zondag 13 september 2026

Over afvoerpijpen, poezen, auto's en kortsluiting.

Zondagochtend. Zeven uur. Buiten regende het weer eens ouderwets bijbels. Binnen bedelde Steve om blokjes kaas en bekeken we de week die was.

De afvoerpijp van het toilet/de douche begon te lekken. We kochten kit en nadat die niets deed kochten we andere. De nieuwe tweedehands auto had zoveel miljoen kilometer gereden en moest onderhouden worden. Er bleek een scheur in een band te zitten en een schokbreker was kapot. Onderdelen van een Audi bleken erg prijzig. Maar, het was toch vooral de week van poes Anneke.

Anneke eet bij ons, slaapt op de stoelen, speelt vaak mee en in ieder geval stoeit ze met Sorri. Maar er was iets met haar. Ze was stiller. At weinig. En toen verdween ze. Twee dagen was ze weg. We zagen haar nergens. Reageerde niet op roepen. Weg was ze. Ik was eigenlijk bang dat ik weer een stukje moest gaan schrijven dat erg slecht afliep. Tot ze, na twee dagen zwakjes en aarzelend weer opdook. De dierenarts keek haar en haar bloed na. Niets. Voor de zekerheid wat spuitjes erin. Afwachten maar.

Toen we één van die onderwerpen nog eens wilden doorspreken kwam er plots een geluid van boven. Een soort sidderen, knetteren, en nog een keer. En toen was er geen stroom meer.

Nu valt de stroom hier vaker uit. Dit is tenslotte Bulgarije. Maar dat knetteren hadden we niet eerder. Dat hoorde niet. Annet belde het noodnummer van het elektriciteitsbedrijf Energo Pro en werkte zich bewonderenswaardig knap door een Bulgaars keuzemenu en levende vragen heen. De mevrouw zou een mannetje langs sturen. Het mannetje belde wat later. Als het binnen in ons huis was deed hij niets. Vraag maar aan de buren of die stroom hebben. Natuurlijk hadden die stroom. Dan doen wij niets.

Omdat toeval niet bestaat was dit de dag dat Dimitar, de schoonzoon van Jordan en Duschka de laatste kwam halen om haar mee te nemen naar Sofia. Dimitar is militair, erg aardig, perfect in het Engels en erg behulpzaam. En hij weet erg veel van stroom. Hij verdween langdurig naar de zolder van ons huis en ging daarna buiten kijken. Er bleek een tak van een boom, nou ja, de bladeren daarvan tegen iets van de stroom aan te zitten. Ach weet ik het. Ik kan best een goed gesprek voeren over het werk van Jan Schoonhoven maar zodra er iets van praktische waarde moet, nee, niet echt. 

In ieder geval. Wat erg ontbrak was een ladder die lang genoeg was om het geconstateerde probleem op te lossen. En echt, toeval bestaat echt niet, precies op dat moment reed er een auto van de Energo Pro langs. Met twee grote stoere mannen erin. En lange ladders op het dak. Dimitar hield de auto aan, kletste wat, een man schudde van "ja" (wat hier "nee" betekent)(ja, echt) maar Dimitar hield vol en ok, vooruit dan maar, de mannen stapten uit sjorden met ladders en verhielpen, terwijl ze dat helemaal niet hoefden te doen het probleem. En er was stroom. Voor we de mannen zelfs maar echt konden bedanken reden ze alweer weg.

Het is allemaal niet wereldschokkend, dat weet ik ook wel. Maar het was erg fijn, en mooi ook, dat een paar mensen een tijdje in de stromende regen iets deden zonder dat ze dat hoefden te doen. Of er verder nog wijze lessen in het verhaal zitten, daar denk ik nog over.

Toen ik later mijn drijfnat geregende overhemd op de slaapkamer ging omwisselen vond ik Anneke daar. Tevreden slapen op het dekbed. Misschien komt alles, of in ieder geval het belangrijkste weer goed.

 

vrijdag 4 september 2026

Over kippen en paprika's.

In Bulgarije zijn zo'n 15 miljoen kippen (in Nederland zijn dat er 88 miljoen, het is me wat met die voedselzekerheid). Tussen de 300.000 en 600.000 zijn hobbykippen. Wij wonen naast 5 van die hobbykippen. 

We zorgen nu al een paar weken voor de tuin van de buren. Bij die tuin horen ook vijf kippen. Maar ik kon me er niet toe zetten om ze in meer dan wat bijzinnen te noemen. Hun leven was te treurig.

