zaterdag 3 oktober 2026

Toen waren er nog maar twee.

Bedremmeld, misschien was dat het woord dat hoorde bij Dimitar's gezicht toen wij geschokt reageerden op zijn verhaal. Hij belde Kamelia, zijn vrouw die er ook niets van begreep. Zij vertelde het weer aan Kalina, hun dochter die meteen in tranen uitbarstte bij het verhaal. "Maar ze zei dat ik het moest doen", zei Dimitar nog. We knikten. Bedremmeld.

Sinds buurman Jordan drie maanden geleden naar Sofia vertrok om daar geholpen te worden aan kanker en zijn vrouw Duschka wat later ook naar die stad ging om te helpen komen Duschka en schoonzoon Dimitar zo'n beetje elke twee, drie weken een weekend naar Palamartsa. Om de tuinopbrengst te plukken, en later om ze te verwerken. Vorig weekend waren ze er waarschijnlijk voor de één na laatste keer. De tuin is klaar. Alles is geplukt. Alles is in potjes gedaan, bij ons terechtgekomen of meegenomen naar Sofia. 

Het was misschien wel de beste tuin sinds we hier wonen. Perfect weer was het geweest. Regen in het voorjaar, brandende zon in de zomer. Ik heb in ieder geval nog nooit zoveel perziken en peren gezien als dit jaar. Buurman Jordan zag er natuurlijk niets van. Die was in Sofia. Met grote spoed was laatst een deel van zijn maag verwijderd. Daar was hij nu van aan het bijkomen. Annet en ik hadden zorgden ondertussen voor hun tuin, de kippen en poes Steve (maar die at toch al maanden bij ons)

En misschien was dat het wel, of anders dat we de druiven aan het plukken waren. Dat doen we elk jaar maar dit jaar gingen ze naar een vriend van Dimitar. Die ging er rakia van maken. Rakia! Terwijl Jordan er echt heerlijke wijn van had gemaakt. Duschka was stillig. Ze liep door de tuin. Zei niets. Trok hier wat uit de grond, mompelde daar nog wat. "Ze sluit meer af dan alleen de tuin", zei ik 's avonds tegen Annet. Die knikte.

Dimitar vertelde het de volgende ochtend. Aan het hek tussen onze tuinen. De avond ervoor had Duschka hem gezegd dat hij drie van de vijf kippen moest doden. De twee die nog over waren gingen naar een buurvrouw. Pas toen hij onze reactie hoorde en zag "Nee!" en geschokt, begreep hij dat er iets helemaal verkeerd was gegaan.

Waarom buurvrouw Duschka van de kippen af wilde, dat snappen we ook nu nog niet. Misschien was het, zoals Dimitar zei, dat ze vond dat het zorgen voor de kippen te lastig was voor ons, als buren. Ze leek gedacht te hebben dat we wat weken terug niet naar Nederland waren gegaan omdat we voor de kippen moesten zorgen. Maar misschien denkt ze ook wel ergens dat de kippen weg moesten omdat ze niet meer denkt dat Jordan nog terugkomt. Het waren zijn kippen. Misschien denkt we ergens wel dat ze zelf ook niet meer terug zal komen. We hebben er met z'n tweeën lang in volmaakte cirkels over gepraat. Zonder dat we het beter gingen snappen natuurlijk.

Voor ze terug gingen, naar Sofia bedacht ik me dat ik Steve al niet meer had gezien sinds Duschka en Dimitar er waren. Het zou toch niet? Voor er met verontschuldigingen en tranen bij Duschka afscheid werd genomen heb ik er even terloops naar gevraagd. "Ja, gister nog, hij lag te kijken toen ik de kippen ..." zei Dimitar. Gelukkig vonden we Steve later slapend op het dak van de schuur.

Er zijn nu nog twee kippen over. Een witte en een leuk, klein bruin kipje. We denken er al over, nee, we zijn er al uit, dat we bij Stefan een nieuwe haan en nog twee kippen gaan halen. De twee overblijvers lopen ook maar wat verloren rond. Maar hoe vertellen we het de buren? 





 

zaterdag 26 september 2026

Een beeld in een bocht


Omdat het weekend was, mooi weer én het jachtseizoen hoorbaar was losgebarsten reden we naar het vreemdste, en "mooiste" communistische monument dat we hier kennen. 

Het monument staat tussen de dorpen Vinograd en Dryanovets. In het redelijke lege niets. Het is maar goed ook dat het daar leeg en nietserig is want de weg (niet het deel op de foto, dat is keurig) is zo slecht dat bestuurder en meerijder beurtelings redelijk hysterisch "Gat, daar links" "Rechts is er ook een krater" roepen. Gelukkig was de auto net goed nagekeken.

De monumenten die door de communisten zijn gebouwd en die er nog staan hebben bijna allemaal iets met de partizanenstrijd van 1941 tot en met 1944 te maken. Er zijn de monumenten voor een bepaald iemand, of een groep iemanden. Er zijn de vrij grote "De oorlog is voorbij en wij hebben gewonnen!" monumenten. Die lijken allemaal op elkaar. In het midden een hoge zuil met daarop 1. een mannelijke partizaan 2. een mannelijke en een vrouwelijke partizaan of 3. een sovjet soldaat. Links van de zuil een groot paneel met "de strijd" van de partizanen en rechts de overwinning met de thuiskomst van de partizanen, blije vrouwen en kinderen en wat goed gebouwde sovjet soldaten. En dan zijn er daarnaast nog de monumenten voor een gebeurtenis. Een overval, een hinderlaag. Dat soort dingen.

De tekst op het vrij forse monument is volgens Translate:

TIJDENS DE GEWAPENDE STRIJD TEGEN HET FASCISME EN HET KAPITALISME VAN 1941-1944 LOPEN DE PADEN VAN DE VOLKSPARTIZANEN UIT DE PARTIZANENREGIO GORNOYAHOR DOOR DE VELDEN EN BOSSEN IN DE BUURT VAN DE DORPEN DRYANORETS EN VINOGRAD.

Een monument voor een plek waar eigenlijk niets gebeurde. Er werd niet gevochten. Er werd niet geschoten. Er werd langsheen gelopen. Ik vond en vind het prachtig. Vier meter hoog, waarschijnlijk ooit hard rood, in het midden van de stille leegte.

Maar er is natuurlijk wel een verhaal. Al is de mythe lastig van wat er echt gebeurde te scheiden. Poging.

Voor 1940 had Bulgarije al een redelijk militaristische/fascistische regering. Dat werd niet beter toen Bulgarije bondgenoot van Duitsland werd. Er kwam een vorm van binnenlands verzet op maar dat begon pas in 1941 iets voor te stellen. Duitsland viel toen de Sovjet Unie binnen en maakte daarmee een eind aan de verdragen die er tussen Duitsland en de Sovjet Unie bestonden. Streng georganiseerde communisten trokken, zoals dat hier heet, de bergen, heuvels en bossen in. De partizanenstrijd kon beginnen.

Gorna Oryahovitsa is een redelijk grote plaats in een platte vlakte. Het is geen mooie plaats maar er is wel een belangrijk spoorknooppunt. Omdat je er je nauwelijks schuil kunt houden deden partizanen dat in de heuvels en bossen rond de vlakte. De partizanen leefden er onder armoedige en slechte omstandigheden in schuilhutten. Voedsel werd verzorgd door helpers (zogenaamde jataks wat weer is afgeleid van het Turkse woord voor bed of schuilpaats) die in de dorpen woonden. 

