zaterdag 30 mei 2026

De Poboti Kamani (toeristische informatie).

Misschien dat er lezers zijn die denken dat we hier een soort poezenpension exploiteren en in onze vrije tijd langs verkruimelende socialistische beelden trekken. Van dat poezenpension kan wel kloppen maar we bezoeken, zeker nu we een nieuwe tweedehands auto hebben ook wel eens iets anders dan een genegeerd oud links beeld. 

De Poboti Makani liggen vlak voor Varna, aan de kust. Het zijn stenen, vaak in een soort pilaarvorm die zo'n 50 miljoen jaar geleden gevormd zijn. Niemand is er zeker van hoe de Poboti Makani gevormd zijn. Op dit moment is de meest gangbare theorie dat ze ontstaan zijn rond scheuren in de grond waar methaangas uit stroomde. Daar is vast meer over te zeggen maar dan begrijp ik zelf niet goed wat ik schrijf. Veel verstand van geologische processen heb ik verder ook niet. 

De Poboti Makani stonden al jaren op het ongeschreven bezoeklijstje. En nu we eindelijk weer een auto hebben die niet om de 5 kilometer stilvalt leek het een mooi moment de stenen te bezoeken. Ook al betekende dat 2 uur rijden. Bijna alles is hier nu eenmaal ver weg. En het was een mooie autotest.

De stenen liggen in een woestijnachtige omgeving, vlak naast een drukkige weg maar als je je best doet zie je die weg op geen enkele foto terug. Er is een ingang maar als je de gevraagde 3 euro niet wilt betalen is er niemand die daar wat van zegt. De aanwezige toegangsmeneer zat in een gebouwtje en had enige vorm van toezicht houden al jaren geleden opgegeven. In het gebouwtje kon je wat souvenirs kopen. Maar er waren verder geen wonderlijke samengestelde broodjes, gebakjes of zelfs maar koffie. Er was zelfs geen automaat. 

We betaalden de toegangsprijs en liepen gauw door. Toen we wat later omkeken gaf de toegangsmeneer uitleg aan andere toeristen. Misschien was de 3 euro wel voor die uitleg. Maar omdat we alle twee niet van uitleg houden liepen we vlug door. Dat is geen eigenwijzigheid, van dat niet van uitleg houden. Maar meestal dwaal ik na 30 seconden onthoudbaar af, ergens in mijn hoofd en ga dan de andere aanwezigen bestuderen. Daar heb je niks aan. Vooral als je niet zeker weet welke taal ze spreken.

De Poboti Makani, had ik al gezegd dat ze 50 miljoen jaar oud zijn? Goed, maar ik had nog niet gezegd dat de stenen in de vorm en samenstelling die ze hebben nergens anders op de wereld voorkomen. Only in Bulgaria. 

We vonden het bijzonder en ook nog mooi, de stenen. We sjokten fijn door het zand, klommen heuveltjes op en af, bekeken de pilaren van allerlei kanten. We deden al met al wat je hoort te doen als toerist. En dat bedoel ik niet cynisch hoor. Prima mensen toeristen. Zelf ben ik het graag. Ook al vergeten we in alle dagelijkse dingen hier wel eens dat we eigenlijk toeristen zijn. Proud to be a tourist enzo.

Tijdens het terug naar huis rijden kwamen we, ongepland, dat wil ik wel benadrukken, toch nog langs een wankelend socialistisch monumentje. Alle tekst was er van verwijderd. Maar het was een leukerdje, dat kon je zien.

En we zagen ook nog een duidelijk al heel lang geleden verlaten tankstation. Al met al, toeristische topdag!

Thuis ging Gijs meteen de wacht zitten houden bij een meegenomen stuk Poboti Makani. Hij keek er een beetje boos bij. Maar dat was misschien omdat hij vond dat we de steen hadden moeten laten liggen waar hij al miljoenen jaren lag. Maar ja, toeristen.

woensdag 20 mei 2026

Automaten zijn overal

Als je een tijdje hier in Bulgarije woont en de verbazing over enorme gaten in de weg, de leegstaande huizen en de matige staat van de publieke voorzieningen is overgegaan in stille acceptatie gaan andere dingen je opvallen. De alom aanwezige automaten en die waaruit men koffie haalt in het bijzonder bijvoorbeeld.

Ze zijn overal. Echt overal. Hier bijvoorbeeld staat er één in het piepkleine dorpje Moritsa (leuk monumentje én een vriendelijk hond) aan de Hemus snelweg (snelweg van Sofia naar Varna, 440 km, start van de aanleg was in 1973 en nee, hij is nog lang niet af).

