woensdag 8 juli 2026

Vijf jaar (poging tot een evaluatiegesprek)

"Sorry, wat?". "Evalueren? Wat dan?". "Dat we hier vijf jaar wonen?" "Gut gut, het lijkt wel werk. Maar, als je dat nou echt graag wilt weten, ok, evaluatie". 

"Of wat? Of de emigratie heeft opgeleverd wat we ervan hadden verwacht?" "Serieus? Staan die vragen op een briefje of zo?" "Maar, kijk, we hadden geen echt doel. We wilden alle twee liever niet meer werken en dat kon met het opgespaarde geld natuurlijk niet in Nederland. Mooi land Nederland maar wel een tikje prijzig. En omdat we dit huis hadden, hier in Palamartsa, gingen we hier heen en, nou, ja, we werken nog steeds niet dus het doel is bereikt zeg maar". "Of we het nog wel kunnen betalen?". "Het is wel een echt openhartige vragenlijst he?" "Maar, ik zal het even nakijken. Net als vroeger op het werk houd ik het geld bij en tel ik op, deel door zoveel, gum wat dingen uit en ja, daar is dan een bedrag. Vorig jaar gaven we gemiddeld per maand 1093 euro uit. Maar daar zat dan wel alles bij, het huis, belastingen, ziektekostenverzekering, de auto. Zulke dingen. Nee, allemaal keurig opgesplitst in allerlei kolommetjes. Ja, er is ook een kolommetje "Poezen", 205 euro per maand, gemiddeld, voor de pluizenbollen". "Wat? Ja, maar je krijgt er een hoop voor terug zullen we dan maar zeggen".

"Ja, door de poezen is het een heel ander leven geworden dan verwacht wat we hier hebben. We zouden het land rond reizen. Hier kijken, daar kijken. Maar dat zit er niet echt meer in. Oh, en ik weet het nog. Annet helpt het me soms herinneren. We waren hier drie weken en we waren in Buzludzha, in een hotel. Daar sprak ik de onvergetelijke en vaak geciteerde woorden "Maar ik ga me niet aan die poezen hechten hoor!". "Nee, dat is niet helemaal gelukt nee". "Ik zei het gister nog; Sommige mensen hebben een gloedvolle carrière. Wij redden poezen. Het is geen lastige keuze". 

"Of we geïntegreerd zijn?" "Gut, ik was in Nederland niet eens geïntegreerd, laat staan hier". "Nee, maar kijk, Palamartsa is een wonderlijk dorp. Er zijn hier Bulgaren, daar kennen we er best wat van. En er zijn hier buitensporig veel immigranten". "Wat? Nee, ze noemen zichzelf expats maar dat is een versluierend woord. Immigranten, dat zijn we. De allermeesten komen uit Engeland. En daar kennen we er wel wat van maar niet heel erg veel. Ze klitten meest bij elkaar en om nu te doen alsof we in Little England zijn komen wonen, nee". "Omdat het er nu zoveel zijn leven sommigen eigenlijk in een raar soort Engelse enclave. Ze vragen dingen aan Engelsen, krijgen antwoord van Engelsen, in het Engels. Bulgarije, Bulgaren, het is een soort ruis, een achtergrond, een soort set, toneelstuk". "Ik heb geen idee hoeveel het er zijn maar een quotum zou een goed idee zijn. De kroeg is Engels, er is een Engels bouw/klusbedrijf, een Engelse zwembadaanlegger, er is zelfs iemand die regelt vakanties voor mensen uit Engeland zodat die hier, rond het dorp op motoren door de natuur kunnen raggen". "Ja, ik heb daar wel een woord voor ja. Maar we houden het leuk". "Nee, we gaan niet veel met immigranten om. Ik ben toch al niet zo gek op mensen en, maar dan stop ik er over, er zitten ook best veel WEF haters, vaccinatieweigeraars, wolkenvrezers  en "Nederland is kut, Bulgarije is fantastisch en stuurt u wel eens heel vlug mijn uitkering op!" mensen tussen". 