Veel mensen in het dorp hebben kippen. En omdat er rond het dorp veel vossen zijn wonen die kippen vaak in solide hokken. Omdat je een vos nooit moet onderschatten hebben de meeste kippeneigenaren een hond. En omdat één hond geen hond is zijn het er vaak twee, of drie, of zes. Maar dat is weer een ander probleem.

Buurman Jordan had ook een hond. Bobby, een venijnige kniehapper die helaas een jaar geleden plots dood in zijn hok lag. Bobby had een best hondenleven. Hij lag niet, zoals de meeste honden hier, permanent aan een ketting maar liep met buurman Jordan mee naar het dorp. Als hij het daar allemaal te lang vond duren liep hij zelf terug. Maar, ergens in het voorjaar, toen Bobby er al niet meer was, sprong er een vos op en daarna van het dak, pakte een kip en weg was hij. Jordan bracht de kippen daarna onder in een, ja, gut, een soort lage, krappe kooi. Het was geen gezicht. En het moet voor de kippen hels gevoeld hebben. Ze begonnen er bar slecht uit te zien en eieren leggen deden ze ook al niet meer. Zelf drukte ik de kippen maar naar de uiterste zijkant van mijn waarneming.

Afgelopen week verzon Annet plots een oplossing. We kopen kippengaas, spannen dat over de lengte van het hok van de kippen, klaar. Een vos zou zich wel twee maal bedenken voor hij over het gaas sprong. 

Die zinnen schrijf je zo op. De uitwerking was toch iets anders. Eerst kochten we kippengaas bij DuDo. Dat is een grote bouwmarkt (het beeld dat je nu in je hoofd hebt klopt niet). Na erg lang zoeken vonden we rollen kippengaas. We liepen terug naar een kassa en betaalden daar het gaas. We kregen een briefje mee dat we aan een ernstig omvangrijke man gaven, die bekeek het briefje langdurig (terwijl hij ons 5 minuten geleden nog even langdurig de verschillende gaassoorten had uitgelegd) en daarna mochten we het kippengaas meenemen.

Ik zou het proces kunnen beschrijven dat daarna volgde maar dat ben ik een beetje kwijtgeraakt. Er ging nogal wat fout. Er wankelde trappen. Er ontbraken punten om het gaas aan vast te maken. Er vielen woorden. Hier een woord, daar nog één. Laten we het verder niet bespreken. Maar, na een paar uur liep er over het kippenhok iets dat je een redelijk strakgespannen band van kippengaas zou kunnen noemen.

Afgelopen week kwam Duschka, de vrouw van buurman Jordan, een paar dagen terug uit Sofia. Ze kwam de zoveelste lading tomaten en paprika's verwerken. Ook dat schrijf je zo op. Maar de uitwerking, eindeloos is een aardig woord. 

Mocht je nog paprika's willen hebben, er zijn er nog wel wat over.

Duschka bekeek onze verse kippenbeschermingsblokkade. Ze moest er een beetje om grinniken. Maar, ze had toch niet echt iets met de kippen, dat was meer iets van buurman Jordan. Al zou die er, als hij van het gaas hoorde ook vast om moeten lachen. Hoe ziek hij ook is.

We dreven de kippen van hun bedompte legbatterij naar hun nu beschermde hok. Ze stribbelde erg tegen. Dwarskippen. Maar genoten daarna enorm van hun hernwonnen ruimte. Het was een hoop gedoe. En het is klein, misschien wel minuscuul nieuws. Maar wij, en zeker de kippen, werden er toch enorm blij van. 

vrijdag 28 augustus 2026

Bosjes, al dan niet heilig

Ik heb het denk ik al eens eerder opgeschreven. Wie hier, waar geen vvv's, informatieve borden of lollige publieksreclames zijn, iets nieuws wil zien is aangewezen op goed geluk, of Google Maps. Menig uur breng ik door met turen naar weggetjes of stukjes bos. En soms vind je iets.

Bij het wat armoedige dorp Gloginka, vlak na Popovo vond ik een heel complex van loodsen en schuren. Een heel bosje vol. Omdat loodsen en schuren vaak vergezeld worden van boosaardige honden stelde ik het bezoeken een tijdje uit maar, nou ja, ze stonden er. Er was geen auto te zien, en er was ook geen vuilnis waarneembaar. Het zag er, in al zijn verlatenheid eigenlijk nogal netjes uit. Raar. Maar het stond vast leeg. En die honden zouden vast aan een ketting zitten.

