Zondagochtend. Zeven uur. Buiten regende het weer eens ouderwets bijbels. Binnen bedelde Steve om blokjes kaas en bekeken we de week die was.
De afvoerpijp van het toilet/de douche begon te lekken. We kochten kit en nadat die niets deed kochten we andere. De nieuwe tweedehands auto had zoveel miljoen kilometer gereden en moest onderhouden worden. Er bleek een scheur in een band te zitten en een schokbreker was kapot. Onderdelen van een Audi bleken erg prijzig. Maar, het was toch vooral de week van poes Anneke.
Anneke eet bij ons, slaapt op de stoelen, speelt vaak mee en in ieder geval stoeit ze met Sorri. Maar er was iets met haar. Ze was stiller. At weinig. En toen verdween ze. Twee dagen was ze weg. We zagen haar nergens. Reageerde niet op roepen. Weg was ze. Ik was eigenlijk bang dat ik weer een stukje moest gaan schrijven dat erg slecht afliep. Tot ze, na twee dagen zwakjes en aarzelend weer opdook. De dierenarts keek haar en haar bloed na. Niets. Voor de zekerheid wat spuitjes erin. Afwachten maar.
Toen we één van die onderwerpen nog eens wilden doorspreken kwam er plots een geluid van boven. Een soort sidderen, knetteren, en nog een keer. En toen was er geen stroom meer.
Nu valt de stroom hier vaker uit. Dit is tenslotte Bulgarije. Maar dat knetteren hadden we niet eerder. Dat hoorde niet. Annet belde het noodnummer van het elektriciteitsbedrijf Energo Pro en werkte zich bewonderenswaardig knap door een Bulgaars keuzemenu en levende vragen heen. De mevrouw zou een mannetje langs sturen. Het mannetje belde wat later. Als het binnen in ons huis was deed hij niets. Vraag maar aan de buren of die stroom hebben. Natuurlijk hadden die stroom. Dan doen wij niets.
Omdat toeval niet bestaat was dit de dag dat Dimitar, de schoonzoon van Jordan en Duschka de laatste kwam halen om haar mee te nemen naar Sofia. Dimitar is militair, erg aardig, perfect in het Engels en erg behulpzaam. En hij weet erg veel van stroom. Hij verdween langdurig naar de zolder van ons huis en ging daarna buiten kijken. Er bleek een tak van een boom, nou ja, de bladeren daarvan tegen iets van de stroom aan te zitten. Ach weet ik het. Ik kan best een goed gesprek voeren over het werk van Jan Schoonhoven maar zodra er iets van praktische waarde moet, nee, niet echt.
In ieder geval. Wat erg ontbrak was een ladder die lang genoeg was om het geconstateerde probleem op te lossen. En echt, toeval bestaat echt niet, precies op dat moment reed er een auto van de Energo Pro langs. Met twee grote stoere mannen erin. En lange ladders op het dak. Dimitar hield de auto aan, kletste wat, een man schudde van "ja" (wat hier "nee" betekent)(ja, echt) maar Dimitar hield vol en ok, vooruit dan maar, de mannen stapten uit sjorden met ladders en verhielpen, terwijl ze dat helemaal niet hoefden te doen het probleem. En er was stroom. Voor we de mannen zelfs maar echt konden bedanken reden ze alweer weg.
Het is allemaal niet wereldschokkend, dat weet ik ook wel. Maar het was erg fijn, en mooi ook, dat een paar mensen een tijdje in de stromende regen iets deden zonder dat ze dat hoefden te doen. Of er verder nog wijze lessen in het verhaal zitten, daar denk ik nog over.
Toen ik later mijn drijfnat geregende overhemd op de slaapkamer ging omwisselen vond ik Anneke daar. Tevreden slapen op het dekbed. Misschien komt alles, of in ieder geval het belangrijkste weer goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten