vrijdag 12 juni 2026

Wilma was weg.

We zagen Wilma voor het laatst zo tegen 12en. Ze zocht een plekje in de schaduw van de pruimenbomen die aan de linkerkant van de tuin staan. Het was de eerste 30 graden of hoger dag dus dat schaduw zoeken was logisch. Annet en ik waren net terug uit Popovo. We stelden een notaris erg ingewikkeld geformuleerde vragen over verblijfsvergunningen en aktes van het huis. De notaris keek steeds verbaasder en gaf erg korte antwoorden. Waar we eigenlijk weer blij van werden. En iemand op de markt repareerde de belachelijk kwetsbare oplaadingang van mijn telefoon. Het was al met al een goede ochtend.

Maar na 12en zagen we Wilma niet meer.

Dit blog gaan veel vaker dan gedacht over de poezen. En wat er met hen aan de hand is. Of erger. Toen we hier naar toe verhuisden was het niet de bedoeling om een soort poezenpension waar niemand voor betaald te beginnen. Maar, nou ja, dat is het dus wel geworden. Niet dat dat helemaal onverwacht was. Annet en ik waren ooit op vakantie in een weinig vrolijk dorp in Frans sprekend België. We gingen er daarna nog drie keer heen. Natuurlijk, het was er mooi maar er woonden ook twee ontzettend leuke honden.

Wilma is wel vaker wat langer weg. Ze houdt van rustige plekjes waar niemand haar aan haar hoofd zeurt. Maar tegen half vier duikt ze dan meestal toch wel weer op. Het is dan "tegenheteindvandemiddaghapjestijd". Iedereen krijgt dan wat iets uit een blik (behalve Sorri, die vindt daar niks aan en krijgt poezensnoepjes)(om daarna de schoteltjes van de andere af te likken). Het is een mooie manier om iedereen weer even tevoorschijn te toveren. Maar deze keer was Wilma er niet.

Bulgarije is een mooi land maar voor huisdieren is het soms/vaak een gevaarlijke omgeving. Ollie en Henk werden doodgebeten door loslopende honden. Er zijn vossen, er wordt soms gif neergelegd (Stefka van het winkeltje verloor een maand of wat terug 6 poezen en een hondje door gif), er zijn slangen en er zijn veel leegstaande, brakke huizen waar je makkelijk in opgesloten kan raken. 

In de avond, na het eten en de afwas verzamelen alle poezen zich bij het huis. Met touwtjes aan stokjes en balletjes wordt er dan in de tuin met de poezen gespeeld. De buren bekijken dit met volledige en onbegrijpende verbazing. En misschien is het ook wel een raar gezicht. Maar de poezen vinden het absoluut fantastisch. Gijs, die toch wat ouder wordt gaat plots helemaal los op een balletje en Wilma, die toch een beetje een theemuts is, vliegt bloedfanatiek achter touwtjes aan. Maar gisteren was er geen Wilma. 

Tot een uur of negen hebben we staan roepen. Soms luistert een poes daar naar. Soms. Maar gisteren dus niet. Annet heeft door verlaten en volledig doorgeschoten tuinen gedwaald. En we riepen maar. Ook daar verbazen de buren zich over. Een poes is hier een soort van achtergrondruis. Ze zijn er, en dan niet meer. Maar wij riepen. Omdat Wilma geen ruis is. Terneergeslagen en fatalistisch gingen we naar bed. We hebben dit vaker meegemaakt en Wilma daarom al een beetje opgegeven. 

Vannacht lag Wilma niet in haar stoel op veranda. Tegen 4en stond ik even buiten en, ja verdomd en er leek een donkere schaduw op de tafel voor het huis te zitten. En voor ik die zin helemaal kon denken schoot er een poes de trap op en de slaapkamer in. Wilma was weer terug. 

Het is misschien een belevenisje van niks. Het is denk ik ook niet goed uit te leggen hoe het voelt om een poes die nooit lang weg is niet meer te zien terwijl je wel de vele, de heel veel honden 's nachts zich helemaal gek hoort blaffen omdat er "iets" door de tuin of straat loopt. Maar, Wilma is terug. Alles is weer zoals het hoort te zijn.



 

zondag 7 juni 2026

[...]*

 










* Het is misschien een contradictie. Een stuk lopen door het dal waar de Cherni Lom doorheen loopt. Het was er warm, stil warm. Of stil en warm. Maar, we liepen er een stuk. Ook om te kijken of de overkapping van het thracische graf al gemaakt was. Al wisten we daar het antwoord al op. Maar, en dat is dan de contradictie, misschien, moet je daar dan weer allerlei woorden bij tikken? Over stilte? Foto, woordjes, foto, woordjes? Al die drukke woorden. Foei. Warm en stil. Dat lijkt me wel genoeg.

zaterdag 30 mei 2026

De Poboti Kamani (toeristische informatie).

