vrijdag 29 december 2023

Ollie is er niet meer

Vlak naast onze tuin is een verwilderde tuin, of eigenlijk zijn het er twee. Ze horen bij twee bouwvallen. In die tuinen zat Ollie vaak. Soms, als ik terugkwam van een stukje lopen riep ik wel eens "Ollie, Ollie" en na een tijdje kwam hij dan aangehold. Vaak deed hij dan een wat pieperig miauwtje. Ollie had een kleine miauw. Hij was dan helemaal blij en liep, zich half om mijn been strengelend mee naar huis. 

Ollie was de meest avontuurlijke van onze poezen. Hij kwam het verst. Te ver.

Ollie was het kind van Lenie en Steve (die eigenlijk Tigger heet) en werd zo'n beetje geboren toen wij hier kwamen wonen. Hij woonde eerst onder wat ijzeren platen die tegen het buitentoilet van onze deeltijdbuurman Petar stonden. Maar al vlug frommelde hij zich onder een hek door en was grote delen van de dag bij ons. Niet dat hij echt bij ons was, in de buurt komen mochten we eerst niet. Hoe aandoenlijk klein hij ook was, hij blies naar ons. Ollie was alleen van zijn moeder. De hele dag sjouwde hij achter haar aan, steeds op zoek naar haar staart om daar dan mee te spelen. Langzaam wende hij aan ons. En dat was maar goed ook want Lenie liet hem van de ene op de andere dag bruut in de steek. 

De eerste winter sliep Ollie eerst in een soort iglo op de veranda. Maar toen het echt koud werd kwam hij op, en later in bed terecht. Och, zo'n klein poesje, helemaal onder de dekens. 

Ollie was onze enige normale poes. De rest heeft allemaal afwijkingen, van autisme tot verlatingsangst. Maar Ollie was een echte, normale poes. Gek op eten, gek op kleine stukjes kaas, liefst Nederlandse kaas. Gek ook op de dieetbrokjes die Gijs krijgt. Dan liep hij weer eens quasi nonchalant naar binnen "Nee, ik ga gewoon even een beetje water drinken hoor", en dan vlug de peperdure brokjes van Gijs wegwerken.


Ollie was vaak buiten, vaak 's nachts ook. Als ik dan 's ochtends de slaapkamerdeur opendeed stond hij daar al. Helemaal enthousiast liep hij dan heel erg in de weg de trap af. En ondertussen maar kopjes geven. Nadat hij gegeten had ging hij dan slapen. Op een goeie stoel, met daarop een wollig kleedje. Uren slapen deed hij dan. Als je hem aaide begon hij luid te spinnen. Van opbeuren, knuffelen of schootzitten hield hij niet. Ollie was een stoere poes. Hij speelde ook nooit lang met een touwtje, te kinderachtig. Ollie tikte gewoon met speels gemak een vlinder uit de lucht. Ollie kon ook prachtig soepel hollen en met speels gemak een boom inlopen.

Ollie was de enige poes die het met alle andere poezen goed kon vinden. Zelfs met Gijs. Als Ollie Gijs tegenkwam draaide hij soms zijn staart om de staart van Gijs heen. En daarna vochten ze een beetje speels. Hij holde met Wim door de tuin en samen verkenden ze de tuinen naast die van ons. Maar waar Wim dan weer terugging, ging Ollie juist verder. Te ver.

Misschien zijn er wel mensen die denken dat ik, dat we, onze poezen teveel vermenselijken.

"Maar liever dat nog, dan het bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van".

Gisteren zag Annet Ollie om een uur of tien in de ochtend. Daarna kwam hij niet om te slapen, en ook niet om te eten. Nu was hij vaak langere tijd weg maar het is 's nachts best koud.

Annet vond Ollie vanmorgen, bij het elektriciteitshuisje aan de rand van het dorp. Doodgebeten door een hond, een vos, een jakhals, iets.

Ollie had een prachtig mooi poezenleven. Maar het duurde veel te kort.

 

donderdag 21 december 2023

We gingen naar een begrafenis


Nadat we over het modderige pad naar het pas gegraven graf waren gelopen herkende ik één van de grafdelvers. Ik knikte naar de man die ik vaak als herder tegenkom aan de oostkant van het dorp. Nu, als grafdelver gaf hij iets van een onderhandse zwaai terug. Het wachten was nu op de priester. 