De Gorna Oryahovitsa groep begon met 13 man en was, op zijn hoogtepunt 100 man groot. De groep viel politieposten aan, er waren aanslagen en een enkele maal werd geprobeerd een trein te laten ontsporen. Hoe succesvol dat allemaal was is nauwelijks nog te achterhalen. De mythevorming/bewerking van de geschiedenis na de oorlog is te groot en te succesvol geweest.

Van de groep werden in juni 1944 28 mensen gedood in een langdurig gevecht bij Strazitsha. Op die plek werd in 1976 een enorm monument gebouwd. Nu is dat monument bijna helemaal opgegeten door struiken en bomen.

Na september 1944, toen de Sovjet Unie Bulgarije "bevrijdde" namen de partizanen als een geoliede machine de macht in dorpen en steden over. Ex partizanen, en toen die begonnen uit te sterven hun kinderen hebben het jarenlang voor het zeggen gehad in Bulgarije. Wat geen onverdeeld succes was. Partizanen kwamen vaak uit dorpen op het platteland en hadden nauwelijks een opleiding. Zestig procent van de mensen met een kaderfunctie na de oorlog had slechts een lagere schoolopleiding. 

Wanneer het monument tussen Vinograd en Dryanovets werd neergezet is (tot nu toe) nergens terug te vinden. Wel kwam ik tegen dat er elk jaar door schoolklassen een bezoek aan het monument werd gebracht. Er werden dan bloemen gelegd en liedjes gezongen. Oud partizanen en jataks vertelden dan de verhalen zoals ze vonden dat die gebeurd waren.

In het jaar dat wij niet bij het monument waren geweest was er niets veranderd. Nou ja, er was een struik voor het monument omhoog geschoten. Maar verder. Het was er warm. Het was er doodstil. En ondanks de verwarrende geschiedenis vond en vind ik het nog steeds erg mooi.

(Voor wie meer wil weten over het communisme in Bulgarije is er Bulgaria under communism. Znepolski et al, 2018)

zaterdag 19 september 2026

Buurt

 


Ik heb de buurt waar we wonen al eens gedaan. Maar misschien zijn er dingen vergeten. En nu heb ik er een kaartje bijgemaakt. Voor de duidelijkheid. Of zoiets.

1. Stefka heeft een, of beter, het winkeltje in het centrum. Je kunt er brood, beleg en andere dingen kopen. De andere dingen zijn voornamelijk bier. Dat drink je dan op op het "terras". Er staan " om terras omdat het pand waar haar winkeltje zit uit 1969 komt en daar werd neergezet met hulp van een streng communistische architect. Strak (ooit) maar nu toch wat vervallen. Gedempt grafzerkerig. Maar haar winkeltje ziet er best goed uit. Laatst heeft ze zelfs een nieuw zitje in de winkel gezet. De vrouwen zitten in het zitje. De mannen op het "terras". De winkel gaat open rond 7.00 uur. Sluit om 12.00 en gaat dan van 16.00 tot 18.00 uur weer open. Stefka zal tegen de 70 lopen maar gaat nog wel een tijdje door. En, om het toch weer even over de poezen te laten gaan, Gijs en Lenie werden bij Stefka geboren. 

2. Onduidelijke schuur waarvan ik niet weet van wie die is.

3. Huis van Steff en Darren. Hun 2e huis in Palamartsa. Sinds we hier 5 jaar terug kwamen wonen werd er door eerst twee en later één Bulgaar aan het huis gewerkt (de twee kregen onderling ruzie, toen was er nog maar één). Steff en Darren werkten alle twee in het onderwijs op Engelse scholen in het buitenland. Steff in Armenië, Darren in Kazachstan. Steff is nu met pensioen en Darren kwam in Kazachstan een veel jongere lokale vrouw tegen. Het huis staat nu te koop voor iets rond de €80.000,-. Maar ook na minstens 5 jaar knutselen moet er nog wel wat aan gebeuren.

4. Bouwval die "The cozy cottage" heet. Maar die naam is gewoon een zwak verkooptrucje. Er hebben een half jaar Engelsen in gewoond. Zij zwaaide nog wel eens maar hij was een nurkse chemtrails gelovige. Niks zei hij. In het half jaar werd er hier en daar wat verbouwd maar dat mag verder geen naam hebben. O ja, en ze hadden een enorme hond. Die lieten ze af en toe buiten los lopen. We hebben hem een keer gevangen en terug binnen hun muren gezet. Wat een kolerezooi was het daar zeg. Foei.

5. Als je naar rechts afslaat vlak voor "The cozy cottage" en een stukje doorloopt kom je bij het huis van Katja. Katja is een, laten we het houden op eigenaardige vrouw. Misschien is "met veel karakter" ook wel iets. Ze is aardig hoor maar van haar dialect begrijp ik maar her en der een woord. Ze had al gauw ruzie met the cozy cottage Engelsen. Ze was bang voor de enorme loslopende hond en ze vond het busje van chemtrails man ook maar niets. Om het busje te dwarsbomen legde ze dikke takken op de weg. Ja, met Katja kun je maar beter geen ruzie maken. En waarom zou je ook.

6. Naast Katja woont Znea (die anders heet maar het klinkt als Znea). Of beter is "woont soms". Meestal woont ze in Veliko Tarnovo, een grote stad anderhalf uur verder. Over Znea weet ik verder niets. Toen ze naar VT verhuisde liet ze doodgemoedereerd haar poezen achter. De t(%^^$#@#)! Wilma komt bij Znea vandaan. En misschien Anneke ook. 

7. Weer de hoek om. Daar wonen Jordan en Duschka. De buren die nu nog steeds in Sofia zijn. Met Jordan gaat het iets beter maar het is allemaal maar marginaal. De tuin is klaar. Het is stil. Alleen de kippen tokken nog. En leggen weer twee eieren per dag.

8. Wij

9. Petar, de deeltijdbuurman. Ons huis was ooit van hem maar hij verkocht het aan de vorige eigenaar. Is er soms en maakt dan Rakia. Hij proeft het ook met regelmaat. Heeft de meest overdreven blinkend schone auto die ik ooit zag. Praat apart Bulgaars en vindt ons maar rare buitenlanders. Maar, na een paar jaar wennen aan elkaar gaat het al wat beter met de verstandhouding. Lenie woont daar als Petar er is. Behalve als ze honger heeft. Of aandacht wil.

10. Het huis van Nicolai. Nicolai was net overleden toen wij hier kwamen wonen. Maar we kenden hem van daarvoor, toen we alleen nog maar op vakantie kwamen. Hij was gek op poezen. Gijs en Lenie verhuisden van Stefka naar hem. Het huis stond een paar jaar leeg maar het wordt nu verbouwd voor zijn dochter die in Popovo woont en het (misschien/hopelijk) als zomerhuis gaat gebruiken. Ze kan er ook permanent gaan wonen maar dan neemt ze vast een enorme hond mee en dat vinden de poezen nu al niks. Het puin van de verbouwing wordt op het veldje voor het huis gegooid. Deze week stak de gemeente daar de brand in. Om het goed te laten branden kwamen er ook nog wat autobanden bij. Maar ja, alles beter dan dat het, zoals helaas hier gebruikelijk weer ergens in de natuur wordt geflikkerd. 

zondag 13 september 2026

Over afvoerpijpen, poezen, auto's en kortsluiting.

Zondagochtend. Zeven uur. Buiten regende het weer eens ouderwets bijbels. Binnen bedelde Steve om blokjes kaas en bekeken we de week die was.

De afvoerpijp van het toilet/de douche begon te lekken. We kochten kit en nadat die niets deed kochten we andere. De nieuwe tweedehands auto had zoveel miljoen kilometer gereden en moest onderhouden worden. Er bleek een scheur in een band te zitten en een schokbreker was kapot. Onderdelen van een Audi bleken erg prijzig. Maar, het was toch vooral de week van poes Anneke.