Laatste reden we er heen. Natuurlijk was de weg weer vreselijk. En waarom er zwaar verroeste borden met "Bewaakte zone" langs de weg stonden ontging me. Na een tijd hutsen en klutsen doemde de eerste gebouwen op. En een erg dicht hek. Hek? Wat moest dat hek daar? Het was een vervaarlijk hek. Ééntje dat niet graag open ging. Om toch iets te doen stapte ik uit en ging voor het hek omstandig foto's staan maken. Hier een foto, daar nog één. Annet, nog steeds beducht voor honden bleef ondertussen in de auto zitten. Toen ik daar, wat narrig vanwege het niet verder kunnen, instapte kwamen er plots aan de andere kant van het hek wat militairen onze kant op. Sorry, militairen? Wat lacherig stapten we weer uit en liepen vriendelijk lachend naar hen toe. Ze lachten niet vriendelijk terug. In gebroken maar duidelijk Engels werd ons verteld dat er op die plek niets was, en dat we er trouwens ook niets te zoeken hadden. 

Terwijl we weer in de auto gingen zitten fotografeerde één van de mannen de auto, en ons, overdreven uitgebreid vonden wij. Maar dat zeiden we maar niet. Stilletjes reden we weg. Net buiten het bos zagen we drie ijsvogels. Ik heb nog nooit van mijn leven een ijsvogel gezien. Laat staan drie. Het zal een troostprijs zijn geweest.

De weg naar Baba Kondu komt door een stuk of wat dorpen. In het ene dorp lagen allemaal poezen langs en op de weg. En in een volgend dorp alleen maar honden. Het zal toeval zijn. 

Baba Kondu is een stukje bos van een hectare of vijf. Het is een klein beschermd stukje natuur. De bomen die er staan zijn vaak eeuwenoud. Eiken, wintereiken. Maar daar reden we niet voor door die dorpen. 

Lang, lang gelden werkten een vader en zijn dochter op het land. Onverwacht was er een windhoos. De windhoos sleurde de man en zijn dochter mee de lucht in. De vader viel bij Baba Kondu weer naar beneden. De dochter kwam terecht bij Momimo, waar een bron ontsprong. Het stukje bos is heilig voor moslims, Turks Bulgaarse moslims. Éénmaal per jaar wordt het graf bezocht, soms wel door 3000 mensen. Ze lopen drie maal om het graf, binden iets aan een tak en hopen op genezing. Van van alles en meer.

Het is een fijn, bijna Nederlands bosje. Annet vond het net de Veluwe. We liepen hier, en ook daar. Het graf van de neergevallen vader staat er mooi bij. Het was stil. En het zou er best heilig kunnen zijn. Als je dat zo zegt. 

We namen natuurlijk niets mee uit het bos. De burgemeester van één van de dorpjes in de buurt vertelde aan een krant dat ze, jaren terug, eens gras mee hadden genomen. Voor de schapen. De vrachtwagen die het gras vervoerde ging stuk en vier schapen gingen dood. Zelfs afgebroken takken blijven in het bos. En als ze al worden meegenomen worden ze gebruikt om een moskee mee te verwarmen.

Tevreden reden we terug. De honden lagen nog hetzelfde, en later de poezen ook. We zagen geen ijsvogels. 


woensdag 19 augustus 2026

Was Bob ooit in Bulgarije?

Omdat de buren nog steeds in Sofia zijn, moeten blijven, en hun tuin een onafzienbare stroom tomaten, komkommers, okra's en weet ik wat produceert gaan we niet naar Nederland. Niks aan te doen. Er zijn belangrijkere dingen. Hier wordt het de aankomende week verzengend heet, te heet om naar buiten te gaan. Het leek me daarom tijd worden voor het antwoord op de belangrijke vraag; Was Bob ooit in Bulgarije? 

Ja. Bob was eenmaal in Bulgarije. En wel op 3 juni 2010. Toen was hij in Sofia. Daarvoor niet. Daarna ook niet. Eenmaal. 

Bob was toen tegen 8 uur 's avonds in het натионален дворец на културата (Nationaal Paleis van de Kultuur) oftewel het NDK, een in 1981 voltooide modernistische kolos in het centrum van Sofia. Annet en ik waren eenmaal in het NDK, maar dan in een klein zaaltje (al konden daar nog steeds meer dan erg veel mensen in). Op weg naar het zaaltje, en ook weer op de terugweg raakten we de weg in het gebouw totaal kwijt. Maar dat hoort misschien bij modernisme.