Het was afgelopen dinsdag een mooie dag om wat over de heuvel Kalakotch te lopen. De lucht was prachtig blauw, het voorzichtig opkomende graan felgroen en er was ruimte tussen de overdreven aanwezige prikstruiken. Het was volmaakt doelloos rondlopen, alleen maar om te kijken of het kon. En ik kwam ook nog, tussen bomen verstopt, een voor mij nieuwe bron tegen, en er kwam nog water uit ook. Helemaal vrolijk daalde ik de heuvel over een modderig pad af.  

Annet vertelde over de telefoon dat de moeder van Duschka, onze buurvrouw was overleden. Op maandag. Begraven gaat hier erg snel. De begrafenis zou al om half twaalf beginnen. Doordat het een paar weken terug vreselijk sneeuwde, en daarna veel regende zijn alle tractorweggetjes veranderd in een soort modderbaden. Vloekend en tierend schopte ik om de vijf stappen de opgehoopte modder onder mijn schoenen vandaan. Tegen twaalf uur was ik pas thuis. Gelukkig nemen Bulgaren een afgesproken tijd, zelfs die van een begrafenis nauwelijks serieus. 

De moeder van Duschka, Kina heette ze, lag in een open kist. Buiten. Er omheen zaten wat oudere vrouwen uit de buurt. Mensen die kwamen legden drie bloemen in de kist. Iedereen kreeg een plastic zakje. Wat er in zat kon je niet zien. Toen het opeens wel tijd was werd de kist, nog steeds zonder deksel in een witte bestelbus geschoven. 

Annet en ik kenden Kina nauwelijks. Ze was 91 en toen haar man tien jaar terug overleed kwamen Jordan en Duschka voor haar zorgen. Ze had een eigen kamer en als zo ons zag keek ze vaak met een licht verbaasde blik naar ons. Dan vertelde Duschka dat we de buren waren. Je kon zien dat ze dat vrijwel onmiddellijk weer vergat.

De begraafplaats van Palamartsa ligt aan de rand van het dorp, aan de "weg" naar Gagovo. Toen we er aankwamen stond Gosho, de burgemeester al te wachten. Ik voegde in gedachte "begrafenissen bijwonen" toe aan de al flinke rij van zijn werkzaamheden. 


Toen de priester, die met de auto was en niet op zijn gebruikelijke Harley Davidson, er eindelijk was begon de uitvaart. De kist was nog steeds open. De priester vroeg en kreeg een vel met de namen van de moeder van de buurvrouw en wat andere gegevens en legde die in de kist. Zo wist hij voor wie hij daar eigenlijk was. Er waren gebeden, veel "voor nu en altijd" en daarna vertelde hij iets. Ik hoorde vaak de woorden benzine, Amerika en Argentinië voorbij komen. Het leek me niet dat dat iets met de moeder van Duschka te maken had maar ik kan daar geheel naast zitten. Toen de priester klaar was haalde hij het vel papier uit de kist. De twee grafdelvers legden een doek over het lichaam waarna de kist, nog steeds zonder deksel in het graf geschoven werd. Gelukkig hielp Gosho mee want anders had het nog een redelijk absurdistische scene kunnen worden. Pas in het graf werd de deksel op de kist gedaan. Buurman Jordan gaf de priester een plastic flesje. De inhoud werd over de kist gegoten. Het was wijn, dat kon je ruiken. Ongetwijfeld was het wijn die Jordan zelf gemaakt had. Er werden planken over de kist gelegd. De klei is hier zo dik en zwaar dat de kist zonder die planken er overheen meteen zou breken.


Toen we thuis waren maakten we de plastic zakjes open. Er zat een tafelkleedje in, en wat eten. Het is hier (dat heeft Annet opgezocht) gebruikelijk dat mensen die naar een begrafenis komen wat eten meekrijgen zodat je dat na de begrafenis iets op kunt eten en aan de overledene kunt denken.

Wat later aten we, een beetje tot onze eigen verbazing met Jordan, Duschka, hun dochter Kamilla, haar man Dimitr en hun kind Kalina in een restaurant in Popovo. Haast ongemerkt zijn we er hier schijnbaar een beetje bij gaan horen. Er werd gelachen om het gebit van Jordan dat te los zat om wat te zeggen en om het feit dat hij in Macedonië is geboren (dat kan ik uitleggen maar daar zijn drie blogjes voor nodig). Dimitr, die bij de luchtmacht zit vertelde hoe het was om drie jaar lang in Thessaloniki te zitten. Kalina oefende haar Engels op ons. Kamilla en Annet hadden het over oogproblemen.