Misschien dat er lezers zijn die denken dat we hier een soort poezenpension exploiteren en in onze vrije tijd langs verkruimelende socialistische beelden trekken. Van dat poezenpension kan wel kloppen maar we bezoeken, zeker nu we een nieuwe tweedehands auto hebben ook wel eens iets anders dan een genegeerd oud links beeld. 

De Poboti Makani liggen vlak voor Varna, aan de kust. Het zijn stenen, vaak in een soort pilaarvorm die zo'n 50 miljoen jaar geleden gevormd zijn. Niemand is er zeker van hoe de Poboti Makani gevormd zijn. Op dit moment is de meest gangbare theorie dat ze ontstaan zijn rond scheuren in de grond waar methaangas uit stroomde. Daar is vast meer over te zeggen maar dan begrijp ik zelf niet goed wat ik schrijf. Veel verstand van geologische processen heb ik verder ook niet. 

De Poboti Makani stonden al jaren op het ongeschreven bezoeklijstje. En nu we eindelijk weer een auto hebben die niet om de 5 kilometer stilvalt leek het een mooi moment de stenen te bezoeken. Ook al betekende dat 2 uur rijden. Bijna alles is hier nu eenmaal ver weg. En het was een mooie autotest.

De stenen liggen in een woestijnachtige omgeving, vlak naast een drukkige weg maar als je je best doet zie je die weg op geen enkele foto terug. Er is een ingang maar als je de gevraagde 3 euro niet wilt betalen is er niemand die daar wat van zegt. De aanwezige toegangsmeneer zat in een gebouwtje en had enige vorm van toezicht houden al jaren geleden opgegeven. In het gebouwtje kon je wat souvenirs kopen. Maar er waren verder geen wonderlijke samengestelde broodjes, gebakjes of zelfs maar koffie. Er was zelfs geen automaat. 

We betaalden de toegangsprijs en liepen gauw door. Toen we wat later omkeken gaf de toegangsmeneer uitleg aan andere toeristen. Misschien was de 3 euro wel voor die uitleg. Maar omdat we alle twee niet van uitleg houden liepen we vlug door. Dat is geen eigenwijzigheid, van dat niet van uitleg houden. Maar meestal dwaal ik na 30 seconden onthoudbaar af, ergens in mijn hoofd en ga dan de andere aanwezigen bestuderen. Daar heb je niks aan. Vooral als je niet zeker weet welke taal ze spreken.

De Poboti Makani, had ik al gezegd dat ze 50 miljoen jaar oud zijn? Goed, maar ik had nog niet gezegd dat de stenen in de vorm en samenstelling die ze hebben nergens anders op de wereld voorkomen. Only in Bulgaria. 

We vonden het bijzonder en ook nog mooi, de stenen. We sjokten fijn door het zand, klommen heuveltjes op en af, bekeken de pilaren van allerlei kanten. We deden al met al wat je hoort te doen als toerist. En dat bedoel ik niet cynisch hoor. Prima mensen toeristen. Zelf ben ik het graag. Ook al vergeten we in alle dagelijkse dingen hier wel eens dat we eigenlijk toeristen zijn. Proud to be a tourist enzo.

Tijdens het terug naar huis rijden kwamen we, ongepland, dat wil ik wel benadrukken, toch nog langs een wankelend socialistisch monumentje. Alle tekst was er van verwijderd. Maar het was een leukerdje, dat kon je zien.

En we zagen ook nog een duidelijk al heel lang geleden verlaten tankstation. Al met al, toeristische topdag!

Thuis ging Gijs meteen de wacht zitten houden bij een meegenomen stuk Poboti Makani. Hij keek er een beetje boos bij. Maar dat was misschien omdat hij vond dat we de steen hadden moeten laten liggen waar hij al miljoenen jaren lag. Maar ja, toeristen.

woensdag 20 mei 2026

Automaten zijn overal

Als je een tijdje hier in Bulgarije woont en de verbazing over enorme gaten in de weg, de leegstaande huizen en de matige staat van de publieke voorzieningen is overgegaan in stille acceptatie gaan andere dingen je opvallen. De alom aanwezige automaten en die waaruit men koffie haalt in het bijzonder bijvoorbeeld.

Ze zijn overal. Echt overal. Hier bijvoorbeeld staat er één in het piepkleine dorpje Moritsa (leuk monumentje én een vriendelijk hond) aan de Hemus snelweg (snelweg van Sofia naar Varna, 440 km, start van de aanleg was in 1973 en nee, hij is nog lang niet af).