Anneke eet bij ons, slaapt op de stoelen, speelt vaak mee en in ieder geval stoeit ze met Sorri. Maar er was iets met haar. Ze was stiller. At weinig. En toen verdween ze. Twee dagen was ze weg. We zagen haar nergens. Reageerde niet op roepen. Weg was ze. Ik was eigenlijk bang dat ik weer een stukje moest gaan schrijven dat erg slecht afliep. Tot ze, na twee dagen zwakjes en aarzelend weer opdook. De dierenarts keek haar en haar bloed na. Niets. Voor de zekerheid wat spuitjes erin. Afwachten maar.

Toen we één van die onderwerpen nog eens wilden doorspreken kwam er plots een geluid van boven. Een soort sidderen, knetteren, en nog een keer. En toen was er geen stroom meer.

Nu valt de stroom hier vaker uit. Dit is tenslotte Bulgarije. Maar dat knetteren hadden we niet eerder. Dat hoorde niet. Annet belde het noodnummer van het elektriciteitsbedrijf Energo Pro en werkte zich bewonderenswaardig knap door een Bulgaars keuzemenu en levende vragen heen. De mevrouw zou een mannetje langs sturen. Het mannetje belde wat later. Als het binnen in ons huis was deed hij niets. Vraag maar aan de buren of die stroom hebben. Natuurlijk hadden die stroom. Dan doen wij niets.

Omdat toeval niet bestaat was dit de dag dat Dimitar, de schoonzoon van Jordan en Duschka de laatste kwam halen om haar mee te nemen naar Sofia. Dimitar is militair, erg aardig, perfect in het Engels en erg behulpzaam. En hij weet erg veel van stroom. Hij verdween langdurig naar de zolder van ons huis en ging daarna buiten kijken. Er bleek een tak van een boom, nou ja, de bladeren daarvan tegen iets van de stroom aan te zitten. Ach weet ik het. Ik kan best een goed gesprek voeren over het werk van Jan Schoonhoven maar zodra er iets van praktische waarde moet, nee, niet echt. 

In ieder geval. Wat erg ontbrak was een ladder die lang genoeg was om het geconstateerde probleem op te lossen. En echt, toeval bestaat echt niet, precies op dat moment reed er een auto van de Energo Pro langs. Met twee grote stoere mannen erin. En lange ladders op het dak. Dimitar hield de auto aan, kletste wat, een man schudde van "ja" (wat hier "nee" betekent)(ja, echt) maar Dimitar hield vol en ok, vooruit dan maar, de mannen stapten uit sjorden met ladders en verhielpen, terwijl ze dat helemaal niet hoefden te doen het probleem. En er was stroom. Voor we de mannen zelfs maar echt konden bedanken reden ze alweer weg.

Het is allemaal niet wereldschokkend, dat weet ik ook wel. Maar het was erg fijn, en mooi ook, dat een paar mensen een tijdje in de stromende regen iets deden zonder dat ze dat hoefden te doen. Of er verder nog wijze lessen in het verhaal zitten, daar denk ik nog over.

Toen ik later mijn drijfnat geregende overhemd op de slaapkamer ging omwisselen vond ik Anneke daar. Tevreden slapen op het dekbed. Misschien komt alles, of in ieder geval het belangrijkste weer goed.

 

vrijdag 4 september 2026

Over kippen en paprika's.

In Bulgarije zijn zo'n 15 miljoen kippen (in Nederland zijn dat er 88 miljoen, het is me wat met die voedselzekerheid). Tussen de 300.000 en 600.000 zijn hobbykippen. Wij wonen naast 5 van die hobbykippen. 

We zorgen nu al een paar weken voor de tuin van de buren. Bij die tuin horen ook vijf kippen. Maar ik kon me er niet toe zetten om ze in meer dan wat bijzinnen te noemen. Hun leven was te treurig.

Veel mensen in het dorp hebben kippen. En omdat er rond het dorp veel vossen zijn wonen die kippen vaak in solide hokken. Omdat je een vos nooit moet onderschatten hebben de meeste kippeneigenaren een hond. En omdat één hond geen hond is zijn het er vaak twee, of drie, of zes. Maar dat is weer een ander probleem.

Buurman Jordan had ook een hond. Bobby, een venijnige kniehapper die helaas een jaar geleden plots dood in zijn hok lag. Bobby had een best hondenleven. Hij lag niet, zoals de meeste honden hier, permanent aan een ketting maar liep met buurman Jordan mee naar het dorp. Als hij het daar allemaal te lang vond duren liep hij zelf terug. Maar, ergens in het voorjaar, toen Bobby er al niet meer was, sprong er een vos op en daarna van het dak, pakte een kip en weg was hij. Jordan bracht de kippen daarna onder in een, ja, gut, een soort lage, krappe kooi. Het was geen gezicht. En het moet voor de kippen hels gevoeld hebben. Ze begonnen er bar slecht uit te zien en eieren leggen deden ze ook al niet meer. Zelf drukte ik de kippen maar naar de uiterste zijkant van mijn waarneming.

Afgelopen week verzon Annet plots een oplossing. We kopen kippengaas, spannen dat over de lengte van het hok van de kippen, klaar. Een vos zou zich wel twee maal bedenken voor hij over het gaas sprong. 

Die zinnen schrijf je zo op. De uitwerking was toch iets anders. Eerst kochten we kippengaas bij DuDo. Dat is een grote bouwmarkt (het beeld dat je nu in je hoofd hebt klopt niet). Na erg lang zoeken vonden we rollen kippengaas. We liepen terug naar een kassa en betaalden daar het gaas. We kregen een briefje mee dat we aan een ernstig omvangrijke man gaven, die bekeek het briefje langdurig (terwijl hij ons 5 minuten geleden nog even langdurig de verschillende gaassoorten had uitgelegd) en daarna mochten we het kippengaas meenemen.

Ik zou het proces kunnen beschrijven dat daarna volgde maar dat ben ik een beetje kwijtgeraakt. Er ging nogal wat fout. Er wankelde trappen. Er ontbraken punten om het gaas aan vast te maken. Er vielen woorden. Hier een woord, daar nog één. Laten we het verder niet bespreken. Maar, na een paar uur liep er over het kippenhok iets dat je een redelijk strakgespannen band van kippengaas zou kunnen noemen.

Afgelopen week kwam Duschka, de vrouw van buurman Jordan, een paar dagen terug uit Sofia. Ze kwam de zoveelste lading tomaten en paprika's verwerken. Ook dat schrijf je zo op. Maar de uitwerking, eindeloos is een aardig woord. 

Mocht je nog paprika's willen hebben, er zijn er nog wel wat over.

Duschka bekeek onze verse kippenbeschermingsblokkade. Ze moest er een beetje om grinniken. Maar, ze had toch niet echt iets met de kippen, dat was meer iets van buurman Jordan. Al zou die er, als hij van het gaas hoorde ook vast om moeten lachen. Hoe ziek hij ook is.

We dreven de kippen van hun bedompte legbatterij naar hun nu beschermde hok. Ze stribbelde erg tegen. Dwarskippen. Maar genoten daarna enorm van hun hernwonnen ruimte. Het was een hoop gedoe. En het is klein, misschien wel minuscuul nieuws. Maar wij, en zeker de kippen, werden er toch enorm blij van. 

vrijdag 28 augustus 2026

Bosjes, al dan niet heilig

Ik heb het denk ik al eens eerder opgeschreven. Wie hier, waar geen vvv's, informatieve borden of lollige publieksreclames zijn, iets nieuws wil zien is aangewezen op goed geluk, of Google Maps. Menig uur breng ik door met turen naar weggetjes of stukjes bos. En soms vind je iets.