Er is zelfs een bord dat naar deze automaat wijst (кафе = koffie).

Deze staat bij het gemeentehuis in Palamartsa. Hij werd net bijgevuld. Eerst stond de automaat aan de overkant van de straat, bij Miltjo's kroeg. Maar sinds de kroeg een Engelse eigenaar heeft is hij verplaatst naar het gemeentehuis. 

Of deze, bij de garage waar de nieuwe oude auto vandaan komt.

Naast de dierenarts is er ook één.

En deze staat voor de deur van de Engelse Club. De plek waar we Bulgaars proberen te leren. Je kunt er ook terecht voor Duits, Russisch en Spaans. Al heb ik er nooit andere cursisten gezien.

En deze, een koffieautomaat met daarnaast een snoepautomaat staat bij Dudo. Dudo is één van de twee grote doe-het-zelfwinkels in Popovo. In het begin van de week waren we er, onszelf luid beklagend, tevergeefs aan het zoeken naar verf op waterbasis. Tot onze vrolijke verbazing voegde een perfect Amsterdams pratende Bulgaar zich bij ons (Hassan woont al 30 jaar in Nederland). Al beklaagde hij zich erover dat niemand, ook de medewerkers niet, wist waar de badkamerkit lag. Maar dat wisten wij dan gelukkig weer. Al zoeken we nog steeds naar verf op waterbasis.

Bulgaren drinken thuis ook wel eens koffie maar het liefst doen ze dat ergens buiten, op straat. Beetje kletsen, beetje hangen en weer verder. Overal staan er automaten. Ik had het idee om alle koffieautomaten aan de Boulevard Bulgaria, de lange straat die Popovo doormidden deelt te gaan fotograferen. Maar niet iedereen in dit huishouden vond dat een fantastisch idee. 

Pas onlangs realiseerde ik me dat zoveel automaten ook wel moest betekenen dat ze niet vernield werden. Of opengebroken. Of iets anders wat men in, zeg Nederland met automaten zou kunnen doen. 

Ik zou nog wel wat door kunnen tikken over automaten maar eigenlijk gaat dit blog vooral over deze automaat.

Hij staat aan de rand van het dorpje Svetlen, net voorbij Popovo. De automaat, het is er één waar snoep en blikjes in kunnen, staat niet in een wijk, hij staat niet eens in een straat. Een woekerend stuk gras, daar heeft men hem neergezet. Er is zelfs een stukje beton voor gestort. Voor de stabiliteit. Al staat hij een heel klein tikje scheef.

Hij staat er nu zeker zes maanden. En al een half jaar lang is hij leeg. Elke week rijden we er voorbij, we kijken en dan zegt één van ons twee, "Nee, nog steeds leeg". Ik denk dan nog even na over wat dat gekost heeft, of de automaat ooit vol drankjes en snacks zal zitten, en waarom iemand misschien vergeet de automaat te vullen. En dan vergeet ik hem weer. Tot de week daarna.

dinsdag 12 mei 2026

De lente is gelukkig geel.


Vanuit de trein naar Sofia had ik ze al gezien. Grote, glimmend gele velden. Maar in Palamartsa gebeurde het wat later. Maar dat is met de meeste dingen zo.



We hebben tot nu toe een klassiek Bulgaars voorjaar. Mooi weer tot in de middag. Dan betrekt het en in de avond regent het. Al dan niet gevolgd door klappen stevig onweer.  


De winter was hard. Grauwhard. Henk werd doodgebeten. Annet's moeder overleed. De auto stopte ermee. En het sneeuwde te vaak.

De paadjes waar ik in de winter liep overgroeien en zijn soms nauwelijks meer begaanbaar, of doorgaanbaar. Overal zitten stekelstruiken en de heuvels waar die op staan zijn zompig en verzadigd van de gesmolten sneeuw en de gevallen regen. Ik heb alweer een paar wandelschoenen verpest door het te lang in het water lopen. Ze stinken naar een la vol nooit uitgewassen sokken. 


Koolzaad is er altijd het eerst. Her en der een veld. Ze maken er bio-diesel van. Maar er is vast ook iets met subsidie want het zijn nooit meer dan drie velden. waar je ook nog naar moet zoeken.

Zelf vind ik het koolzaad mooier dan de zonnebloemen die straks komen. Het geel glimt een beetje. De planten zien er verraderlijk vriendelijk uit. Maar als je zo'n veld zomaar inloopt zit je na een meter of drie helemaal vast. Wirwarren vormen ze, die koolzaadplanten.