Er is zelfs een bord dat naar deze automaat wijst (кафе = koffie).

Deze staat bij het gemeentehuis in Palamartsa. Hij werd net bijgevuld. Eerst stond de automaat aan de overkant van de straat, bij Miltjo's kroeg. Maar sinds de kroeg een Engelse eigenaar heeft is hij verplaatst naar het gemeentehuis. 

Of deze, bij de garage waar de nieuwe oude auto vandaan komt.

Naast de dierenarts is er ook één.

En deze staat voor de deur van de Engelse Club. De plek waar we Bulgaars proberen te leren. Je kunt er ook terecht voor Duits, Russisch en Spaans. Al heb ik er nooit andere cursisten gezien.

En deze, een koffieautomaat met daarnaast een snoepautomaat staat bij Dudo. Dudo is één van de twee grote doe-het-zelfwinkels in Popovo. In het begin van de week waren we er, onszelf luid beklagend, tevergeefs aan het zoeken naar verf op waterbasis. Tot onze vrolijke verbazing voegde een perfect Amsterdams pratende Bulgaar zich bij ons (Hassan woont al 30 jaar in Nederland). Al beklaagde hij zich erover dat niemand, ook de medewerkers niet, wist waar de badkamerkit lag. Maar dat wisten wij dan gelukkig weer. Al zoeken we nog steeds naar verf op waterbasis.

Bulgaren drinken thuis ook wel eens koffie maar het liefst doen ze dat ergens buiten, op straat. Beetje kletsen, beetje hangen en weer verder. Overal staan er automaten. Ik had het idee om alle koffieautomaten aan de Boulevard Bulgaria, de lange straat die Popovo doormidden deelt te gaan fotograferen. Maar niet iedereen in dit huishouden vond dat een fantastisch idee. 

Pas onlangs realiseerde ik me dat zoveel automaten ook wel moest betekenen dat ze niet vernield werden. Of opengebroken. Of iets anders wat men in, zeg Nederland met automaten zou kunnen doen. 

Ik zou nog wel wat door kunnen tikken over automaten maar eigenlijk gaat dit blog vooral over deze automaat.

Hij staat aan de rand van het dorpje Svetlen, net voorbij Popovo. De automaat, het is er één waar snoep en blikjes in kunnen, staat niet in een wijk, hij staat niet eens in een straat. Een woekerend stuk gras, daar heeft men hem neergezet. Er is zelfs een stukje beton voor gestort. Voor de stabiliteit. Al staat hij een heel klein tikje scheef.

Hij staat er nu zeker zes maanden. En al een half jaar lang is hij leeg. Elke week rijden we er voorbij, we kijken en dan zegt één van ons twee, "Nee, nog steeds leeg". Ik denk dan nog even na over wat dat gekost heeft, of de automaat ooit vol drankjes en snacks zal zitten, en waarom iemand misschien vergeet de automaat te vullen. En dan vergeet ik hem weer. Tot de week daarna.

dinsdag 12 mei 2026

De lente is gelukkig geel.


Vanuit de trein naar Sofia had ik ze al gezien. Grote, glimmend gele velden. Maar in Palamartsa gebeurde het wat later. Maar dat is met de meeste dingen zo.



We hebben tot nu toe een klassiek Bulgaars voorjaar. Mooi weer tot in de middag. Dan betrekt het en in de avond regent het. Al dan niet gevolgd door klappen stevig onweer.  


De winter was hard. Grauwhard. Henk werd doodgebeten. Annet's moeder overleed. De auto stopte ermee. En het sneeuwde te vaak.

De paadjes waar ik in de winter liep overgroeien en zijn soms nauwelijks meer begaanbaar, of doorgaanbaar. Overal zitten stekelstruiken en de heuvels waar die op staan zijn zompig en verzadigd van de gesmolten sneeuw en de gevallen regen. Ik heb alweer een paar wandelschoenen verpest door het te lang in het water lopen. Ze stinken naar een la vol nooit uitgewassen sokken. 


Koolzaad is er altijd het eerst. Her en der een veld. Ze maken er bio-diesel van. Maar er is vast ook iets met subsidie want het zijn nooit meer dan drie velden. waar je ook nog naar moet zoeken.

Zelf vind ik het koolzaad mooier dan de zonnebloemen die straks komen. Het geel glimt een beetje. De planten zien er verraderlijk vriendelijk uit. Maar als je zo'n veld zomaar inloopt zit je na een meter of drie helemaal vast. Wirwarren vormen ze, die koolzaadplanten.

Maar, het is lente. En de lente is gelukkig geel.