Bij het wat armoedige dorp Gloginka, vlak na Popovo vond ik een heel complex van loodsen en schuren. Een heel bosje vol. Omdat loodsen en schuren vaak vergezeld worden van boosaardige honden stelde ik het bezoeken een tijdje uit maar, nou ja, ze stonden er. Er was geen auto te zien, en er was ook geen vuilnis waarneembaar. Het zag er, in al zijn verlatenheid eigenlijk nogal netjes uit. Raar. Maar het stond vast leeg. En die honden zouden vast aan een ketting zitten.

Laatste reden we er heen. Natuurlijk was de weg weer vreselijk. En waarom er zwaar verroeste borden met "Bewaakte zone" langs de weg stonden ontging me. Na een tijd hutsen en klutsen doemde de eerste gebouwen op. En een erg dicht hek. Hek? Wat moest dat hek daar? Het was een vervaarlijk hek. Ééntje dat niet graag open ging. Om toch iets te doen stapte ik uit en ging voor het hek omstandig foto's staan maken. Hier een foto, daar nog één. Annet, nog steeds beducht voor honden bleef ondertussen in de auto zitten. Toen ik daar, wat narrig vanwege het niet verder kunnen, instapte kwamen er plots aan de andere kant van het hek wat militairen onze kant op. Sorry, militairen? Wat lacherig stapten we weer uit en liepen vriendelijk lachend naar hen toe. Ze lachten niet vriendelijk terug. In gebroken maar duidelijk Engels werd ons verteld dat er op die plek niets was, en dat we er trouwens ook niets te zoeken hadden. 

Terwijl we weer in de auto gingen zitten fotografeerde één van de mannen de auto, en ons, overdreven uitgebreid vonden wij. Maar dat zeiden we maar niet. Stilletjes reden we weg. Net buiten het bos zagen we drie ijsvogels. Ik heb nog nooit van mijn leven een ijsvogel gezien. Laat staan drie. Het zal een troostprijs zijn geweest.

De weg naar Baba Kondu komt door een stuk of wat dorpen. In het ene dorp lagen allemaal poezen langs en op de weg. En in een volgend dorp alleen maar honden. Het zal toeval zijn. 

Baba Kondu is een stukje bos van een hectare of vijf. Het is een klein beschermd stukje natuur. De bomen die er staan zijn vaak eeuwenoud. Eiken, wintereiken. Maar daar reden we niet voor door die dorpen. 

Lang, lang gelden werkten een vader en zijn dochter op het land. Onverwacht was er een windhoos. De windhoos sleurde de man en zijn dochter mee de lucht in. De vader viel bij Baba Kondu weer naar beneden. De dochter kwam terecht bij Momimo, waar een bron ontsprong. Het stukje bos is heilig voor moslims, Turks Bulgaarse moslims. Éénmaal per jaar wordt het graf bezocht, soms wel door 3000 mensen. Ze lopen drie maal om het graf, binden iets aan een tak en hopen op genezing. Van van alles en meer.

Het is een fijn, bijna Nederlands bosje. Annet vond het net de Veluwe. We liepen hier, en ook daar. Het graf van de neergevallen vader staat er mooi bij. Het was stil. En het zou er best heilig kunnen zijn. Als je dat zo zegt. 

We namen natuurlijk niets mee uit het bos. De burgemeester van één van de dorpjes in de buurt vertelde aan een krant dat ze, jaren terug, eens gras mee hadden genomen. Voor de schapen. De vrachtwagen die het gras vervoerde ging stuk en vier schapen gingen dood. Zelfs afgebroken takken blijven in het bos. En als ze al worden meegenomen worden ze gebruikt om een moskee mee te verwarmen.

Tevreden reden we terug. De honden lagen nog hetzelfde, en later de poezen ook. We zagen geen ijsvogels. 


woensdag 19 augustus 2026

Was Bob ooit in Bulgarije?

Omdat de buren nog steeds in Sofia zijn, moeten blijven, en hun tuin een onafzienbare stroom tomaten, komkommers, okra's en weet ik wat produceert gaan we niet naar Nederland. Niks aan te doen. Er zijn belangrijkere dingen. Hier wordt het de aankomende week verzengend heet, te heet om naar buiten te gaan. Het leek me daarom tijd worden voor het antwoord op de belangrijke vraag; Was Bob ooit in Bulgarije? 

Ja. Bob was eenmaal in Bulgarije. En wel op 3 juni 2010. Toen was hij in Sofia. Daarvoor niet. Daarna ook niet. Eenmaal. 

Bob was toen tegen 8 uur 's avonds in het натионален дворец на културата (Nationaal Paleis van de Kultuur) oftewel het NDK, een in 1981 voltooide modernistische kolos in het centrum van Sofia. Annet en ik waren eenmaal in het NDK, maar dan in een klein zaaltje (al konden daar nog steeds meer dan erg veel mensen in). Op weg naar het zaaltje, en ook weer op de terugweg raakten we de weg in het gebouw totaal kwijt. Maar dat hoort misschien bij modernisme.

Of Bob na het NDK in Sofia heeft geslapen is niet bekend. Er was een hotel geregeld maar of hij daar echt geweest is, we weten het niet. De dag na Sofia moest hij in Skopje (Noord Macedonie) zijn dus misschien is hij na afloop wel meteen doorgereden. 

Bob was zeker niet goedkoop. Om erbij te zijn betaalde je in 2010 tussen de 50 en 150 lev (tussen de 25 en 75 euro) dat was hier, in die tijd best een smak geld.

Over Bob in Sofia is betrekkelijk veel, nou ja best aardig wat terug te vinden. Er is een redelijke opname van die avond (die staat hier, alleen geluid natuurlijk). Er zijn twee recensies. Die zijn natuurlijk in het Bulgaars maar door de zegeningen van de moderne tijd kun je ze in het Engels lezen. Al is het wel, door de rare structuur van het Bulgaars, soms raar Engels. Er zijn wat foto's. Ik herplaats er hier een paar.

De eerste recensie (hier) is redelijk feitelijk. Al staan er mooie zinnen in.  

"Well, here we are, FIFTY, I repeat, FIFTY years later and we finally have Bob Dylan onstage in former Commie Bulgaria. Let’s get one thing straight – no matter what idiot students, waving hammer & sickle slogans try to profess, THIS was UNTHINKABLE until about 10-15 years ago.

We locals are yet to completely comprehend, understand and take in the true meaning of this momentous event. After all, Dylan was one of those absolutely “no-no” symbols of Western influence, a must-be-stopped Medusa of potent lyrics, machinegunned your way via various musical structures."

In de tweede recensie (hier) gaat de schrijver helemaal los. De schrijver leent, denk ik, de bijtende opsom structuur van "A hard rain's a-gonna fall" maar daar wordt het stuk niet slechter van. 

"I saw many people who were perhaps the real audience. They were outside, they were in the hallways and listen to music that make their way through closed doors. Occasionally miss some guards outside or inside and then one of the doors are opened. Then inside the sound genuine and almost arrived in the hall. These were moments of joy."

En (hier verslaat de structuur van het Bulgaars de vertaalmachine):

"They remembered times tear skirts, cutting jeans and stamps on the
thighs of girls when they were short skirts. Witnessed the arrests because of an interest in music or book. One time ago told me how he slaps [b]eaten by militiamen, that it was quite make him angry. Then when I talk with him, 15 years later, perhaps because alcohol drunk, he could not talk about it calmly and did press tears in his eyes and anger it clamp on throat. He experience the incident when police entered the restaurant, stood them against a wall and beaten them with slaps."

