donderdag 22 juli 2021

Verblijfspasje

Ik zou kunnen beginnen met "Dat het met Bulgarije niet fantastisch gaat zie je meteen als je de lange, en chaotische rij voor het migratiebureau ziet. Elke dag staan er vreselijk veel mensen langdurig in de rij om een paspoort of id-kaart te bemachtigen. Daarmee kunnen ze dan naar het buitenland. Voor het loket "verblijfsvergunningen" staan echter maar twee mensen te wachten."

Een vooroordeel is makkelijk gevormd en nog vlugger bevestigd. Toen ik de rij voor het eerst zag dacht ik bovenstaande zinnen. Maar het is hier ook gewoon vakantie en veel Turkse Bulgaren gaan naar hun familie over de grens. En die hebben gewoon papieren nodig. Zoals overal.

Wie langer dan 3 maanden in Bulgarije (of een willekeurig ander land wil blijven) dient een verblijfsvergunning voor de lange termijn te bemachtigen. Optimistisch en bekend met de nobele kunst van de bureaucratie had ik in mijn hoofd de tijd tussen aanvragen en verkrijgen van de verblijfsvergunning op een week of zes tot acht gezet. 

Toen ik de chaos voor het migratiekantoor zag telde ik er een paar weken bij.

Wie hier een verblijfsvergunning wil krijgen moet 1 een woning hebben, 2 een ziektekostenverzekering en 3 een bankrekening met minimaal € 500,-. En je moet iemand hebben die weet hoe het aanvragen werkt. Anders wordt je waarschijnlijk geheel wanhopig. Wij huurden Gemma in. Die woont hier al een jaar of 14 en spreekt vloeiend Bulgaars. Zij wist dat, omdat het huis alleen op mijn naam staat er bij de notaris een verklaring moest worden opgesteld dat ik het goed vond dat zij op het adres van mijn huis (het staat er wat cru maar zo denken bureaucraten) een aanvraag indiende. Daarna kopieerden we allerlei papier, vulde Gemma allerlei formulieren in en gingen op donderdag 15 juli voor het eerst naar het migratiebureau in Targovishte. Waar we lang wachten, vaak onze handtekening zetten en daarna weer gingen. Dinsdag stonden we opnieuw voor het loket. Maar toen mochten we naar binnen. Er moesten foto's worden genomen. En we kregen een tijdelijk pasje. Vandaag 22 juli zijn we het officiële pasje op gaan halen dat de bij de verblijfsvergunning hoort. 

Een week! Geregeld in één week. En de uitreikende mevrouw lachte er zelfs vriendelijk bij.

Mocht u trouwens ooit in Targovishte uw verblijfsvergunning op moeten halen. Er staat dat het loket om 8.30 opengaat maar dat is onzin. Tussen 8.30 en 10.00 kletst de loketmevrouw met een wel erg breedgeschouderde meneer die ondertussen door allerlei stapels papier naar iets zoekt dat hij nooit zal vinden. De man is of een stagair op anabolen of een politieagent die iemand(en) te hard heeft aangepakt en nu straf heeft.

Vrolijk reden we over de weg zonder gaten naar wat we nu "thuis" noemen. De bomen in het dorp, waarvan de takken elektriciteitsdraden kunnen raken worden deze week onder handen genomen. De elektriciteitsmaatschappij die dit kortwieken doet was duidelijk bij onze straat aangekomen. Overal lagen grote tot zeer forse takken, vooral voor de poort. Gelukkig heeft de buurman een motorzaag, anders stonden we nu nog voor een versperde deur. 



vrijdag 16 juli 2021

De honden van Gagovo

Dit had een stukje ongegeneerde omgevingspromotie moeten worden.

Vanuit Palamartsa kun je een mooi rondje van een uur of drie, vier lopen. Over glooiende velden met zonnebloemen of koolzaad. Langs Gagovo en nog meer zonnebloemen. Je komt dan langs een Thracische tombe. Het lijkt een boerenschuur maar dat is alleen het roestige dak dat er op gezet is. In de zomer kun je er niet naar binnen, de begroeiing is dan veel te hoog maar toch, een Tracische tombe gewoon in de achtertuin. Je gaat daarna een watertje over en loopt langs velden terug naar Gagovo. Daar zit een leuke ooievaar en in het "centrum" is een bibliotheek. Die heb ik nog nooit open gezien maar dat zal aan mij liggen. Er is een winkeltje, een kroegje en een vrij groot monument ter herinnering aan de opstand van 1923.