"Taal? Ja, dat blijkt een tegenvaller. Toen we hier twee jaar woonden dacht ik nog optimistisch dat we dat met een jaar of 5 redelijk goed zouden spreken. Maar dat gaat niet lukken, ben ik bang". "Nee, ik denk dat dat erg met in een dorp wonen samenhangt. Je ziet hier soms letterlijk dagenlang geen mensen. Als we in zeg Sofia zouden wonen konden we veel meer, natuurlijker ook, oefenen". "Nee, het is een hondsmoeilijke taal. Er is iets met een tijdsvorm van een werkwoord dat een afgesloten handeling aangeeft, en een tijdsvorm die een zich herhalende herhaling aangeeft. En dan sta ik maar te denken wat ik precies wil zeggen, herhaalt zich dat of is het maar één keer?". "Zie je, ik kan niet eens uitleggen hoe het probleem precies zit". "Nee, we houden vol. In september gaan we weer verder met de lessen". 

"Ik heb geen zin meer hoor. Ik ben wel een beetje klaar met de evaluatie". "Als het in Nederland een paar dagen overspannen heet is moet iedereen het horen en van je wee en ach maar hier is het gewoon tot ergens in september heet, dus ik ga even zitten hoor". "Nee, we blijven nog een tijd hier. Volgende week donderdag mogen we de nieuwe verblijfsvergunning ophalen, die is geldig voor 10 jaar. En na die 10 jaar zien we wel weer verder". "Nou dan vul je het toch verder lekker zelf in. Stuur maar op, ik kijk wel of het mijn antwoorden hadden kunnen zijn. Zo voorspelbaar ben ik volgens mij wel". 

dinsdag 30 juni 2026

Een konijnenmeisje, "Piemel", "Staart" & Underworld

Dus ik stond opeens naast een in het roze gekleed konijn. Ze was met haar ouders meegekomen en die hadden haar duidelijk een erg goede opvoeding gegeven. Ze was 6, 7? Zoiets? Maar ze danste beter op de snoeiharde techno dan menig volwassene rondom haar. Op haar hoofd had ze iets van een roze pet. Met konijnenoren. Haar blik onder het dansen was verbeten volwassen. Tot ze naar haar ouders keek. Dan werd ze weer gewoon 6. Of 7.

Underworld hoorde ik voor het eerst goed op de fiets. Ik werkte toen in De Goorn en omdat daar geen station was fietste ik erheen vanaf Obdam. Een klein half uur duurde dat. In dat half uur klonk dan de slimme dansmuziek van Underworld in mijn oren. Als ik wind tegen had moest het geluid wat, of meer dan wat harder. En in mijn herinnering had ik altijd wind tegen. Licht doof kwam ik dan op het werk. Wat wel fijn was, dat dove, want de bibliotheekmevrouwen die er al jaren en jaren werkten en vrijwel allemaal een hekel aan elkaar hadden begonnen vaak meteen met het uiten van allerlei klachten en ander leed. Ik neuriede dan gewoon nog even Kittens in m'n hoofd. 

Naar Underworld gingen Annet en ik vaak. In Nederland. Toen we lazen dat de band in Sofia zou optreden dachten we verder geen minuut na en kochten kaarten. Online. Ik zal je verder besparen hoe ingewikkeld dat kan zijn. Online kaarten bestellen. In Bulgarije. Waarom zou je iets makkelijk maken als het ook bijna onmogelijk kan zijn? 

Underworld maakt dansmuziek. Maar dan, al zeg ik dat misschien omdat ik het zelf leuk vind, slimmer. Lange liedjes, vage teksten, redelijk uniek. Maar als het lied Born Slippy niet in de film Trainspotting terecht was gekomen was het waarschijnlijk een kwakkelend bandje gebleven. In de zomer spelen ze op festivals. Want op dat ene liedje komen nog steeds bakken mensen af. Dat is niet erg. Annet en ik gaan voor de andere liedjes.

De buren zouden de poezen eten geven en Gijs kon bij de dierenartsen overnachten. Dat was belangrijk want Gijs is weliswaar een softe bol wol met vaag iets van hersencel of drie, hij doet altijd iets stoms, of erger. 

