donderdag 31 augustus 2023

Een verscholen monument

(Omdat het hier in Noordoost Bulgarije aanhoudend warm is, 28 graden is al een lekker koele dag even een stukje over iets uit de winter)

"Stop! Stop! Stop nou!". "Wat is er?". "Er staat daar iets in het bos. Iets roods". "Je moet daar echt eens mee ophouden Ton. Ik schrik me rot van dat geschreeuw". "Ja, maar, het was groot, en rood". "Je bent zestig, doe normaal". "Jaja, maar kunnen we nu een stukje achteruit rijden?".

De weg tussen het kleine Berkovski en het iets grotere Slavyanovo is aanhoudend saai. Bomen met dichte struiken ervoor aan de rechterkant en bomen met dichte struiken ervoor aan de linkerkant. Alsof je door een lange tunnel rijdt die met de verkeerde muurverf is geschilderd. Tenminste, zo kenden we de weg uit de zomer en in de herfst. Toen we er, eigenlijk per ongeluk, in februari reden was al het groene blad verdwenen. En kon ik het rode iets in het bos zien staan.

Zo'n tien, twintig meter van de weg stond een menshoge, brokkelige rode ster tussen de bomen. Op de ster stond een mitrailleur afgebeeld. Heel even moest ik aan het logo (al is dat waarschijnlijk een te kapitalistisch of imperialistisch woord) van de Rote Armee Fraktion denken. Maar zo dwaas zijn ze zelfs hier in Bulgarije niet. Op het monument zat een plaquette met een slecht leesbare tekst. Die werd beter leesbaar toen Annet met een goedje dat in de auto lag het vuil wegpoetste.


Soms, als het buiten weer veel te heet is ga ik maar weer achter de laptop zitten en dan zoek ik aan de cyrillische kant van het internet naar iets meer informatie over deze hinderlaag, die toch een heus monument opleverde. Maar er staat nergens iets. Geen van de namen duikt op in de context van wat wij "de oorlog" noemen. Hier was "de oorlog" geen bezetting. Bulgarije werd, als bondgenoot van Duitsland voornamelijk als graanschuur gebruikt. Er was wel verzet. Tegen de eigen autoritaire regering, tegen de Duisters. Mensen trokken de heuvels in en vormden partizanengroepen. Zo af en toe werd er gevochten, er vielen doden. Maar "de oorlog" gaat hier toch veel meer over "de bevrijding". Begin september 1944 namen partizanen de macht over. Al gebeurde dat voornamelijk omdat het Sovjetleger Bulgarije binnentrok. Waarmee "de bevrijding" voor veel Bulgaren ook in het echt tussen haakjes kwam te staan. 

Maar het monument staat er. Ook al staat het er dan, voor ons zonder context. En er lijkt niemand naar om te kijken. Dat is voor zo'n monument ook maar treurig. Dus, misschien, als het hier ooit nog winter wordt rijden we er nog eens langs. En dan poetsen we de letters maar weer schoon. Als we het nog kunnen vinden.


 



vrijdag 25 augustus 2023

We gaan voor een seizoenkaart.


Zo rond de 26ste minuut, Ludogorets stond met twee nul achter en het zag er naar uit dat die achterstand nog wel verder op zou lopen, begon Fillip, de valutahandelaar in spe met wie we mee waren gereden op zijn mobiel te zoeken naar grafieken met een stijgende lijn. Er kwam nog een toeschouwer binnenschuifelen, onder gelach van zijn vrienden. Een vrouw wiegde een slapende baby zachtjes heen en weer. Achter ons klonk een kinderstem die zachtjes "Ludogorets olé" zong.

In het stadion van Ludogorets in Razgrad gaan zo'n 10.000 mensen. Dat is 7 keer Paradiso, om in een eenheid te rekenen waar ik wel bekend mee ben. Ik was nooit eerder bij een echte voetbalwedstrijd geweest. Maar als de burgemeester met kaartjes aankomt, dan ga je. 

Het begon met het tegenkomen van Gosho, de burgemeester bij een fontein. Hij klokte een net volgelopen flesje water weg. Terwijl er toch "Dit water is niet veilig om te drinken" op de fontein was geschilderd. Hij vertelde dat Annet en ik de volgende dag met ons id bewijs bij hem langs moesten komen. En daarna ging het over de wedstrijd van Ludogorets tegen Ajax. De volgende dag bleek die wedstrijd uitverkocht maar we konden wel mooi meteen een formulier invullen waardoor we mogen stemmen op de verkiezing van Burgemeester in oktober. Weer een dag later kwamen we hem tegen bij een bijeenkomst over het watertekort. Of we de dag daarna weer even langs wilden komen. Nu is het hier zo warm dat we verder toch niets te doen hadden en zo kwamen we alweer op het gemeentehuis. Daar werd het kantoor van Ralitsa, de enige ambtenaar geschilderd. Door Ralitsa zelf. Maar, plots had Gosho toch kaartjes voor DE wedstrijd. Hij was er, eerlijk gezegd, blijer mee dan wij.