In 1923 waren er twee opstanden tegen de fascistoïde regering van Stankov. De eerste opstand was een ongeorganiseerde bende en was voorbij voor hij begonnen was. De tweede, in het najaar werd na langdurig aandringen van Moskou begonnen, duurde wat langer, was even succesvol maar eindigde met duizenden doden aan de kant van de opstandelingen. Tenminste, volgens de hagiografische geschiedenis van de communisten waren het duizenden doden. Het schijnen er veel minder geweest te zijn maar in ieder geval is de opstand later, toen de communisten na de tweede wereldoorlog de macht grepen vaak gebruikt als propagandading. Zo is ook in 1955 het vrij grote monument in Gagovo terecht gekomen. Ik geloof niet dat er nu verder nog veel naar om wordt gekeken. 

Na Gagovo loop je langs een meer. En daar kwamen we één van de problemen van Bulgarije tegen.

De staat functioneert in Bulgarije matig. De infrastructuur, eigenlijk is dat een te mooi woord voor wegen waar ik, als navigator vaak dingen roep als "Gat!" of "Enorm gat links!". Eigenlijk is tankgracht vaak een beter woord dan weg of straat. Maar, daarnaast is er het probleem van ... de honden.

Er zijn er veel. Heel veel. Te veel. Bulgarije is een armig land en er worden er op het platteland nauwelijks honden gecastreerd of gesteriliseerd. Het fokt als de ziekte zeg maar. Iedereen lijkt ook een hond te hebben, of meer dan één. Drie of vier is best normaal. En die dieren worden niet vriendelijk opgevoed. Ik geloof niet dat het fenomeen puppycursus hier al is doorgedrongen. 

En ik heb niks tegen honden. Sommige van mijn beste gesprekken ooit waren met honden. Liefst zijn ze wat ouder, met een grijze snuit en een diep wijze blik. Maar hier ...

Vooral groepjes honden zijn erg. Groepjes honden van herders zijn het ergst. Ja, herders. Die heb je hier veel. Reuze fotogeniek hoor maar hun honden zijn vaak chagrijnige duivels. Ooit werden we al eens aangevallen door een zo'n groepje en alleen de nog net op tijd gegooide stok van de wakker geworden herder zorgde ervoor dat we niet echt werden besprongen. 

Maar, deze keer was het eerst één hond. Wat verder kwam er een tweede en daarna nog één. En toen was het niet leuk meer. Hard blaffen, heel dichtbij komen, omcirkelen, tanden bloot. We liepen omhoog naar een heuvelrug maar voor ze ons met rust lieten beet er één nog in het been van Annet. Niet door, niet heel hard maar een stevige blauwe plek werd het later wel. 

We hoorden laatst al van een vrouw die een startpistool heeft aangeschaft tegen opdringerige honden. Een ultrasoon fluitje is ook populair. Wij nemen voortaan maar een grote stok mee. En we laten het meertje bij Gagovo maar even wat maanden voor wat het is.



maandag 12 juli 2021

Het dorp

Gorsko Ablonovo, Opaka, Gagovo, Popovo, dat zijn namen. En wat ik de mooiste vind, Razgrad. Bij die naam voel je de poolwind je botten al vastgrijpen. Maar goed, het huis staat in Palamartsa. Wat klinkt als een niet helemaal afgebouwde wijk van Benidorm. Maar je kunt niet alles hebben.

Omdat het dorp in de komende tijd vast een rol gaat spelen maar wat algemene dingen. Voor zover ze bekend zijn. En misschien veranderen ze nog. Dat heb je hier met bekende dingen. 

Palamartsa ligt in het noordoosten van Bulgarije. Het ligt in de heuvels, hierna begint het Balkangebergte. Het dorp duikt voor het eerst op in de 15e eeuw en hoort bij de gemeente Popovo (daar waar de echte winkels zijn). In de hele gemeente wonen zo'n 15.000 mensen (in 2000 waren het er nog zo'n 36.000). In Palamartsa wonen nu tussen de 300 en 400 mensen. Het meest opmerkelijke aan het dorp is dat er rond de 75 niet-Bulgaren wonen. De meeste zijn Engels, er is een enkele Rus, wat Duitsers en er gaan hardnekkige geruchten dat er ook iemand uit België woont. 

Het is hier één uur later dan in Nederland.

Een vraag die ik in Nederland vaak kreeg was, "zijn er ook winkels in dat dorp". Er zijn er zelfs twee. We wisten van één maar er blijkt er nog één te zijn. Beide hebben hetzelfde assortiment. Brood, witte kaas, eieren, vlees, een enkele pot jam, frisdrank, bier, basisdingen dus (ja, bier is hier voor velen een basisding, dat komt vast nog wel eens terug). Waar je winkelt, als je het zo kunt noemen hangt van je loyaliteit af. Wij doen dat bij Stefka, die woont aan de overkant van het grasveld en de andere winkel is van de oud burgemeester en die heeft een uiterst gemene rottweiler. Bovendien is die winkel ook een kroeg waar veel fors drinkende Engelsen rondhangen dus dat is niks. 

Ik doe even een foto van de winkel. 