Toen we terug gingen naar de auto liep Jordan wat krom, hij hield zijn hand onder op zijn rug. Hij vroeg aan welke kant mijn rugpijn eigenlijk zat. "Rechts". Bij hem zat het ook aan de rechterkant. En hoe het nu precies kwam weet ik niet maar we moesten daar alle twee  om lachen. De lucht was nog steeds helblauw. En Jordan zei dat dit het leven was. 

 




vrijdag 15 december 2023

Henk is binnen.


Nu het buiten al een tijdje koud is, niet echt heel koud, meer Nederlands grauwkoud, zijn de taken van Annet en mij uitgebreid. Niet alleen vullen we om de zoveel minuten weer eens het etensbakje van een poes of maken we plek zodat er een poes op schoot kan schuiven, we doen nu ook de godganselijke dag de deur open voor een poes die naar buiten dan wel binnen wil. Om elkaar een beetje op de hoogte te houden van wie waar is gaat dat deur open doen soms onder begeleiding van kreten als "Gijs is buiten" of "Ollie is binnen". Met steeds grotere regelmaat klinkt er nu ook "Henk is binnen".

Henk kwam februari van dit jaar voor het eerst langs. Annet was is Nederland en ja, we hadden afgesproken dat we niet nog meer katten zouden adopteren. Maar Henk had een slepend achterbeen en zag er verder ook niet best uit. Hij schrokte zijn eten naar binnen en vertrok. Na een tijdje dook hij weer op. Nu had hij iets aan zijn andere achterbeen. We lieten hem opknappen en ook maar meteen castreren bij de dierenarts. Henk was ons dankbaar, en om die dankbaarheid te tonen ging hij niet meer weg. Fijn Henk.


Henk is een voorbeeldige poes. Echt heel slim is hij niet, ik gok dat er ongeveer 4 hersencellen soms contact met elkaar maken maar hij kan aanbiddelijk vriendelijk naar je kijken. Een knappe poes is het ook, al buit hij dat verder niet uit. Spelen kon Henk niet. Voor een touwtje holde hij hard weg en als je een walnoot naar hem toe rolde sprong hij steevast een kant op die alleen hij begreep. Na maanden oefenen horen we hem nu soms buiten zelf met walnoten spelen. Ze opruimen doet hij natuurlijk niet. Maar als je dat detail over het hoofd wilt zien is het eigenlijk de perfecte poes. Rustig, vriendelijk en hij staat goed in elk interieur.

Henk zelf is dus het probleem niet. Het is zijn aanwezigheid die het lastig maakt. Wim vindt hem maar raar. Af en toe geeft hij Henk, zomaar uit het niets een stevige klap op het hoofd. Henk kijkt dan wat glazig maar laat het gewoon gebeuren. Gijs heeft een bloedhekel aan Henk, maar Gijs heeft een hekel aan de meeste poezen. Waarschijnlijk komt dat omdat Gijs vroeger door iedereen geslagen werd en een tijdlang geen huis had. Dat gaat Gijs niet nog eens gebeuren. Maar, Gijs kan Henk soms zomaar aanvliegen. Al met al, Henk zijn aanwezigheid zorgt voor onrust. Vandaar dat we afspraken dat Henk buiten moest blijven. Nee, binnen, dat kan echt niet. Echt niet. 


Dat voornemen hielden we precies vol tot het buiten licht begon te vriezen. Licht, niet eens min tien of zo. Watjes als we zijn lieten we hem natuurlijk toch maar binnen. Henk stommelde ontspannen en onverstoorbaar rond. Hij ging eens op de plek van Ollie liggen, hij at eens uit het bakje van Wim en snuffelde uitgebreid aan Lenie. Alleen om Gijs liep hij met een boog heen. We gaven Henk een daarom eigen plek. "Kijk Henk, dit is jouw eigen plek!".


Maar, en wie had het anders verwacht, hij ligt liever ergens ander, en het liefst op mijn stoel. En daar ligt hij nu steeds. 


Het is allemaal niet hemelbestormend. Of reuze spannend.
Maar Henk is wel mooi binnen.   

vrijdag 8 december 2023

De buurt waar we wonen.

