Vanuit de trein naar Sofia had ik ze al gezien. Grote, glimmend gele velden. Maar in Palamartsa gebeurde het wat later. Maar dat is met de meeste dingen zo.
We hebben tot nu toe een klassiek Bulgaars voorjaar. Mooi weer tot in de middag. Dan betrekt het en in de avond regent het. Al dan niet gevolgd door klappen stevig onweer.
De winter was hard. Grauwhard. Henk werd doodgebeten. Annet's moeder overleed. De auto stopte ermee. En het sneeuwde te vaak.
De paadjes waar ik in de winter liep overgroeien en zijn soms nauwelijks meer begaanbaar, of doorgaanbaar. Overal zitten stekelstruiken en de heuvels waar die op staan zijn zompig en verzadigd van de gesmolten sneeuw en de gevallen regen. Ik heb alweer een paar wandelschoenen verpest door het te lang in het water lopen. Ze stinken naar een la vol nooit uitgewassen sokken.
Koolzaad is er altijd het eerst. Her en der een veld. Ze maken er bio-diesel van. Maar er is vast ook iets met subsidie want het zijn nooit meer dan drie velden. waar je ook nog naar moet zoeken.
Zelf vind ik het koolzaad mooier dan de zonnebloemen die straks komen. Het geel glimt een beetje. De planten zien er verraderlijk vriendelijk uit. Maar als je zo'n veld zomaar inloopt zit je na een meter of drie helemaal vast. Wirwarren vormen ze, die koolzaadplanten.
Maar, het is lente. En de lente is gelukkig geel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten