"Hoe is het met Gijs?" vroeg ik, nadat Gijs niet zoals hij altijd doet naar me toe was komen lopen toen ik terugkwam van een veel te lange wandeling. "Hij ligt maar wat, er zit helemaal geen fut in". We besloten dat het onzin was om nog langer te wachten met het naar de dierenarts gaan. Er was iets niet goed met Gijs. Maar wat was het deze keer?
Gijs mag dan Koning van de Wereld zijn en ook Redder van het Universum, maar met regelmaat gaat hij stuk.
Toen Gijs heel erg jong was, we kenden hem toen nog niet, moet hij zijn rechtervoorpoot gebroken hebben. Hij zwaait dat pootje naar de zijkant en dan omhoog als hij de trap opkomt. Toen we hier vijf jaar geleden kwamen wonen was Gijs uitgehongerd en uitgedroogd, bijna dood. We vonden toen een groot litteken op zijn buik. Een oude bijtwond misschien. Er waren meerdere keren ernstige plasproblemen. Hij had een grote wond op zijn voorpoot. En omdat hij zoveel haar heeft zag ook de dierenarts die wond niet. Er was iets met zijn oren. Hij zat klem onder de buitendeur van de buurman. Iets dat half komisch klinkt maar minder wordt wanneer je weet dat er hier honden rondlopen die hem rustig doormidden hadden gebeten. En hij was op een haar na dood toen hij, misschien, iets giftigs at en hij wekenlang bezig was met weer beter worden.
Er is dus nogal eens wat met Gijs.
Bij de dierenarts beschreef ik wat er aan de hand was. "Maandag werd hij stil. Dinsdag werd hij nog stiller. Woensdag stopte hij met het eten van zijn brokjes. Het "einde van de middag" hapje eet hij wel met smaak. Vandaag, donderdag eet hij niet en hij ligt maar zo'n beetje. Hij lijkt iets van een wond op zijn hoofd te hebben en hij doet iets met zijn tong, alsof hij misselijk is". Dat ik dacht dat zijn hoofd rechts een onmerkbaar iets dikker leek vergat ik te zeggen.
Aleksander de dierenarts (we komen er zo vaak dat we zijn voornaam kennen) wroette in de haren op het hoofd van Gijs en legde een bijtwond vrij, je zag de tandafdrukken nog zitten. Daarna drukte hij hard en er kwam een grote bel pus uit. En nog meer pus. Tot het bloed werd.
Sinds een paar weken gaan de nieuwe, niet gecastreerde katers op stap. Twee komen er in onze tuin. En worden daar dan door de leden van het Pirin 6 Kattencollectief uitgejaagd. Een week of twee terug droeg ik een blazende Gijs om half zeven 's ochtends al naar binnen nadat ik hem vechtend met één van de katers aantrof. Misschien is hij die kater weer tegengekomen. Of een andere. Het is nog maar het begin van het seizoen.
Alkesander zocht wat verder en vond in de wang van Gijs nog een bijtwond. Daar kwam nog meer pus uit. En bloed ook. Gijs vond er ondertussen echt helemaal niets meer aan. De wonden werden schoongemaakt, er ging een zalfje in en daarna nog wat injecties. We betaalden de hallucinerende som van 15 euro en gingen opgelucht naar huis.
Gijs verstopte zich even onder de bank maar was daar al snel weer vergeten waarom hij daar precies zat. Al vlug was hij weer zijn gewone, totaal onbenullige zelf.
Gijs is weer heel. De crisis is weer voorbij. Deze dan.