Ik houd van herhaling. Dezelfde hotels, dezelfde restaurants. Die herhaling. Dan houdt m'n hoofd ruimte voor al de dingen die wel anders gaan. Of zoiets. Dus gingen we, net als bij Massive Attack vorig jaar, naar hetzelfde hotel en we aten bij hetzelfde restaurant. En ja, daar kon je nog steeds de woorden "Piemel" en "Staart" lezen. Het is fijn als dingen niet veranderen. Al is het maar graffiti. 

Omdat het, net als vorig jaar bloederig heet was gingen we wat later naar het festivalterrein. Tot onze licht ontregelende verbazing was het daar pauze. Die pauze was niet in overeenstemming met het schema. Er werd op het podium getut met gitaren. Een akkoordje. En nog één. Er werd ontstemd gekeken. We hingen rond. En deden dat nog een keer. Na een tijd begon er plots een bandje, Nothing But Thieves. Die hadden we moeten kennen van het lied "Amsterdam". Maar dat heeft me nooit wat gezegd. Het publiek, meest in de puberleeftijd vond het allemaal prachtig. Maar volgens mij waren ze eigenlijk alleen maar een uur te laat. De band speelde goddank een korte set met voor de hand liggende gitaarliedjes en liet ons meerdere malen weten dat ze Sofia fucking helemaal lovede. En dat ze fucking een andere fucking keer fucking terug zouden komen. Dat leek me een waarlijk prima plan. Vooral dat een andere keer.

Na het optreden stroomde het puberpubliek weg. Waarschijnlijk zouden die de fucking andere keer wel weer terugkomen.

Na een erg korte pauze mocht Strahil Velchev aka DJ Kink het podium op. DJ kink bleek een een erg aardige meneer die met een ai robot en allerlei andere dingetjes fijn harde dansmuziek maakte. Na een kwartiertje mocht zijn driejarige dochter papa komen helpen met het aan knopjes draaien. En dat deed ze prima. En enthousiast ook. Helemaal in de maat was het misschien niet maar wat maakt dat eigenlijk uit, maat houden?

Na een erg klein half uur werd DJ Kink te kennen gegeven dat het zo wel goed was. Er moest duidelijk tijd worden ingehaald. De tafel met zijn spullen werd nog net niet onder zijn handen weggereden.

En toen mocht Underworld. De sfeer zat er bij Annet en mij nog niet echt lekker in. Misschien waren we te laat gekomen. Misschien was het veel te warm. Misschien moesten we aan Gijs denken die misschien wel in paniek zou raken van de warmte. Zulke dingen. Maar dat kwam gelukkig allemaal goed in ongeveer 13 seconden. Underworld begon en we waren vrolijk. En wij niet alleen. Overal waren vrolijke mensen. Het konijnenmeisje en haar ouders dansten wild. Omvangrijke Bulgaren bewogen als nooit tevoren. Op het podium leek van alles aan de hand te zijn met weigerende microfoons en bijbehorende boze blikken. Maar maakte dat uit? Welnee. De muziek klonk harder dan ooit en na een uur en een kwartier was iedereen, ja wij ook, totaal kapot. Doodkapot. Er was geen droge draad meer te vinden, nergens denk ik. We zijn letterlijk naar een metrostation gewankeld. 

De dag daarna zaten we in de ochtend op het altijd lege station Sofia. Op een bankje iets verder zat een dronken wordende meneer. Een herdershond lag onder het bankje waarop hij zat. Uit zo'n irritant draagbaar boxje kwam luid de stem B.B. King die zong dat de thrill gone was. We keken naar de ruimte voor ons. Misschien was daar wel iets weg. Maar wie weet kwam er ooit wat voor terug.

