We waren vanmorgen net klaar toen we uit de tuin van Jordan een luid gekraak gevolgd door een doffe "boem" hoorde. Vanaf de veranda, zonder zelfs maar op te staan zagen we het al, er was een tak, zwaar van de bijna rijpe pruimen afgebroken. "Ach, als hij terugkomt mag hij toch geen rakia meer maken". "Als hij terugkomt". "Als".
Ons huis heeft geen tuin. Nou ja, dat klopt niet. Ons huis heeft een erg ruime tuin maar er staan alleen maar fruitbomen in. Dat vonden we meteen al een voordeel van dit huis. Aan fruitbomen heb je nauwelijks werk. Bulgaren en ook veel immigranten vinden het fantastisch om hun eigen groenten te verbouwen. Voor Bulgaren is het een way of life, het zit in hun genen. En het vult hun magere staatspensioen aan, dat natuurlijk ook. Immigranten komen hier vaak met de droom van zelfvoorzienendheid. Lekker alles zelf verbouwen. Dat vonden we meteen een matig idee. Want zo'n tuin kost een hoop, een erge hoop tijd. Het zet je helemaal vast. Je kunt geen kant meer op. Dus dat gingen we niet doen. Al was dat een gedachte die we hadden voor alle poezen besloten bij ons te komen wonen.
Ik weet het niet, ik denk dat Annet iets tegen haar zei. En toen begon Duschka vreselijk te huilen. "Dancho (Bulgaren hebben, nee, dat leg ik wel een andere keer uit) houdt zo van zijn tuin" en "Ik zie hem nog zo door de tuin lopen, altijd iets te doen". Hartverscheurend was het. We kregen de tuin uitgelegd. Nou ja, iets van uitgelegd. Iedereen was met het hoofd ergens anders, ver weg, in Sofia.
Jordan (die ook Dancho heet, help onthouden dan leg ik dat nog eens uit) is al een tijdje ziek. Eerst negeerde hij het, daarna was het "ik heb buikpijn als ik iets gegeten heb". Nu is hij ook al 77 maar waar hij eerst nog, al was het stram, liep werd het nu schuifelen. Nou ja, het is een bar ingewikkeld verhaal waar de brakkigheid van de Bulgaarse gezondheidszorg een hoofdrol speelt. Zijn dochter die verpleegkundige is heeft een rol. Zelfs wij die ons plots erge zorgen maakten nadat we hem een tijdje terug zagen hebben een rol.
Dancho ligt plots in een ziekenhuis in Sofia (dat is bijna 250 km verderop). Met een fors gezwel in zijn darmen. Er zijn onderzoeken en er is, eigenlijk, als ik eerlijk ben maar een heel erg ieniemienie klein beetje hoop dat het goed afloopt.
We zorgden eerder voor de tuin, maar dat was in de winter. Lekker makkelijk. Annet verzorgde de kippen en dat was het wel. Nu, nu Duschka naar Sofia is en hun huis leeg staat, verzorgen we de tomaten, worteltjes, courgettes, mais, paprika's, okra's, pompoenen, uien, fruitbomen en waarschijnlijk nog 13 dingen die we helemaal niet eens herkennen als groente. We worstelen met een waterslang die de Balkanoorlog van 1912 nog mee heeft gemaakt en vervloeken de Bulgaarse gewoonte om alles, echt alles opnieuw te gebruiken tot het het echt niet meer doet. Maar ...
Het is belangrijk. Voor hen. "Hoe moet het dan met de tuin?". Maar tegelijkertijd is het allemaal totaal futiel. En dat weet ook weer iedereen. We wachten. Op bericht. Al zijn we daar ook bang voor.