De winkel is beneden, boven staat leeg. Nee, aantrekkelijk ziet het er niet echt uit. Gebouwd in 1969. Dat jaartal zie je veel op dit soort lelijke gebouwen (elk dorp heeft er één) en op waterputten in het veld en langs de weg. 

Ik gok dat een derde van de huizen in het dorp leeg staan. Bulgarije loopt leeg. Het land heeft (uniek, uniek) een negatieve bevolkingsgroei. 

Is er stromend water? Ja, of je het ook kunt drinken is onduidelijk. Het stinkt naar chloor. Dat wel.

Is er riolering? Nee. De meeste huizen hier hebben nog een buitentoilet/douche. Ons huis gelukkig niet. Vanuit het huis loopt een pijp naar een put in de tuin. Als die put vol is moet er een nieuwe put gegraven worden.

Is er elektriciteit? Ja zeg, het is geen ontwikkelingsland. De stroom valt weleens uit. Vooral in de winter. Ik kom daar dus waarschijnlijk nog op terug. Als de stroom het weer doet. 

Gas? In van die grote gele "flessen". Er loopt een prachtige Russische pijpleiding door het land maar in de dorpen doen ze er niets mee. Koken en verwarming gaat het meest met hout. 

Internet? Razend snel. Al zijn sommige muren en vloeren van het huis zo dik dat het signaal vrij afwezig is. Al denk ik dat we die dikke muren in de winter wel gaan waarderen.

En het klimaat? In de winter kan het hier dus bar koud zijn. En in de zomer heeft Bulgarije nogal last van de klimaatverandering. Het is hier warm. Pufwarm. Vorige week zijn we ergens rond 5 uur 's ochtends een eind gaan lopen. Als je later weggaat is het echt niet meer te doen. Maar maakt dat wat uit? 


Je komt urenlang niemand tegen. Echt niemand. Er zijn geen gekleurde routepaaltjes, er is eigenlijk ook niet echt een route. Het is meer van "ik wil van hier naar daar en terug naar hier". Ok, een machete was op sommige stukken handig geweest maar dat is dan ook echt alles.

donderdag 8 juli 2021

Roadtrip

"Kijk daar nou, daar gaat een vrouw op een elektrische step".            "Misschien gaat ze kijken hoever het nog is?".                            Rechts van ons perst een grote, witte vrachtwagen zich langzaam over de vluchtstrook naar  ergens verder weg.                                "Het is wel te hopen dat de chauffeur haar ziet steppen".                  "Ik denk niet dat dat hem nu nog wat kan schelen eigenlijk".

Verzinnen dat je in Bulgarije gaat wonen is makkelijk. Het ook echt doen is lastiger. Al vorige jaar spraken we met Dirk, de mythische Belgische transporteur af dat hij eind mei onze spullen op zou halen in Den Helder. Via Facebook. Er zijn verschillende meningen over wat er nu waar verkeerd ging maar in ieder geval, mei werd het niet. En de afspraak daarna ook niet. Dirk's auto ging grondig kapot. De derde keer lukte het. In een busje waar eerst volgens mij nog geen klein hondenhok in paste gingen de spullen van Annet en mij naar Bulgarije. Wij zouden met de auto gaan. Omdat een auto In Bulgarije best handig is en bovendien, zo zouden we Mika meenemen. Helaas kon dat niet meer. Toch hielden we, kleine dwangneurootjes die we zijn vast aan de oorspronkelijke planning. In vier dagen en nog wat naar Bulgarije. Zoeven over de Duitse autobahn, besneeuwde bergtoppen in Oostenrijk, eindelijk eens zien hoe Hongarije er uit zag, de enorme bossen met groepjes beren in Roemenië. We hadden zin in de roadtrip.

In Cowgirl zit een gitaarbreak. Al het andere geluid valt weg, er is de gitaar en dan komt plots de dreun weer terug. Puffend en met een blik die al een uur of wat leeg is draait Annet de volumeknop van de autostereo op bijna maximaal. Het moet tot ergens bij de grens, waar die ook moge zijn, gehoord zijn. We zijn even vrolijk maar de gezichten in de andere auto's, waarvan door de idiote hitte ook alle raampjes van open staan geven geen enkele blijk van leven meer. Iedereen staat al uren praktisch stil. Het is heet, het is saai en niemand weet hoe lang het nog gaat duren.

Van Duitsland herinner ik me eigenlijk alleen de verstikkende files. Van de 14 uur in de auto stonden we er 7 stil. Oostenrijk zal besneeuwde bergtoppen hebben maar ik zag ze niet. Mooi verder hoor maar zodra er een rijtje van 3 auto's ietsje langzamer ging reden schoten we al in de "Nee, alweer een file!" modus. Hongarije bleek het perfecte Schengenland, de hokjes van de grenswachten waren onbemand. Verder zag ik 3 paarden (op 1 veld), 3 mensen op een fiets (niet in 1 veld) en wat vogels. Erg stil land en bijna net zo vlak als Nederland. In Roemenië zagen we natuurlijk geen beren maar wel erg veel vrachtwagens. Die allemaal harder wilden rijden dan wij deden en dat is lastig op een tweebaans weg door de bergen. 