Of Bob na het NDK in Sofia heeft geslapen is niet bekend. Er was een hotel geregeld maar of hij daar echt geweest is, we weten het niet. De dag na Sofia moest hij in Skopje (Noord Macedonie) zijn dus misschien is hij na afloop wel meteen doorgereden. 

Bob was zeker niet goedkoop. Om erbij te zijn betaalde je in 2010 tussen de 50 en 150 lev (tussen de 25 en 75 euro) dat was hier, in die tijd best een smak geld.

Over Bob in Sofia is betrekkelijk veel, nou ja best aardig wat terug te vinden. Er is een redelijke opname van die avond (die staat hier, alleen geluid natuurlijk). Er zijn twee recensies. Die zijn natuurlijk in het Bulgaars maar door de zegeningen van de moderne tijd kun je ze in het Engels lezen. Al is het wel, door de rare structuur van het Bulgaars, soms raar Engels. Er zijn wat foto's. Ik herplaats er hier een paar.

De eerste recensie (hier) is redelijk feitelijk. Al staan er mooie zinnen in.  

"Well, here we are, FIFTY, I repeat, FIFTY years later and we finally have Bob Dylan onstage in former Commie Bulgaria. Let’s get one thing straight – no matter what idiot students, waving hammer & sickle slogans try to profess, THIS was UNTHINKABLE until about 10-15 years ago.

We locals are yet to completely comprehend, understand and take in the true meaning of this momentous event. After all, Dylan was one of those absolutely “no-no” symbols of Western influence, a must-be-stopped Medusa of potent lyrics, machinegunned your way via various musical structures."

In de tweede recensie (hier) gaat de schrijver helemaal los. De schrijver leent, denk ik, de bijtende opsom structuur van "A hard rain's a-gonna fall" maar daar wordt het stuk niet slechter van. 

"I saw many people who were perhaps the real audience. They were outside, they were in the hallways and listen to music that make their way through closed doors. Occasionally miss some guards outside or inside and then one of the doors are opened. Then inside the sound genuine and almost arrived in the hall. These were moments of joy."

En (hier verslaat de structuur van het Bulgaars de vertaalmachine):

"They remembered times tear skirts, cutting jeans and stamps on the
thighs of girls when they were short skirts. Witnessed the arrests because of an interest in music or book. One time ago told me how he slaps [b]eaten by militiamen, that it was quite make him angry. Then when I talk with him, 15 years later, perhaps because alcohol drunk, he could not talk about it calmly and did press tears in his eyes and anger it clamp on throat. He experience the incident when police entered the restaurant, stood them against a wall and beaten them with slaps."

Het was, denk ik, een mooie, voor Bulgaren gedenkwaardige avond, die derde juni. Op de geluidsopname hoor je een bij vlagen erg enthousiast publiek. Het ontlokte Dylan al meteen in het begin een glimlach. Verdere communicatie tussen de man op het podium en de zaal bleef, het blijft natuurlijk wel Bob, achterwege. 

Maar, de prangende vraag is dus beantwoord, Bob was eenmaal in Bulgarije. Zestien jaar geleden. Het lijkt me zo langzamerhand wel tijd voor een volgend bezoek. 

Is het nu klaar? Nee. Natuurlijk niet. In één van de recensies wordt even terloops vermeldt dat er in 1984 in Bulgarije een boekje is uitgebracht. Met poster. En met een klein plaatje. Ongetwijfeld een singeltje. Blowin' in the wind staat er op. En iets dat vertaald vanuit het Bulgaars "That's better" zou heten. Waarschijnlijk is dat "Don't think twice it's alright". Maar dat moet ik dus wel zeker weten. Geen idee waarom. Maar het moet. Zo gaat dat.

Ik kom er nog op terug, op dat boek. Hopelijk. 



dinsdag 11 augustus 2026

Beste poezenoppaster,

Hoewel we nog steeds niet echt weten of we wel naar Nederland gaan, we zorgen zoals je weet nog steeds voor de tuin van de buren, schrijf ik toch maar vast wat dingen op. Anders komt het er misschien niet van. 

