg omhoog. En het was dat de bomen en struiken die er stonden het zicht op de diepte wat wegnamen anders waren we meteen al omgedraaid. Nu liepen we, scheldend op naar stilte zoekende geestelijken recht tegen een berg op. Echt, Bulgarije is nu al een stil land. Hoe druk kan het 800 jaar geleden zijn geweest? Uitslovers waren het, excentriekelingen ook. Na een tijdje omhoog lopen stonden we zo schuin dat ik maar op mijn knieën verder ben gaan kruipen. Tot we bij het muurtje uit het begin kwamen. Daar stopten we. We bromden wat, we scholden wat en daarna gleden we beiden op onze achterwerken, ons ondertussen vasthoudend aan takken en andere afbrekend groen weer naar beneden. 

We liepen het hele eind weer terug naar de auto. De zon scheen, de omgeving was verpletterend mooi. Het was het perfect moment om Dylan's "There is no succes like failure, and failure's no succes at all" te neuriën, maar dat bedacht ik me pas na afloop. We negeerden ons eerdere voornemen om toch over de kapotte brug naar Moskov Dol te gaan. Bij het krakkemikkige restaurant in het begin zaten ondertussen een zwik Roemeense wielrenners luidruchtig te zijn en ik zocht ondertussen naar een mooie zin om deze oprecht prachtige dag mee af te sluiten.









zaterdag 3 oktober 2026

Toen waren er nog maar twee.

Bedremmeld, misschien was dat het woord dat hoorde bij Dimitar's gezicht toen wij geschokt reageerden op zijn verhaal. Hij belde Kamelia, zijn vrouw die er ook niets van begreep. Zij vertelde het weer aan Kalina, hun dochter die meteen in tranen uitbarstte bij het verhaal. "Maar ze zei dat ik het moest doen", zei Dimitar nog. We knikten. Bedremmeld.

Sinds buurman Jordan drie maanden geleden naar Sofia vertrok om daar geholpen te worden aan kanker en zijn vrouw Duschka wat later ook naar die stad ging om te helpen komen Duschka en schoonzoon Dimitar zo'n beetje elke twee, drie weken een weekend naar Palamartsa. Om de tuinopbrengst te plukken, en later om ze te verwerken. Vorig weekend waren ze er waarschijnlijk voor de één na laatste keer. De tuin is klaar. Alles is geplukt. Alles is in potjes gedaan, bij ons terechtgekomen of meegenomen naar Sofia. 

Het was misschien wel de beste tuin sinds we hier wonen. Perfect weer was het geweest. Regen in het voorjaar, brandende zon in de zomer. Ik heb in ieder geval nog nooit zoveel perziken en peren gezien als dit jaar. Buurman Jordan zag er natuurlijk niets van. Die was in Sofia. Met grote spoed was laatst een deel van zijn maag verwijderd. Daar was hij nu van aan het bijkomen. Annet en ik hadden zorgden ondertussen voor hun tuin, de kippen en poes Steve (maar die at toch al maanden bij ons)

En misschien was dat het wel, of anders dat we de druiven aan het plukken waren. Dat doen we elk jaar maar dit jaar gingen ze naar een vriend van Dimitar. Die ging er rakia van maken. Rakia! Terwijl Jordan er echt heerlijke wijn van had gemaakt. Duschka was stillig. Ze liep door de tuin. Zei niets. Trok hier wat uit de grond, mompelde daar nog wat. "Ze sluit meer af dan alleen de tuin", zei ik 's avonds tegen Annet. Die knikte.

Dimitar vertelde het de volgende ochtend. Aan het hek tussen onze tuinen. De avond ervoor had Duschka hem gezegd dat hij drie van de vijf kippen moest doden. De twee die nog over waren gingen naar een buurvrouw. Pas toen hij onze reactie hoorde en zag "Nee!" en geschokt, begreep hij dat er iets helemaal verkeerd was gegaan.

Waarom buurvrouw Duschka van de kippen af wilde, dat snappen we ook nu nog niet. Misschien was het, zoals Dimitar zei, dat ze vond dat het zorgen voor de kippen te lastig was voor ons, als buren. Ze leek gedacht te hebben dat we wat weken terug niet naar Nederland waren gegaan omdat we voor de kippen moesten zorgen. Maar misschien denkt ze ook wel ergens dat de kippen weg moesten omdat ze niet meer denkt dat Jordan nog terugkomt. Het waren zijn kippen. Misschien denkt we ergens wel dat ze zelf ook niet meer terug zal komen. We hebben er met z'n tweeën lang in volmaakte cirkels over gepraat. Zonder dat we het beter gingen snappen natuurlijk.

Voor ze terug gingen, naar Sofia bedacht ik me dat ik Steve al niet meer had gezien sinds Duschka en Dimitar er waren. Het zou toch niet? Voor er met verontschuldigingen en tranen bij Duschka afscheid werd genomen heb ik er even terloops naar gevraagd. "Ja, gister nog, hij lag te kijken toen ik de kippen ..." zei Dimitar. Gelukkig vonden we Steve later slapend op het dak van de schuur.

Er zijn nu nog twee kippen over. Een witte en een leuk, klein bruin kipje. We denken er al over, nee, we zijn er al uit, dat we bij Stefan een nieuwe haan en nog twee kippen gaan halen. De twee overblijvers lopen ook maar wat verloren rond. Maar hoe vertellen we het de buren?