Het was, denk ik, een mooie, voor Bulgaren gedenkwaardige avond, die derde juni. Op de geluidsopname hoor je een bij vlagen erg enthousiast publiek. Het ontlokte Dylan al meteen in het begin een glimlach. Verdere communicatie tussen de man op het podium en de zaal bleef, het blijft natuurlijk wel Bob, achterwege. 

Maar, de prangende vraag is dus beantwoord, Bob was eenmaal in Bulgarije. Zestien jaar geleden. Het lijkt me zo langzamerhand wel tijd voor een volgend bezoek. 

Is het nu klaar? Nee. Natuurlijk niet. In één van de recensies wordt even terloops vermeldt dat er in 1984 in Bulgarije een boekje is uitgebracht. Met poster. En met een klein plaatje. Ongetwijfeld een singeltje. Blowin' in the wind staat er op. En iets dat vertaald vanuit het Bulgaars "That's better" zou heten. Waarschijnlijk is dat "Don't think twice it's alright". Maar dat moet ik dus wel zeker weten. Geen idee waarom. Maar het moet. Zo gaat dat.

Ik kom er nog op terug, op dat boek. Hopelijk. 



dinsdag 11 augustus 2026

Beste poezenoppaster,

Hoewel we nog steeds niet echt weten of we wel naar Nederland gaan, we zorgen zoals je weet nog steeds voor de tuin van de buren, schrijf ik toch maar vast wat dingen op. Anders komt het er misschien niet van. 

Als je poezenoppast is het nog steeds ruim boven de 30 graden dus over het algemeen slapen de poezen ergens. Met de nadruk op ergens. Het lijkt me allemaal te doen. Maar, met onze poezen weet je het nooit zeker. De nummers van de dierenartsen hangen op de koelkast en als het nodig is kun je Ali, de taxichaufeur bellen, die rijdt je dan vlug naar hen toe.

Gijs. De koning van de wereld én de redder van het universum slaapt bijna de hele dag. Maar bij Gijs moet je altijd opletten. Zo glipt hij, nu zijn haren geknipt zijn, met regelmaat onder de deur van de buurman door en staat hij buiten een beetje wereldvreemd om zich heen te kijken. Ook komt er soms een vreemde kater in de tuin die, om het ingewikkeld te maken, als twee druppels water op Anneke (die komt later) lijkt. Gijs haat die kater en meestal eindigt het met veel geblaas en een vechtpartij. Gijs komt dan weer terug met een hoofdwond die ontsteekt. Bel dan de dierenarts. Gijs is de enige poes die 's nachts binnen MOET slapen. Maar daar is hij zo aan gewend dat hij meestal zelf voor de keukendeur gaat zitten.

Lenie. Woont in het huis naast ons maar eet bij ons. Mocht je Lenie langzaam vinden, dat is zo. Maar dat doet ze expres. Als je gaat duwen dan gaat ze enorm blazen en grommen. Geduld helpt, en het is toch te warm voor snelheid. Lenie komt de laatste weken 's nachts bij Annet liggen. Reuze gezellig maar ze gaat dan omstandig de haren van Annet likken. Mocht ze dat bij jou ook doen, bedenk dan maar dat het pure liefde is.

Wim. Is zomers net zo raar als in de winter. Wim is een schatje die niets liever doet dan op schoot zitten. Tegelijkertijd vindt hij het geen enkel probleem om bijna elke andere poes te bedreigen en hard op het hoofd te meppen. Terwijl het toch een klein, gezet poesje is. Het zal onzekerheid zijn. Wim eet alleen op tafel en hoe de brokjes moeten liggen wisselt. Soms direct op tafel, soms op de deksel van de pot waar de brokjes in zitten. Inderdaad, er zijn ergere dingen.

Anneke. Kleine poes terwijl ze toch al twee is. Nu de buren langdurig in Sofia zijn heeft Anneke zich hun tuin toegeëigend. Ze volgt je met argusogen en let op of alles wel voldoende water krijgt. Anneke heeft een vreemde obsessie met water. Ze drinkt het liefst uit een gevuld glas dat in de wasbak in de keuken staat. Of uit een lopende kraan. Of water uit de slang waarmee je water geeft. O, en hoewel ze mager is gaat Anneke ongetwijfeld lopen bedelen om snoepjes. Geef ze maar gewoon, dat doen wij ook altijd.

Wilma. Dikkerdje met een gezellig humeur. Wilma praat tegen je, hele verhalen kan ze afsteken. Dat je haar niet verstaat maakt niet uit. Maar als je korte keelklanken als antwoord geeft praat ze nog een tijdje door. Wilma zit graag bij je op schoot. Al betekent dat dat ze zo'n beetje met haar hoofd tegen je neus aan gaat liggen. Ze slaapt overdag vaak in de kelder van de bouwval naast de buren. Als je haar te lang niet gezien kun je gaan staan roepen. Al terugpratend zal ze dan, het kan even duren, naar je toe komen. Om daarna nog een tijd tot in detail te vertellen over wat ze allemaal niet heeft meegemaakt.

Sorri, meest vriendelijke poes ooit. Praat, net als zijn moeder Wilma tegen je. Al is het bij Sorri meer een kermend "ik heb echt ondragelijke honger". Hoewel Sorri heel vriendelijk is en het met elke poes goed kan vinden is hij erg oplettend en doodsbang voor honden en vreemde mensen. Het is maar de vraag of je Sorri gaat zien. 

Steve. Is van de buren maar wij geven hem eten. Steve is denk ik al 12 of 13. Dat is voor hier erg oud. Hij wordt, of is, oud en erg stram. 'S ochtends komt hij tijdens het ontbijt langs om blokjes kaas te eten. Om half 4 krijgt iedereen wat natvoer. Steve krijgt een ruime bak. Als hij eten wil, krijgt hij eten. 

We zijn, als we gaan maar een dag of zes weg, dat moet te doen zijn. Maak je niet te druk. Per dag schieten wij vaak maar een keer of 2, 3 in de echte paniek.

donderdag 6 augustus 2026

Bloed in Bulgarije.

Buurman Jordan wacht in Sofia op het begin van zijn chemokuur. Vanmorgen gaf Annet één van de benodigde acht injecties aan een Thaise mevrouw die hier woont. En misschien horen we vandaag nog of we iets moeten doen voor een Nederlandse meneer die in Popovo in het ziekenhuis is terecht gekomen. Welkom in het gezondheidscentrum/poezenpension Pirin 6.

Omdat we nogal in de gezondheidsdingen terecht zijn gekomen dacht ik dat dit het juiste moment zou kunnen zijn voor één van de grootste WTF momenten die we hier tot nu toe hebben, nee niet meegemaakt, gelukkig niet. Maar, we hebben er over gehoord. Zoiets.

Kijk, in Nederland is de gezondheidszorg natuurlijk overgebureaucratiseerd, er is te weinig aandacht voor het persoonlijke individu, op elk dubbeltje wordt gelet, schande, foei en bah, dat soort dingen. Maar, en het is natuurlijk geen wedstrijdje in "kijk eens hoe beroerd het hier is", nou ja, let op.