De treinreis terug duurde niet de geplande 5 uur. Het werd 6 uur. Vanwege de hitte mocht de trein niet te hard. Alle poezen waren gezond en ook zeer blij dat we eindelijk weer eens thuis waren. En ik neuriede ergens in mijn hoofd, dat pas over een dag echt wakker gaat worden Kittens.


zaterdag 20 juni 2026

Lenin was nooit in Novgrad


Novgrad (nieuwe stad) ligt op een stevige steenworp van de Donau. Het landschap wordt daar steeds glooiender, weidser. Platter mag ook. Soms is dat, zeker als je uit Nederland komt een verademing. Even geen heuvels of bergen die het verzicht belemmeren.

Nadat Bulgarije in 1989 een democratie werd werden overal in het land de hardcore communistische beelden verwijderd. Een aantal kwamen in een museum in Sofia terecht maar de rest verdween. Maar niet in Novgrad.

We reden naar Novgrad omdat we er nooit eerder waren. En omdat er een meer dan menshoog beeld van Lenin staat. Als je heel goed zoekt vindt je heel erg her en der nog wel een wegverstopt hard communistisch beeld maar zo groot als de Lenin in Novgrad? Nee. Mijn eerste gedachte, toen ik over het beeld hoorde was dat er dan wel heel erg veel gelovigen in Novgrad zouden moeten wonen. Maar de verklaring voor het beeld is eenvoudiger. Het beeld werd er in 1973 neergezet en het werd na 1989 nooit verwijderd omdat de bewoners dachten/hoopten dat het een toeristische trekpleister zou kunnen worden.

We keken er een tijdje rond. En zagen geen andere toeristen. Ik maakte foto's van het beeld van alle kanten. En toen nog een paar. We kochten, vanwege dat "trekpleister" idee een cola en een pakje honingwafels. Hoe die wafels smaakten weet ik niet want er dook een leuk, klein hondje op dat met hongerige ogen naar de wafels keek. Nadat hij de wafels op had liep hij gehaast achter een mevrouw aan die ook op het terras had gezeten. Het hondje blafte in de richting van de mevrouw. Ze keek naar ons. En zei iets tegen het hondje. Daarna liepen ze naar huis.

Vlakbij Novgrad ligt Beleanovo. Daar is een rotskerk. Nu zijn er in Bulgarije tientallen, waarschijnlijk honderden rotskerken en rotskloosters. Maar voor de meesten heb je een klimuitrusting en een zekere mate van doodsdrift nodig om ze te bekijken.

De rotskerk in Beleanovo ligt, gelukkig, gewoon langs de weg. Je drentelt er rustig heen. En kijkt er een beetje rond. Er waren zelfs hekken om te zorgen dat je geen doodssmak kon maken. 


Er waren bankjes om te zitten. Er stonden schilderijen. Je kon er kaarsen opsteken. Al ontbraken de kaarsen. Dat was jammer. Er stond ook ergens een bord met uitleg maar het enige dat daarop ontbrak was hoe oud deze rotskerk was. Laten we maar houden op "heel oud".


Beleanovo is verder een onooglijk klein gehucht. 50 mensen? Meer kunnen het er haast niet zijn. En toch hebben ze nog een bezienswaardigheid, of is beleveniswaardigheid tegenwoordig een beter woord? Er is een heuse hangbrug over de Jantra rivier! 


Het is een iebelig smal ding en hoewel we van te voren zeker wisten dat we naar de overkant zouden lopen hebben we dat natuurlijk toch niet/wel gedaan. 


En op de terugweg kwamen we ook maar weer eens een verlaten tankstation tegen. Lenin blijft waarschijnlijk nog wel een tijdje staan in Novgrad.



vrijdag 12 juni 2026

Wilma was weg.

We zagen Wilma voor het laatst zo tegen 12en. Ze zocht een plekje in de schaduw van de pruimenbomen die aan de linkerkant van de tuin staan. Het was de eerste 30 graden of hoger dag dus dat schaduw zoeken was logisch. Annet en ik waren net terug uit Popovo. We stelden een notaris erg ingewikkeld geformuleerde vragen over verblijfsvergunningen en aktes van het huis. De notaris keek steeds verbaasder en gaf erg korte antwoorden. Waar we eigenlijk weer blij van werden. En iemand op de markt repareerde de belachelijk kwetsbare oplaadingang van mijn telefoon. Het was al met al een goede ochtend.