Ik dacht, ik maak even wat foto's van de buurt waar we wonen want toen ik laatst in Nederland was vroeg je daar nog om. Maar, voor mij is dit ook echt gewoon de buurt waar ik woon, niets bijzonders dus ik had er geen foto's van. De foto's zijn, ik weet het, nogal grijs en grauw, we zitten in een wolk en het is winterig, zelfs de poezen zijn liever binnen. Zelf vind ik dit wel een mooie tijd. Een deel van de buitenlanders is terug naar hun andere land en sommige Bulgaren die eigenlijk in de stad wonen zie je ook niet meer. Dit is het dorp zoals het eigenlijk is. 

Goed, eerst ons huis, gezien vanuit de tuin. Het is niet zo groot, maar groot genoeg voor ons en een stel poezen. De buren wisten dat het huis in 1942 is neergezet. Achter het huis, verder weg, zie je eigenlijk een heuvel maar ja, die wolk he.

Rechts van ons wonen Jordan en Duschka en de moeder van Duschka. Erg aardige mensen. Ze zijn nu 75. Een jaar of 10 geleden zijn ze vanuit Veliko Tarnovo, een grote stad, hier naar toe gekomen omdat de vader van Duschka overleed en iemand voor moeder moest zorgen. Die is nu 90 of zo. Ze hebben een grote moestuin, alles halen ze daar uit. Eind november komt er altijd een kleine tractor en die ploegt de hele tuin dan om. En volgend jaar begint alles weer van voor af aan.

Links woont Petar. Petar en zijn vrouw wonen in Popovo, een kleine stad op 10 minuten rijden. Petar is in de 70 en is hier zo'n acht maanden van het jaar. Zijn vrouw hebben we dit jaar maar één keer gezien. Die loopt zo slecht dat ze maar in de stad blijft. Heel veel contact hebben we niet met hem maar hij heeft laatst wel net op tijd Gijs gevonden toen die dood lag te gaan. Petar is altijd bezig met zijn druiven en de tuin. Een keurige tuin heeft hij, elk grassprietje maait hij onmiddellijk kort. Als ik het goed begrijp is hij een neef van Duschka.


Dit is de overkant van de straat. In het witte huis woont Stefka. Stefka heeft een winkeltje in het "centrum". Ze zal rond de 70 zijn. elke dag staat ze om 5 uur op en gaat de eieren rapen van haar kippen. Die eieren verkoopt ze dan weer. Haar winkeltje is elke dag open. Van 7.30 in de ochtend tot 12 uur en dan weer van 4 uur in de middag tot 6 uur 's avonds. Ze heeft alleen zondagsmiddags vrij, dan is de winkel dicht. Even een plaatje van Stefka. Mooi type, meestal vrolijk en nooit te beroerd om te zeggen dat we al best goed Bulgaars spreken.

Het huis rechts van Stefka staat leeg. Dan komt het huis van Darren. Darren is Engels en laat het huis opknappen door Simeon. Die is daar al mee bezig sinds we hier wonen. Ooit zal het huis wel afkomen maar of we hier dan nog wonen weet ik niet. Darren geeft leiding op internationale scholen, ik geloof dat hij nu in Cairo werkt. Het huis daar weer naast staat leeg.

De straat. Eerst het huis van Petar. Daarnaast woonde Nicolai. Die overleed op de dag dar we hier kwamen wonen. Gijs en Lenie woonden eerst daar. Zijn huis staat leeg. Helemaal links aan het eind van de straat woont Dancho. Die is ook in de 70. Mooi mannetje, meestal vrolijk maar je kunt het laatste jaar wel merken dat hij ouder wordt. Soms wordt hij wat vaag.

Aan de rechterkant van straat staat de moskee. Een tijdje terug kwam ik een Engelsman tegen die hier al tien jaar woont en zeker wist dat er geen moskee in het dorp was. Zo onbekend is het gebouw. Maar er hangt een bordje met "Cami" en dat, moest de Engelsman ook toegeven, is Turks voor moskee.  Elk jaar wordt de tuin een keer gedaan door wat Turkse Bulgaren uit het dorp, maar dat is het wel.


Wanneer je aan het eind van de straat rechts gaat loop je over nog steeds prachtig asfalt naar het "centrum". Aan de linkerkant eerst een huis dat leeg staat en dan komt het huis waar tot deze zomer twee broers woonden. 

Maar één van de broers dronk zo vreselijk veel dat de andere broer in een bouwval aan de andere kant van de weg is gaan wonen. Ook alweer een vreselijk aardige man die altijd vrolijk zwaait. Hij zegt ook van alles maar daar verstaan we maar een enkel woord van. Al kan hem dat in het geheel niets schelen.