Wie in Bulgarije in het ziekenhuis terecht komt en daar geopereerd moet worden, en er komt, of er bestaat de kans dat er bij die operatie bloed nodig is, komt ie, aan die iemand wordt door het ziekenhuis dwingend en eigenlijk verplichtend gevraagd om de waarschijnlijk benodigde hoeveelheid bloed door familieleden of vrienden aan te laten vullen. Sorry, wat? Wie geopereerd wordt moet zelf zorgen dat de bloedvoorraad wordt aangevuld. Nee! Ja, echt. Erger nog, tot dat het bloed is aangevuld wordt er niet geopereerd. Nee! Ja, natuurlijk wordt je geholpen als de situatie plots en levensbedreigend is, bij een auto ongeluk of zo maar als jij geopereerd moet worden omdat je, zeg kanker hebt, dan wordt er pas geopereerd als je vervangend bloed hebt geregeld. 

Bulgarije bungelt in het lijstje met bloeddonoren ergens ver onderaan. Als mensen al zouden willen doneren dan doen ze dat niet omdat ze rondlopen met het "ja maar straks is er iets met oma/mijn moeder/vriend en dan hebben die mijn bloed nodig" idee. Er zijn wel campagnes om het aantal bloeddonoren te verhogen en wie hier bloed geeft "krijgt" van zijn/haar werkgever een volle dag vrij. Maar het zet allemaal geen zoden aan de dijk. Er is dus een chronisch tekort aan bloed. 

Nog wat leuke dingetjes. Wie, stel in Sofia in het ziekenhuis terecht komt en daar geopereerd moet worden moet zorgen dat er door een aantal mensen bloed wordt gedoneerd bij dat specifieke ziekenhuis. Hier in het dorp woonde Dimitri. Hij wandelde een paar jaar terug in de bergen bij Sofia en kreeg daar een maagbloeding. Mensen werden opgeroepen in Sofia bloed te geven of hun vrienden en kennissen te bewegen dat te gaan doen. Sofia is 4 uur rijden vanaf hier. Je kunt dus niet hier in de buurt doneren, nee je moet naar het specifieke ziekenhuis. Dimitri is trouwens overleden. Kwam dat doordat er te lang gewacht is met opereren? Niemand die het weet. Mocht je overlijden doordat er geen bloed beschikbaar is of doordat er te lang met de operatie gewacht is omdat men liep te wachten op te doneren bloed dan wordt dat nergens bijgehouden. Bij Dimitri zal de doodsoorzaak dus "maagbloeding" zijn, nooit zal er "er kwam te laat bloed binnen" of "er was geen bloed beschikbaar" worden genoteerd. 

Gaan er veel mensen dood door deze rarigheden? Dat weet dus niemand. Want het wordt nergens officieel bijgehouden. Maar wie in de berichten hierover duikt komt regelmatig het woord "aanzienlijk aantal" tegen.

Goed, tot zover het bloed. Annet gaf vanmorgen een injectie omdat je hier voor het geven van elke injectie moet betalen. En de Nederlandse meneer die in het ziekenhuis in Popovo ligt moet misschien vandaag nog eten krijgen. Wat? Ja, wie hier in een publiek ziekenhuis terecht komt moet zelf zorgen dat hij/zij eten krijgt. Het ziekenhuis verstrekt geen eten. Kun je je dat voorstellen? Nee, ik ook niet. Maar het is hier, in Europa, in 2026 gewoon zoals het is.


 

maandag 27 juli 2026

Oppastuin

We waren vanmorgen net klaar toen we uit de tuin van Jordan een luid gekraak gevolgd door een doffe "boem" hoorde. Vanaf de veranda, zonder zelfs maar op te staan zagen we het al, er was een tak, zwaar van de bijna rijpe pruimen afgebroken. "Ach, als hij terugkomt mag hij toch geen rakia meer maken". "Als hij terugkomt". "Als".

Ons huis heeft geen tuin. Nou ja, dat klopt niet. Ons huis heeft een erg ruime tuin maar er staan alleen maar fruitbomen in. Dat vonden we meteen al een voordeel van dit huis. Aan fruitbomen heb je nauwelijks werk. Bulgaren en ook veel immigranten vinden het fantastisch om hun eigen groenten te verbouwen. Voor Bulgaren is het een way of life, het zit in hun genen. En het vult hun magere staatspensioen aan, dat natuurlijk ook. Immigranten komen hier vaak met de droom van zelfvoorzienendheid. Lekker alles zelf verbouwen. Dat vonden we meteen een matig idee. Want zo'n tuin kost een hoop, een erge hoop tijd. Het zet je helemaal vast. Je kunt geen kant meer op. Dus dat gingen we niet doen. Al was dat een gedachte die we hadden voor alle poezen besloten bij ons te komen wonen.

Ik weet het niet, ik denk dat Annet iets tegen haar zei. En toen begon Duschka vreselijk te huilen. "Dancho (Bulgaren hebben, nee, dat leg ik wel een andere keer uit) houdt zo van zijn tuin" en "Ik zie hem nog zo door de tuin lopen, altijd iets te doen". Hartverscheurend was het. We kregen de tuin uitgelegd. Nou ja, iets van uitgelegd. Iedereen was met het hoofd ergens anders, ver weg, in Sofia. 

Jordan (die ook Dancho heet, help onthouden dan leg ik dat nog eens uit) is al een tijdje ziek. Eerst negeerde hij het, daarna was het "ik heb buikpijn als ik iets gegeten heb". Nu is hij ook al 77 maar waar hij eerst nog, al was het stram, liep werd het nu schuifelen. Nou ja, het is een bar ingewikkeld verhaal waar de brakkigheid van de Bulgaarse gezondheidszorg een hoofdrol speelt. Zijn dochter die verpleegkundige is heeft een rol. Zelfs wij die ons plots erge zorgen maakten nadat we hem een tijdje terug zagen hebben een rol. 

Dancho ligt plots in een ziekenhuis in Sofia (dat is bijna 250 km verderop). Met een fors gezwel in zijn darmen. Er zijn onderzoeken en er is, eigenlijk, als ik eerlijk ben maar een heel erg ieniemienie klein beetje hoop dat het goed afloopt.

We zorgden eerder voor de tuin, maar dat was in de winter. Lekker makkelijk. Annet verzorgde de kippen en dat was het wel.  Nu, nu Duschka naar Sofia is en hun huis leeg staat, verzorgen we de tomaten, worteltjes, courgettes, mais, paprika's, okra's, pompoenen, uien, fruitbomen en waarschijnlijk nog 13 dingen die we helemaal niet eens herkennen als groente. We worstelen met een waterslang die de Balkanoorlog van 1912 nog mee heeft gemaakt en vervloeken de Bulgaarse gewoonte om alles, echt alles opnieuw te gebruiken tot het het echt niet meer doet. Maar ...

Het is belangrijk. Voor hen. "Hoe moet het dan met de tuin?". Maar tegelijkertijd is het allemaal totaal futiel. En dat weet ook weer iedereen. We wachten. Op bericht. Al zijn we daar ook bang voor.


woensdag 15 juli 2026

Vragen, vragen.

Gaat er nog een eind komen aan de stroom van ieniemienie kikkertjes (padden kan ook)(maar volgens mij zeg je dan geen padjes) die sinds de paddenregen van een paar weken terug per ongeluk via de traptreden van ons huis ongeduldig en misschien ook wel radeloos heen en weer huppen voor de keukendeur? Ze hupten vol goede moed de traptredes af maar terug huppen is voor zo'n klein kikkertje (of pad) natuurlijk niet te doen. Elke dag vang ik, als ik 's ochtends vroeg koffie zet en de poezen eten geef, degene voor de deur en zet ze terug in de tuin. In de loop van de dag vangen we dan de kikkers (of padden) die via kieren het huis zijn binnengekomen. Tientallen zijn het er tot nu toe. En we zijn ze een beetje zat. We blijven ze natuurlijk buiten zetten maar ik verdenk sommige ervan het allemaal wel grappig te vinden. De trap af hupsen en dan in een plastic bakje weer naar buiten worden gedragen.