Als je poezenoppast is het nog steeds ruim boven de 30 graden dus over het algemeen slapen de poezen ergens. Met de nadruk op ergens. Het lijkt me allemaal te doen. Maar, met onze poezen weet je het nooit zeker. De nummers van de dierenartsen hangen op de koelkast en als het nodig is kun je Ali, de taxichaufeur bellen, die rijdt je dan vlug naar hen toe.

Gijs. De koning van de wereld én de redder van het universum slaapt bijna de hele dag. Maar bij Gijs moet je altijd opletten. Zo glipt hij, nu zijn haren geknipt zijn, met regelmaat onder de deur van de buurman door en staat hij buiten een beetje wereldvreemd om zich heen te kijken. Ook komt er soms een vreemde kater in de tuin die, om het ingewikkeld te maken, als twee druppels water op Anneke (die komt later) lijkt. Gijs haat die kater en meestal eindigt het met veel geblaas en een vechtpartij. Gijs komt dan weer terug met een hoofdwond die ontsteekt. Bel dan de dierenarts. Gijs is de enige poes die 's nachts binnen MOET slapen. Maar daar is hij zo aan gewend dat hij meestal zelf voor de keukendeur gaat zitten.

Lenie. Woont in het huis naast ons maar eet bij ons. Mocht je Lenie langzaam vinden, dat is zo. Maar dat doet ze expres. Als je gaat duwen dan gaat ze enorm blazen en grommen. Geduld helpt, en het is toch te warm voor snelheid. Lenie komt de laatste weken 's nachts bij Annet liggen. Reuze gezellig maar ze gaat dan omstandig de haren van Annet likken. Mocht ze dat bij jou ook doen, bedenk dan maar dat het pure liefde is.

Wim. Is zomers net zo raar als in de winter. Wim is een schatje die niets liever doet dan op schoot zitten. Tegelijkertijd vindt hij het geen enkel probleem om bijna elke andere poes te bedreigen en hard op het hoofd te meppen. Terwijl het toch een klein, gezet poesje is. Het zal onzekerheid zijn. Wim eet alleen op tafel en hoe de brokjes moeten liggen wisselt. Soms direct op tafel, soms op de deksel van de pot waar de brokjes in zitten. Inderdaad, er zijn ergere dingen.

Anneke. Kleine poes terwijl ze toch al twee is. Nu de buren langdurig in Sofia zijn heeft Anneke zich hun tuin toegeëigend. Ze volgt je met argusogen en let op of alles wel voldoende water krijgt. Anneke heeft een vreemde obsessie met water. Ze drinkt het liefst uit een gevuld glas dat in de wasbak in de keuken staat. Of uit een lopende kraan. Of water uit de slang waarmee je water geeft. O, en hoewel ze mager is gaat Anneke ongetwijfeld lopen bedelen om snoepjes. Geef ze maar gewoon, dat doen wij ook altijd.

Wilma. Dikkerdje met een gezellig humeur. Wilma praat tegen je, hele verhalen kan ze afsteken. Dat je haar niet verstaat maakt niet uit. Maar als je korte keelklanken als antwoord geeft praat ze nog een tijdje door. Wilma zit graag bij je op schoot. Al betekent dat dat ze zo'n beetje met haar hoofd tegen je neus aan gaat liggen. Ze slaapt overdag vaak in de kelder van de bouwval naast de buren. Als je haar te lang niet gezien kun je gaan staan roepen. Al terugpratend zal ze dan, het kan even duren, naar je toe komen. Om daarna nog een tijd tot in detail te vertellen over wat ze allemaal niet heeft meegemaakt.

Sorri, meest vriendelijke poes ooit. Praat, net als zijn moeder Wilma tegen je. Al is het bij Sorri meer een kermend "ik heb echt ondragelijke honger". Hoewel Sorri heel vriendelijk is en het met elke poes goed kan vinden is hij erg oplettend en doodsbang voor honden en vreemde mensen. Het is maar de vraag of je Sorri gaat zien. 

Steve. Is van de buren maar wij geven hem eten. Steve is denk ik al 12 of 13. Dat is voor hier erg oud. Hij wordt, of is, oud en erg stram. 'S ochtends komt hij tijdens het ontbijt langs om blokjes kaas te eten. Om half 4 krijgt iedereen wat natvoer. Steve krijgt een ruime bak. Als hij eten wil, krijgt hij eten. 

We zijn, als we gaan maar een dag of zes weg, dat moet te doen zijn. Maak je niet te druk. Per dag schieten wij vaak maar een keer of 2, 3 in de echte paniek.