Ik heb het denk ik al eens eerder opgeschreven. Wie hier, waar geen vvv's, informatieve borden of lollige publieksreclames zijn, iets nieuws wil zien is aangewezen op goed geluk, of Google Maps. Menig uur breng ik door met turen naar weggetjes of stukjes bos. En soms vind je iets.
Bij het wat armoedige dorp Gloginka, vlak na Popovo vond ik een heel complex van loodsen en schuren. Een heel bosje vol. Omdat loodsen en schuren vaak vergezeld worden van boosaardige honden stelde ik het bezoeken een tijdje uit maar, nou ja, ze stonden er. Er was geen auto te zien, en er was ook geen vuilnis waarneembaar. Het zag er, in al zijn verlatenheid eigenlijk nogal netjes uit. Raar. Maar het stond vast leeg. En die honden zouden vast aan een ketting zitten.
Laatste reden we er heen. Natuurlijk was de weg weer vreselijk. En waarom er zwaar verroeste borden met "Bewaakte zone" langs de weg stonden ontging me. Na een tijd hutsen en klutsen doemde de eerste gebouwen op. En een erg dicht hek. Hek? Wat moest dat hek daar? Het was een vervaarlijk hek. Ééntje dat niet graag open ging. Om toch iets te doen stapte ik uit en ging voor het hek omstandig foto's staan maken. Hier een foto, daar nog één. Annet, nog steeds beducht voor honden bleef ondertussen in de auto zitten. Toen ik daar, wat narrig vanwege het niet verder kunnen, instapte kwamen er plots aan de andere kant van het hek wat militairen onze kant op. Sorry, militairen? Wat lacherig stapten we weer uit en liepen vriendelijk lachend naar hen toe. Ze lachten niet vriendelijk terug. In gebroken maar duidelijk Engels werd ons verteld dat er op die plek niets was, en dat we er trouwens ook niets te zoeken hadden.
Terwijl we weer in de auto gingen zitten fotografeerde één van de mannen de auto, en ons, overdreven uitgebreid vonden wij. Maar dat zeiden we maar niet. Stilletjes reden we weg. Net buiten het bos zagen we drie ijsvogels. Ik heb nog nooit van mijn leven een ijsvogel gezien. Laat staan drie. Het zal een troostprijs zijn geweest.
De weg naar Baba Kondu komt door een stuk of wat dorpen. In het ene dorp lagen allemaal poezen langs en op de weg. En in een volgend dorp alleen maar honden. Het zal toeval zijn.
Baba Kondu is een stukje bos van een hectare of vijf. Het is een klein beschermd stukje natuur. De bomen die er staan zijn vaak eeuwenoud. Eiken, wintereiken. Maar daar reden we niet voor door die dorpen.
Lang, lang gelden werkten een vader en zijn dochter op het land. Onverwacht was er een windhoos. De windhoos sleurde de man en zijn dochter mee de lucht in. De vader viel bij Baba Kondu weer naar beneden. De dochter kwam terecht bij Momimo, waar een bron ontsprong. Het stukje bos is heilig voor moslims, Turks Bulgaarse moslims. Éénmaal per jaar wordt het graf bezocht, soms wel door 3000 mensen. Ze lopen drie maal om het graf, binden iets aan een tak en hopen op genezing. Van van alles en meer.
Het is een fijn, bijna Nederlands bosje. Annet vond het net de Veluwe. We liepen hier, en ook daar. Het graf van de neergevallen vader staat er mooi bij. Het was stil. En het zou er best heilig kunnen zijn. Als je dat zo zegt.
We namen natuurlijk niets mee uit het bos. De burgemeester van één van de dorpjes in de buurt vertelde aan een krant dat ze, jaren terug, eens gras mee hadden genomen. Voor de schapen. De vrachtwagen die het gras vervoerde ging stuk en vier schapen gingen dood. Zelfs afgebroken takken blijven in het bos. En als ze al worden meegenomen worden ze gebruikt om een moskee mee te verwarmen.
Tevreden reden we terug. De honden lagen nog hetzelfde, en later de poezen ook. We zagen geen ijsvogels.