Daarna komt het gemeentehuis maar dat komt een andere keer. We moeten de kerstkaarten nog afgeven bij Nelly de postmevrouw en het is pensioenafhaaldag dus het duurt wel een half uur of langer voor we eindelijk de beurt zijn.

vrijdag 1 december 2023

Een weekje in het buitenland

Mijn vlucht terug naar Bulgarije kwam pas na elf uur 's avonds aan op het vliegveld van Varna. En sinds dat gedoe met haar oog rijdt Annet liever niet meer in het donker, vooral omdat op sommige stukken snelweg de witte belijning helemaal ontbreekt. Gelukkig is John, die hier een B&B zonder breakfast heeft onlangs een taxiservice van en naar het vliegveld begonnen. Om twee minuten over twaalf stopten we bij een groot, erg leeg "wij zijn 24 uur per dag open" tankstation. Terwijl John iemand zocht die de pomp wilde bedienen stapte ik gehaast naar binnen. De mevrouw achter de balie was druk aan het rommelen met zakjes geld en keek me, toen ik iets te eten bestelde aan met een totaal lege blik waarna ze doorging met wat ze deed. Nadat ik een tijdje niet geholpen werd liep ik naar buiten. Daar had John net iemand gevonden. John maakte duidelijk dat hij graag voor 50 leva diesel wilde. De man keek hem met dezelfde lege blik als de vrouw binnen aan, nam een trek van zijn sigaret en zei daarna, terwijl hij op zijn horloge wees, "pauza". Ik was overduidelijk weer thuis in mijn nieuwe woonland.

Ik was na anderhalf jaar weer eens een week in Nederland. En daar kan ik dan, als relatieve buitenstaander dan weer van alles over zeggen. Bijvoorbeeld dat mensen in Nederland in meerderheid op rare politieke partijen stemmen. Al hoort daar wel bij dat het me stomverbaasde dat de mensen die op de "goede" partijen stemden dat totaal niet zagen aankomen en dat het me nog meer verbaasde dat die mensen, die van de "goede" partijen zeg maar, meteen iedereen en alles de schuld gaven zonder ook maar een moment naar hun eigen falen te kijken. Om van het onvermogen om zich te verplaatsen in mensen die grote  problemen in hun leven ervaren en om daar vervolgens dan wat mee te doen maar te zwijgen.

Maar, tjee zeg, wat is Nederland een fijn land. Echt. Er komt de hele dag water uit de kraan, en je kunt het nog drinken ook. En er is ook gewoon altijd stroom. Als er een gat in de weg zit komt er fluks een autootje met mensen die dat gat gaan repareren. Er rijden heel veel treinen. Zelfs in een plaats Heiloo, toch echt niet het centrum van het universum, stoppen er wel zes per uur. Er zijn musea (veel zelfs). Er zijn boekwinkels en bibliotheken. En die laatste hebben ook gewoon nieuwe boeken. Heel veel zelfs. Er zijn idioot veel winkels waar je van alles kunt kopen. En je wordt er over het algemeen met vriendelijkheid geholpen.

Misschien is het enige dat ontbreek het besef dat Nederland, het leven daar, de voorzieningen, al die glimmend glanzende dingen niet de regel is maar de uitzondering. 

Ergens op zondag, ik stond te kijken naar een werk van Anselm Kiefer dat me erg aan mijn nieuwe thuis deed denken, sneeuwde het in Bulgarije nog steeds. Er werden wegen afgesloten. Dorpen werden onbereikbaar, sommige bleven dat vijf dagen. De stroom viel uit. Waterleidingen gingen kapot. Vrachtwagens stopten met rijden. Mensen zaten tien uur vast in een ingesneeuwde trein. 

Na de storm, en toen de stroom het na 30 uur weer deed stuurde Annet een filmpje. 

En toen moest ik nog tot woensdag wachten voor ik terug mocht.

We liepen de ochtend nadat ik was thuisgekomen naar het winkeltje van Stefka. Uit een kapotte dakgoot bij haar winkeltje drupte met grote drup smeltwater. We gleden zonder schaatsen over de bevroren waterplassen en kwamen Gosho de burgemeester tegen. We kletsten wat en hij ging voor ons het winkeltje in. Daar kocht hij koffie en een zak zout. Terwijl Annet wat dingen kocht keek ik naar buiten. Gosho scheurde de zak open en strooide het zout over de spekgladde stoepdelen. 

Misschien is Nederland het betere land. Maar wij blijven toch maar liever hier.