Maar, het is lente. En de lente is gelukkig geel.







woensdag 6 mei 2026

We kochten een andere auto (zei hij schijnbaar rustig)


Meestal ging het zo. We reden in de Volvo ergens, nietsvermoedend. Annet zei dan plotseling "Hij doet het weer". Ik vloekte. En de auto minderde vaart tot zo'n 20 kilometer per uur. Annet zette de auto zo goed en zo kwaad aan de kant, zette de motor uit, en weer aan en dan reden we weer verder. Tot hetzelfde zich herhaalde. 

De ergste keer was een paar weken terug. We reden naar Targovishte voor Bulgaarse les. Heen en terug is dat 72 kilometer. Zeg maar van Den Helder naar Alkmaar en terug. De auto had 9 keer (9!) dat wat hier boven staat. En het is een drukke weg, naar Targivishte, veel jachtige vrachtwagens, paar en wagens en de gebruikelijke scheurende Bulgaren met een zekere mate van doodsdrift.

We hielden van de Volvo. Echt. Het ding was zo langzamerhand zwaar oud en eigenlijk deed hij al raar sinds we vijf jaar geleden naar Bulgarije reden. Schokbrekers gingen stuk. Er was iets met het stuur, er waren rare lampjes die leken te zeggen "Uw motor gaat zo ontploffen". En het laatste jaar dat onverklaarbare bijna stilvallen. Maar we hielden van Volvo. Hij voelde veilig als een tank. En dat gevoel is hier, met al die automobilisten die doen alsof ze op weg zijn naar een ziekenhuis met een hart in een koeltas achter in de auto dat echt heel nodig getransplanteerd moet worden, best handig. Dus we hielden van de Volvo. Maar het leek dat de Volvo zelf ons niet zo aardig meer vond. 

Er keken garages naar het raadselachtige stilvallen. Hobbyisten ook. En nog meer garages. Maar niemand kon iets vinden. 

Na lang twijfelen besloten we dan maar een andere auto te kopen. Die we (ik laat hier allerlei dingen weg, anders wordt het wel erg lang) ook nog vonden. We gingen de auto van Rumen overnemen. Rumen heeft een garage, en is een beetje een babbelaar maar, nou ja, we namen zijn auto over.

We spraken af dat afgelopen maandag te doen. We moesten naar de notaris zei Rumen, en die vertelde dan wat we moesten betalen. Dat leek me raar want we hadden net afgesproken wat we voor zijn goed gepoetste Audi gingen betalen maar, nou ja, we zouden wel zien.

Notaris Dimitrova tikte wat dingen in een database. En daar stond een getal op het scherm. Het laagste bedrag dat voor deze auto die zusenzo oud was gevraagd werd. We gingen dat laagste bedrag natuurlijk betalen. Officieel dan. Mevrouw Dimitrova tikte een afschrikwekkende hoop formulieren, waarin steeds dat laagste bedrag werd gezet. Ondertussen keek ze ook nog na of Rumen nog bekeuringen open had staan, of de belasting betaald was en nog wat dingen. Na een helse tijd wachten waren de formulieren klaar. Annet (ik heb geen rijbewijs maar dat is weer een ander lang en saai verhaal) kocht de auto voor bedrag x, dat bedrag maakte ze over naar de bank van Rumen. De rest van het bedrag zouden we cash betalen. Je zou het ook "zwart" kunnen noemen. O, en wacht, we waren buitenlanders dus begrepen we de taal niet. Er moest een vertaler komen. Dat bleek Jonko te zijn. Jonko is de advocaat met wie we jaren terug regelden dat ons huis ons huis werd. Dat ging toen ook al raar. We betaalden ooit 8000 euro voor ons huis maar in allerlei papieren staat dat het 1900 euro kostte. Nog steeds betalen we belasting die wordt berekend met die 1900 euro. Met de auto vermoeden we ook zo'n truc.

Nadat Jonko in het Engels had voorgelezen wat we ook in het Bulgaars prima begrepen betaalden we hem een beetje geld en dat was Jonko. Daarna betaalden we mevrouw Dimitrova wat geld en gingen we bij de bank dat deel van de aankoopsom halen dat nergens beschreven was. Bij de bank was het licht misselijkmakend druk. De mevrouw van de bank kwam al redelijk vlug met een aan een bankoverval doen denkende stapel briefjes van 10 euro aan. briefjes van 10 euro! We giechelden bij het zien van de stapel maar de bankmevrouw liet merken dat het niet iets was waar je om moest lachen. 