Krijgen we een nieuwe verblijfsvergunning? Bij de vorige (voor vijf jaar) (de nieuwe zou voor tien jaar moeten zijn) moesten we vlotjes allerlei bureaucratisch halsbrekende toeren uithalen. Een Bulgaarse bankrekening terwijl veel Bulgaarse banken geen zin hadden in immigranten. Inschrijven in het Bulgaarse ziekenfonds. Allerlei in veelvoud gekopieerde papieren. Deze keer hoeven we alleen te bewijzen dat we een vast adres hebben. Maar dat lijkt me zo simpel dat ik vermoed dat de immigratiemevrouw op de dag zelf om allerlei andere noodzakelijke, en voor ons onvindbare dingetjes uit haar redelijk uitgewoonde kantoor roept. 

Laat Gijs voortaan de zwart witte kat, die gekmakend veel op Anneke lijkt met rust zodat hij niet meer in lelijke vechtpartijen belandt die er vervolgens voor zorgen dat we met hem naar de dierenarts moeten omdat zijn hoofd vol met pus is gaan zitten? Twee keer hebben we het tot nu toe gehad en waar Gijs over het algemeen een relaxte theemuts is maakt de zwart witte kater het slechtste in hem los. Zijn halve vacht vloog door de lucht en op zijn hoofd zag ik, bij de dierarts wel vijf diepe tandafdrukken zitten. En, ik had het even verdrongen, hoe gaat het met zijn volgende knipbeurt? De vorige keer misdroeg hij zich zo dat het maar goed was dat het nog niet zo heel warm werd. Maar nu het toch als vanouds boven de 30 graden is en blijft moet hij er toch echt nog een keer aan geloven.

En hoe loopt het af met buurman Jordan? Betere buren dan Jordan en Duschka kun je je als net geïmmigreerde Nederlanders niet wensen. Behulpzaam, vriendelijk en altijd bezig met het corrigeren van de klemtoon in onze beroerde uitspraak van het Bulgaars. Om daarna vlug nog een handvol courgettes/tomaten/aardappelen etc aan ons te geven. De laatste tijd rommelde de gezondheid van Jordan (77). Eerst iets met mogelijke huidkanker, daarna staar en de laatste weken at hij slecht tot niet. Misselijk was hij bij alles wat hij at. Vorige week bracht Annet hem en Duschka nog op stel en sprong naar het ziekenhuis in Veliko Tarnovo met hartklachten. Dat liep goed af maar nu blijkt hij een "iets" in zijn darmen te hebben. Maar wat dat "iets" is? We vrezen vrij zenuwachtig.

Vroeger, en er is zo langzamerhand best veel vroeger, was er een tv serie, Soap. Ik dacht dat elke aflevering eindigde met "Confused, you won't be after the next episode of Soap". Maar dat blijk ik me dus niet goed te herinneren. Ook al weer niet. Het leek me een aardige cliffhanger einde van deze tekst. Al is cliffhanger in het geval van buurman Jordan eigenlijk een te jolig woord.

Buiten bloeien de zonnebloemen en wordt het ook rap steeds warmer. Dit blog neemt even een zomerpauze. 

woensdag 8 juli 2026

Vijf jaar (poging tot een evaluatiegesprek)

"Sorry, wat?". "Evalueren? Wat dan?". "Dat we hier vijf jaar wonen?" "Gut gut, het lijkt wel werk. Maar, als je dat nou echt graag wilt weten, ok, evaluatie". 

"Of wat? Of de emigratie heeft opgeleverd wat we ervan hadden verwacht?" "Serieus? Staan die vragen op een briefje of zo?" "Maar, kijk, we hadden geen echt doel. We wilden alle twee liever niet meer werken en dat kon met het opgespaarde geld natuurlijk niet in Nederland. Mooi land Nederland maar wel een tikje prijzig. En omdat we dit huis hadden, hier in Palamartsa, gingen we hier heen en, nou, ja, we werken nog steeds niet dus het doel is bereikt zeg maar". "Of we het nog wel kunnen betalen?". "Het is wel een echt openhartige vragenlijst he?" "Maar, ik zal het even nakijken. Net als vroeger op het werk houd ik het geld bij en tel ik op, deel door zoveel, gum wat dingen uit en ja, daar is dan een bedrag. Vorig jaar gaven we gemiddeld per maand 1093 euro uit. Maar daar zat dan wel alles bij, het huis, belastingen, ziektekostenverzekering, de auto. Zulke dingen. Nee, allemaal keurig opgesplitst in allerlei kolommetjes. Ja, er is ook een kolommetje "Poezen", 205 euro per maand, gemiddeld, voor de pluizenbollen". "Wat? Ja, maar je krijgt er een hoop voor terug zullen we dan maar zeggen".

"Ja, door de poezen is het een heel ander leven geworden dan verwacht wat we hier hebben. We zouden het land rond reizen. Hier kijken, daar kijken. Maar dat zit er niet echt meer in. Oh, en ik weet het nog. Annet helpt het me soms herinneren. We waren hier drie weken en we waren in Buzludzha, in een hotel. Daar sprak ik de onvergetelijke en vaak geciteerde woorden "Maar ik ga me niet aan die poezen hechten hoor!". "Nee, dat is niet helemaal gelukt nee". "Ik zei het gister nog; Sommige mensen hebben een gloedvolle carrière. Wij redden poezen. Het is geen lastige keuze". 

"Of we geïntegreerd zijn?" "Gut, ik was in Nederland niet eens geïntegreerd, laat staan hier". "Nee, maar kijk, Palamartsa is een wonderlijk dorp. Er zijn hier Bulgaren, daar kennen we er best wat van. En er zijn hier buitensporig veel immigranten". "Wat? Nee, ze noemen zichzelf expats maar dat is een versluierend woord. Immigranten, dat zijn we. De allermeesten komen uit Engeland. En daar kennen we er wel wat van maar niet heel erg veel. Ze klitten meest bij elkaar en om nu te doen alsof we in Little England zijn komen wonen, nee". "Omdat het er nu zoveel zijn leven sommigen eigenlijk in een raar soort Engelse enclave. Ze vragen dingen aan Engelsen, krijgen antwoord van Engelsen, in het Engels. Bulgarije, Bulgaren, het is een soort ruis, een achtergrond, een soort set, toneelstuk". "Ik heb geen idee hoeveel het er zijn maar een quotum zou een goed idee zijn. De kroeg is Engels, er is een Engels bouw/klusbedrijf, een Engelse zwembadaanlegger, er is zelfs iemand die regelt vakanties voor mensen uit Engeland zodat die hier, rond het dorp op motoren door de natuur kunnen raggen". "Ja, ik heb daar wel een woord voor ja. Maar we houden het leuk". "Nee, we gaan niet veel met immigranten om. Ik ben toch al niet zo gek op mensen en, maar dan stop ik er over, er zitten ook best veel WEF haters, vaccinatieweigeraars, wolkenvrezers  en "Nederland is kut, Bulgarije is fantastisch en stuurt u wel eens heel vlug mijn uitkering op!" mensen tussen". 

