Je loopt het veld in, zo'n beetje net voorbij het eind van Gagovo. Als je pad volgt dat naar beneden gaat zie je links een opgraving. Daar ligt een Thracisch graf. Het bezoeken heeft weinig zin. Een paar jaar terug brandde de houten overkapping af en nu wacht "men" op de burgemeester van Popovo die opdracht moet geven om de overkapping weer op te bouwen. Maar alles duurt hier lang. Zeker als het geen stemmen oplevert.
Zo, of zo ongeveer was het begin gepland. Daarna had ik dan uitgelegd dat je, omdat er nog mais staat, met een wijde boog rechts om het veld heen moet lopen en dat er na een klein uur een afslag naar rechts was. En dat je die in moet gaan.
De zomer is nu bijna op. Het is nog wel warm maar steeds vaker blijft het ergens net onder de 30 graden steken. Mooi weer voor een nieuwe wandeling. Mooi weer voor een wandeling door wat eigenlijk een breed rivierdal is, al is de rivier, de Cherni Lom, maar een kabbelend stroompje, en daarna omhoog naar de bossen voor Opaka en weer terug langs de bosrand.
Maar ook in het landschap is de buitenwereld nooit echt ver weg.
Armando heeft het vaak over "het schuldige landschap". Maar dat heb ik altijd een beetje mooipraterij gevonden. Het landschap is gewoon, het trekt zich niets van ons aan. Daar is het landschap veel te groot voor. Het landschap heeft wel wat anders te doen.
Terwijl we liepen, langs enorme velden met dode zonnebloemen, langs oude boomgaarden met doorgeschoten kersenbomen en stoppend bij het hek van een hut gebeurde er van alles. Niet hier, elders.
Ik kende B niet, niet echt. Ik ken zijn ouders. Met zijn moeder werkte ik jarenlang samen en zijn vader had veel met muziek. We zagen hem nog bij het afscheid van de Fatal Flowers. Maar, B dus. Die er voor koos om te stoppen met het leven. Plots. Misschien niet zomaar, maar wel plots. Op een dag dat het hier zonnig was, maar dragelijk warm. Terwijl we door het landschap liepen. Onwetend.
Bij het hek van de hut ga je naar links. Hoe je moet lopen is wel duidelijk. Net als je bijna wilt beginnen met fluiten, zo mooi is het allemaal duikt het pad naar beneden, en weer omhoog, raar genoeg staat er een auto, een oude Lada Niva. Iets later komt er nog een auto met twee mannen die pas zwaaien als wij dat doen. Wij lopen verder, zij rijden verder. Daarna ga je rechts het bos in. Nou ja, je blijft aan de rand van het bos maar dan in het bos.
Dimitri, die woonde hier. Russisch. Een aardige, heel rustige man. We kenden hem omdat een hond die van de mevrouw was van wie we het huis kochten bij hem terecht kwam. Houdini heette die. Later werd dat Nudel. Geen idee waarom eigenlijk. Dimitri wandelde veel, niet hier, verder weg. Hij liep met Joe in het Rila gebergte, werd niet lekker, kwam in een ziekenhuis in Sofia terecht en overleed daar aan een maagbloeding. Ook daar liet het landschap niets over los.
Langs, maar ook weer in het bos liepen we. Ik zag nog het schild van een schildpad liggen. De schildpad zelf was er niet meer. Aan het eind van het bos ga je weer naar links. Dan een heel eind over een stoffig zandpad. Langs een bosje waar je, als het winter is en begaanbaar, een oude steen kunt zien liggen met namen van twee mannen die daar in 1923 zijn doodgeschoten.
We liepen door, terug naar de auto. Onwetend van al de dingen die ergens anders gebeurden. Onwetend van het diepe verdriet dat ergens anders ontstond. We hoorden die dingen pas later. Maar toen was het landschap ons allang weer vergeten.
1 opmerking:
Niets aan toe te voegen...
Een reactie posten