Alle briefjes van 10 gaven we aan Rumen. Wij kregen een sleutel. En eindelijk, eindelijk reden we weer in een auto die ook gewoon reed. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik nog steeds zit te wachten tot het ding plots stopt. Maar dat zal wel overgaan. 

Bovenaan de pagina, de mensen die nodig waren bij het kopen van de auto. Van r naar l: Annet (die het hier net een beetje begint op te geven), Rumen (van wie we de auto kochten), Notaris Dimitrova (die dit soort dingen meerdere malen per dag doet), de vrouw van Rumen (op wiens naam de auto stond) en Jonko de advocaat/vertaler.



donderdag 30 april 2026

Tussentekst.

(Na ruim een jaar gemartel met de auto hebben we besloten een nieuwe (nou ja, tweedehands nieuw) te kopen. Dat gaat hier, waar ooit het reëel bestaand socialisme de mensen van een Lada voorzag, nogal anders dan in Nederland. Een volgende keer schrijf ik over dit bureaucratische vreugdevuur. Nu nog even iets overzichtelijks)

Anneke was de vorige keer dat ik over haar schreef nogal ziek. Eerlijk gezegd waren we bang dat ze het niet zou redden. Maar, ook deze keer deed de dierenarts de juiste dingen en nu springt ze alweer als een kleine bezetene rond. Anneke is er weer.

Hebben we een vijver? Is Gijs drijfnat geregend? Nee. Maar we hebben we wel 1000 vierkante meter tuin. En elk jaar gaat het hetzelfde. Aan het eind van de winter zijn we blij met elke paardenbloem die er opkomt. Hier een tulp, daar nog een ander leuk bloemetje. En elke keer stellen we grasmaaien uit. En uit. En uit. Tot het zo hoog staat dat Gijs er dus als een verzopen kat uitziet. Verder gaat het goed met hem hoor. En hij gaat ook drijfnat met veel plezier schootzitten.


Lenie zou eigenlijk zo'n beetje rond deze tijd naar onze deeltijdbuurman Petar moeten verhuizen. Dat doet ze elk jaar. In de winter hier een beetje rondhangen en zodra Petar z'n Bulgaarse Folk radio aanzet vertrekt ze daarheen. Maar, Petar is er niet veel en Lenie vindt het op haar eigen brommerige manier toch wel gezellig bij ons. En bij Sorri. Ze speelt zelfs met hem. Dat hebben we nooit eerder gezien, dat Lenie leuk doet met een andere poes.


Waarom Sorri alleen op de keukentafel eet weten we eigenlijk niet. (Lenie en Wim doen het ook, wat enigzins lastig is als we zelf zitten te eten) Maar hij mag dat. Want Sorri mag bijna alles. Zelden zal er een socialere en vriendelijkere poes zijn geweest dan Sorri. Soms, als hij ergens binnen ligt te slapen hoef je alleen maar langs te lopen en dan gaat hij al luid liggen spinnen. Sorri houdt van iedereen en iedereen houdt van Sorri. Hij is nu een jaar. Soms is hij uren weg. We hopen maar dat hij deze periode overleeft. 


Wilma, moeder van Sorri. Theemuts aller theemutsen. In Wilma zit niets slechts. Als één van ons de tuin inloopt sjokt ze achter ons aan. Als we gaan zitten gaat zij ook zitten en als ze we met de auto weggaan kijkt ze bezorgt of we de riemen wel om doen. 


Wim was altijd een buitenbeentje. Hij wilde wel maar hij kon niet. Maar, sinds Sorri er is probeert hij zo af en toe normaal met hem te spelen. En soms probeert hij dat zelfs met een andere poes te doen. Omdat hij nog steeds niet goed weet hoe dat eigenlijk moet, spelen wil dat nog wel eens fout gaan. Maar, echt vechten wordt het niet meer. Wim doet zijn best!

Steve (die eigenlijk тигър heet)(en van de buren is) krijgt voor straf deze keer geen foto. Als enige is Steve niet gecastreerd en wel stokoud (10 of 11). Omdat hij nog steeds de drang voelt zich voort te planten maar niet meer de kracht heeft om met andere, jongere katers te vechten holt hij soms luid miauwend als een wat vunzige oude man achter Anneke aan. Anneke is gesteriliseerd en begrijpt er verder weinig van. 

Dat waren ze denk ik. Want het is raar maar sinds Henk er niet meer is weet ik nooit echt zeker of ik alle poezen wel gehad heb.