"Taal? Ja, dat blijkt een tegenvaller. Toen we hier twee jaar woonden dacht ik nog optimistisch dat we dat met een jaar of 5 redelijk goed zouden spreken. Maar dat gaat niet lukken, ben ik bang". "Nee, ik denk dat dat erg met in een dorp wonen samenhangt. Je ziet hier soms letterlijk dagenlang geen mensen. Als we in zeg Sofia zouden wonen konden we veel meer, natuurlijker ook, oefenen". "Nee, het is een hondsmoeilijke taal. Er is iets met een tijdsvorm van een werkwoord dat een afgesloten handeling aangeeft, en een tijdsvorm die een zich herhalende herhaling aangeeft. En dan sta ik maar te denken wat ik precies wil zeggen, herhaalt zich dat of is het maar één keer?". "Zie je, ik kan niet eens uitleggen hoe het probleem precies zit". "Nee, we houden vol. In september gaan we weer verder met de lessen". 

"Ik heb geen zin meer hoor. Ik ben wel een beetje klaar met de evaluatie". "Als het in Nederland een paar dagen overspannen heet is moet iedereen het horen en van je wee en ach maar hier is het gewoon tot ergens in september heet, dus ik ga even zitten hoor". "Nee, we blijven nog een tijd hier. Volgende week donderdag mogen we de nieuwe verblijfsvergunning ophalen, die is geldig voor 10 jaar. En na die 10 jaar zien we wel weer verder". "Nou dan vul je het toch verder lekker zelf in. Stuur maar op, ik kijk wel of het mijn antwoorden hadden kunnen zijn. Zo voorspelbaar ben ik volgens mij wel". 

dinsdag 30 juni 2026

Een konijnenmeisje, "Piemel", "Staart" & Underworld

Dus ik stond opeens naast een in het roze gekleed konijn. Ze was met haar ouders meegekomen en die hadden haar duidelijk een erg goede opvoeding gegeven. Ze was 6, 7? Zoiets? Maar ze danste beter op de snoeiharde techno dan menig volwassene rondom haar. Op haar hoofd had ze iets van een roze pet. Met konijnenoren. Haar blik onder het dansen was verbeten volwassen. Tot ze naar haar ouders keek. Dan werd ze weer gewoon 6. Of 7.

Underworld hoorde ik voor het eerst goed op de fiets. Ik werkte toen in De Goorn en omdat daar geen station was fietste ik erheen vanaf Obdam. Een klein half uur duurde dat. In dat half uur klonk dan de slimme dansmuziek van Underworld in mijn oren. Als ik wind tegen had moest het geluid wat, of meer dan wat harder. En in mijn herinnering had ik altijd wind tegen. Licht doof kwam ik dan op het werk. Wat wel fijn was, dat dove, want de bibliotheekmevrouwen die er al jaren en jaren werkten en vrijwel allemaal een hekel aan elkaar hadden begonnen vaak meteen met het uiten van allerlei klachten en ander leed. Ik neuriede dan gewoon nog even Kittens in m'n hoofd. 

Naar Underworld gingen Annet en ik vaak. In Nederland. Toen we lazen dat de band in Sofia zou optreden dachten we verder geen minuut na en kochten kaarten. Online. Ik zal je verder besparen hoe ingewikkeld dat kan zijn. Online kaarten bestellen. In Bulgarije. Waarom zou je iets makkelijk maken als het ook bijna onmogelijk kan zijn? 

Underworld maakt dansmuziek. Maar dan, al zeg ik dat misschien omdat ik het zelf leuk vind, slimmer. Lange liedjes, vage teksten, redelijk uniek. Maar als het lied Born Slippy niet in de film Trainspotting terecht was gekomen was het waarschijnlijk een kwakkelend bandje gebleven. In de zomer spelen ze op festivals. Want op dat ene liedje komen nog steeds bakken mensen af. Dat is niet erg. Annet en ik gaan voor de andere liedjes.

De buren zouden de poezen eten geven en Gijs kon bij de dierenartsen overnachten. Dat was belangrijk want Gijs is weliswaar een softe bol wol met vaag iets van hersencel of drie, hij doet altijd iets stoms, of erger. 

Ik houd van herhaling. Dezelfde hotels, dezelfde restaurants. Die herhaling. Dan houdt m'n hoofd ruimte voor al de dingen die wel anders gaan. Of zoiets. Dus gingen we, net als bij Massive Attack vorig jaar, naar hetzelfde hotel en we aten bij hetzelfde restaurant. En ja, daar kon je nog steeds de woorden "Piemel" en "Staart" lezen. Het is fijn als dingen niet veranderen. Al is het maar graffiti. 

Omdat het, net als vorig jaar bloederig heet was gingen we wat later naar het festivalterrein. Tot onze licht ontregelende verbazing was het daar pauze. Die pauze was niet in overeenstemming met het schema. Er werd op het podium getut met gitaren. Een akkoordje. En nog één. Er werd ontstemd gekeken. We hingen rond. En deden dat nog een keer. Na een tijd begon er plots een bandje, Nothing But Thieves. Die hadden we moeten kennen van het lied "Amsterdam". Maar dat heeft me nooit wat gezegd. Het publiek, meest in de puberleeftijd vond het allemaal prachtig. Maar volgens mij waren ze eigenlijk alleen maar een uur te laat. De band speelde goddank een korte set met voor de hand liggende gitaarliedjes en liet ons meerdere malen weten dat ze Sofia fucking helemaal lovede. En dat ze fucking een andere fucking keer fucking terug zouden komen. Dat leek me een waarlijk prima plan. Vooral dat een andere keer.

Na het optreden stroomde het puberpubliek weg. Waarschijnlijk zouden die de fucking andere keer wel weer terugkomen.

Na een erg korte pauze mocht Strahil Velchev aka DJ Kink het podium op. DJ kink bleek een een erg aardige meneer die met een ai robot en allerlei andere dingetjes fijn harde dansmuziek maakte. Na een kwartiertje mocht zijn driejarige dochter papa komen helpen met het aan knopjes draaien. En dat deed ze prima. En enthousiast ook. Helemaal in de maat was het misschien niet maar wat maakt dat eigenlijk uit, maat houden?

Na een erg klein half uur werd DJ Kink te kennen gegeven dat het zo wel goed was. Er moest duidelijk tijd worden ingehaald. De tafel met zijn spullen werd nog net niet onder zijn handen weggereden.

En toen mocht Underworld. De sfeer zat er bij Annet en mij nog niet echt lekker in. Misschien waren we te laat gekomen. Misschien was het veel te warm. Misschien moesten we aan Gijs denken die misschien wel in paniek zou raken van de warmte. Zulke dingen. Maar dat kwam gelukkig allemaal goed in ongeveer 13 seconden. Underworld begon en we waren vrolijk. En wij niet alleen. Overal waren vrolijke mensen. Het konijnenmeisje en haar ouders dansten wild. Omvangrijke Bulgaren bewogen als nooit tevoren. Op het podium leek van alles aan de hand te zijn met weigerende microfoons en bijbehorende boze blikken. Maar maakte dat uit? Welnee. De muziek klonk harder dan ooit en na een uur en een kwartier was iedereen, ja wij ook, totaal kapot. Doodkapot. Er was geen droge draad meer te vinden, nergens denk ik. We zijn letterlijk naar een metrostation gewankeld. 

De dag daarna zaten we in de ochtend op het altijd lege station Sofia. Op een bankje iets verder zat een dronken wordende meneer. Een herdershond lag onder het bankje waarop hij zat. Uit zo'n irritant draagbaar boxje kwam luid de stem B.B. King die zong dat de thrill gone was. We keken naar de ruimte voor ons. Misschien was daar wel iets weg. Maar wie weet kwam er ooit wat voor terug.

De treinreis terug duurde niet de geplande 5 uur. Het werd 6 uur. Vanwege de hitte mocht de trein niet te hard. Alle poezen waren gezond en ook zeer blij dat we eindelijk weer eens thuis waren. En ik neuriede ergens in mijn hoofd, dat pas over een dag echt wakker gaat worden Kittens.