"Kijk nou! Kijk nou!"                                                                    "Nee!"                                                                                                "Echt, nee, dat kan toch niet!"                                                      "Wat een (voeg redelijk erge scheldwoorden met, naar believen verwijzingen naar de dubieuze houding van veel Oostenrijkers in de Tweede Wereldoorlog toe)!"

Na 3 uur wachten bereikten we eindelijk de Oostenrijkse grens. Daar bleek dat de grenswachters alle auto's uit Duitsland (en dat waren er heel erg veel op de dag dat veel Duitsers met Turkse achtergrond naar Turkije vertrokken) door 1 nauwe ingang persten. Werd er gecontroleerd? Welnee, de heren stonden gezellig met elkaar te kletsen in een hokje.

De grens tussen Roemenië en Bulgarije is de Donau. Je gaat daar over een brug. Zo één uit een oude spionagefilm. Nog aan de Roemeense kant stonden we weer een tijdje stil voor een man in een hokje. Toen we eindelijk aan de beurt waren gaven we hem het stapeltje met paspoorten, gele boekjes en vaccinatiebewijzen. We werden gecontroleerd! Hij keek verwonderd naar het stapeltje en vroeg om 3 euro tol voor het gebruik van de brug. Hij glimlachte er wel bij.

 



woensdag 30 juni 2021

Dag, en bedankt

 (Ik kijk al een tijdje naar dit blanco stuk digitaal papier)

(En het is alweer wat later)

Weggaan is raar. Zeker wanneer je ergens 24 jaar gewerkt hebt. Ik ben niet overdadig sentimenteel. Maar 24 jaar is wel echt een heel lange tijd. Voor je het weet voel je toch een voorzichtig aansluipend brok in de keel. 

(En het is nog later)

Wat moet ik nu tikken? Terugkijken op die 24 jaar? Daar is toch geen beginnen aan. Een terugblik op wat er allemaal is gebeurd? Mensen die kwamen en gingen? Verhuizingen, en moeten ze dan echt allemaal? Anekdotes? Het regelmatig terugkerende thema van bezuinigingen? Nobele beleidsdoelen, praktische resultaten?

Het is misschien niet modieus om ergens 24 jaar te werken. Maar Langedijk paste precies bij me. Niet te klein maar zeker niet te groot. Ik heb weinig met groot. Groot is al gauw onpersoonlijk. Een van de leukste dingen van directeur van de Bibliotheek Langedijk zijn vond ik dat ik, op de fiets naar het station in Heerhugowaard altijd wel iemand(en) tegenkwam die zwaaide(n). Ik denk dat dat het mooist was, het kennen (een beetje kennen) van mensen die hier binnen kwamen. Iemand die hier al heel lang komt zei het laatst zo, "Ik had altijd het gevoel dat ik gezien werd, herkend werd in de bibliotheek". 

In een interview in het Langedijker Nieuwsblad van een week of wat terug zei ik iets als "Zonder goede medewerkers is een directeur ook alleen maar een vrij kansloos iemand met een pc en een rekenmachine". En dat is ook echt zo. De bibliotheek zijn de medewerkers, en u.         

Ik was een tijdlang de man die zorgde dat de bibliotheek weer even verder kon, en dat de medewerkers hun werk konden doen. En misschien, hopelijk heb ik bijgedragen aan de sfeer. 

Er kwam laatst een mail van iemand die ik had laten weten dat ik wegging. Hij mailde "de naam van jullie bibliotheek bij ons intern (met de collega’s onderling) is: Comedytheek Zuid-Scharwoude. Een mooie balans tussen serieus en vaak goed voor een lach." 

Ik vond het pracht zinnen.

Nou, dat was het wel. Er is een afscheid geweest, dat was leuk. Of mooi. Of alle twee. Of meer. Straks draai ik voor het laatst de deur achter me op slot. Of nee, ik moet mijn sleutels natuurlijk inleveren. Want hierna gaat het gewoon verder. Zoals dat hoort. Dingen gaan verder, ze gaan altijd verder. Ook als het stopt.

Dank dat u er was, en dat u bijdroeg aan mijn werkplezier, de sfeer, aan de Bibliotheek Langedijk. Zonder u was er niets aan geweest. 

Veel plezier!

Ton

(Dit blog verscheen eerder op het/de blog van de Bibliotheek Langedijk. Omdat het bij mijn geschiedenis hoort heb ik de tekst ook hier neergezet)