Maar na 12en zagen we Wilma niet meer.

Dit blog gaan veel vaker dan gedacht over de poezen. En wat er met hen aan de hand is. Of erger. Toen we hier naar toe verhuisden was het niet de bedoeling om een soort poezenpension waar niemand voor betaald te beginnen. Maar, nou ja, dat is het dus wel geworden. Niet dat dat helemaal onverwacht was. Annet en ik waren ooit op vakantie in een weinig vrolijk dorp in Frans sprekend België. We gingen er daarna nog drie keer heen. Natuurlijk, het was er mooi maar er woonden ook twee ontzettend leuke honden.

Wilma is wel vaker wat langer weg. Ze houdt van rustige plekjes waar niemand haar aan haar hoofd zeurt. Maar tegen half vier duikt ze dan meestal toch wel weer op. Het is dan "tegenheteindvandemiddaghapjestijd". Iedereen krijgt dan wat iets uit een blik (behalve Sorri, die vindt daar niks aan en krijgt poezensnoepjes)(om daarna de schoteltjes van de andere af te likken). Het is een mooie manier om iedereen weer even tevoorschijn te toveren. Maar deze keer was Wilma er niet.

Bulgarije is een mooi land maar voor huisdieren is het soms/vaak een gevaarlijke omgeving. Ollie en Henk werden doodgebeten door loslopende honden. Er zijn vossen, er wordt soms gif neergelegd (Stefka van het winkeltje verloor een maand of wat terug 6 poezen en een hondje door gif), er zijn slangen en er zijn veel leegstaande, brakke huizen waar je makkelijk in opgesloten kan raken. 

In de avond, na het eten en de afwas verzamelen alle poezen zich bij het huis. Met touwtjes aan stokjes en balletjes wordt er dan in de tuin met de poezen gespeeld. De buren bekijken dit met volledige en onbegrijpende verbazing. En misschien is het ook wel een raar gezicht. Maar de poezen vinden het absoluut fantastisch. Gijs, die toch wat ouder wordt gaat plots helemaal los op een balletje en Wilma, die toch een beetje een theemuts is, vliegt bloedfanatiek achter touwtjes aan. Maar gisteren was er geen Wilma. 

Tot een uur of negen hebben we staan roepen. Soms luistert een poes daar naar. Soms. Maar gisteren dus niet. Annet heeft door verlaten en volledig doorgeschoten tuinen gedwaald. En we riepen maar. Ook daar verbazen de buren zich over. Een poes is hier een soort van achtergrondruis. Ze zijn er, en dan niet meer. Maar wij riepen. Omdat Wilma geen ruis is. Terneergeslagen en fatalistisch gingen we naar bed. We hebben dit vaker meegemaakt en Wilma daarom al een beetje opgegeven. 

Vannacht lag Wilma niet in haar stoel op veranda. Tegen 4en stond ik even buiten en, ja verdomd en er leek een donkere schaduw op de tafel voor het huis te zitten. En voor ik die zin helemaal kon denken schoot er een poes de trap op en de slaapkamer in. Wilma was weer terug. 

Het is misschien een belevenisje van niks. Het is denk ik ook niet goed uit te leggen hoe het voelt om een poes die nooit lang weg is niet meer te zien terwijl je wel de vele, de heel veel honden 's nachts zich helemaal gek hoort blaffen omdat er "iets" door de tuin of straat loopt. Maar, Wilma is terug. Alles is weer zoals het hoort te zijn.



 

zondag 7 juni 2026

[...]*

 










* Het is misschien een contradictie. Een stuk lopen door het dal waar de Cherni Lom doorheen loopt. Het was er warm, stil warm. Of stil en warm. Maar, we liepen er een stuk. Ook om te kijken of de overkapping van het thracische graf al gemaakt was. Al wisten we daar het antwoord al op. Maar, en dat is dan de contradictie, misschien, moet je daar dan weer allerlei woorden bij tikken? Over stilte? Foto, woordjes, foto, woordjes? Al die drukke woorden. Foei. Warm en stil. Dat lijkt me wel genoeg.