In de auto op weg naar Razgrad legde Fillip, met wie we mee konden rijden uit hoe hij en zijn vrouw hun geld gaan proberen te verdienen. Het klonk bar ingewikkeld, allerlei financiele begrippen stuiterden door de auto. Dit kopen, dat verkopen, percentages, spreads, het was nog net te volgen. Fillip sprak goed Engels, voor mensen gaan denken dat ik financiële verhalen in het Bulgaars kan volgen. In Razgrad parkeerde Fillip zijn auto op een plek waar dat niet mocht en we liepen, met een flink aantal andere mensen naar het stadion. Niet te vlug, Fillip torste veel overgewicht met zich mee en vlug lopen doet hier sowieso niemand.

In het stadion werd gezongen, en erg luid getrommeld door een harde kern van Ludogorets supporters, het zullen er zo'n vijftig zijn geweest. De rest van de tribunes zaten vol met vrolijk rustige Bulgaren die, dat bleek al na het eerste doelpunt van Ajax nooit echt geloofd hadden dat Ludogorets zou kunnen winnen. En dat deden ze dan ook niet. Dat het met de rust slechts 3 - 0 stond was een meevaller. In de rust kletsten alle Bulgaren vrolijk over van alles. Niemand leek teleurgesteld of chagrijnig. Wat verderop zat een nog best flinke groep Ajax aanhangers. Ze zongen, ze klapten en ze hadden ook een trommelaar die strakker speelde dan een drumcomputer, dus misschien was het dat wel, Het werd na de rust al vlug 4 - 0 maar de tweede helft was wel een stuk leuker om naar te kijken. Onze nieuwe Bulgaarse helden speelden opeens zonder bibberend ontzag. Het werd nog 4 - 1 maar daar bleef het bij. Na afloop ging iedereen rustig naar huis. 

In de auto op de terugweg, nadat we eerst in een donker Razgrad met Fillip hadden gepraat over wat er onder het communisme beter was in Bulgarije, vertelde hij over hoe hij op zijn 27ste eerst in Noorwegen had gewerkt en hoe hij daarna met zijn vrouw 15 jaar in Engeland had gewoond. Als ik het me goed herinner heeft hij luchtverversers verkocht, werkte hij voor een design bedrijf, was er iets met paarden, plukten ze frambozen, werkte hij als timmerman, deed hij iets in een autowasstraat en had hij een bedrijfje dat stickers maakte. En ik vergeet denk ik nog wat baantjes. Twee maanden geleden is hij met zijn gezin teruggekomen naar Bulgarije, naar Palamartsa. In Engeland had hij het gevoel dat alleen werken er toe deed. En daarvoor was de mens niet op aarde. Dus nu gaat hij proberen zijn geld te verdienen met valutahandel. Wat me wel weer mooi leek voor iemand die een half uur eerder niet afwijzend stond tegen het communistische model.

Het was een wonderlijke avond, in Razgrad. Het stadion vol mensen was vrolijk makend. Voetbal bleek, zo in het echt, een stuk leuker dan op een beeldbuis. En het was fijn om eens echt met een Bulgaar te praten die er voor gekozen had om weer terug te komen. We gaan voor een seizoenskaart denk ik.

 


maandag 21 augustus 2023

Een brief posten (dingen die hier anders gaan deel 53)

Ze keek, nadat ze een tijdje was doorgegaan met wat ze deed naar ons op. Het duurde even voor ik de blik kon plaatsen, het was tenslotte in Nederland al een eeuwigheid geleden dat ik in een heus, echt en officieel postkantoor was. Maar daar was hij dan toch weer, de enige echte, ook al kende ze het liedje waarschijnlijk niet "I've got the power" blik van de geharde balie beambte. Na de blik ging ze onverstoorbaar door met wat ze eerder deed.

Wie permanent naar het buitenland gaat bouwt geen aow meer op. Daar kun je wat aan doen en de onvolprezen Sociale Verzekeringsbank regelt dat. De SVB is een grote, maar voor ons tot nu toe vriendelijke instelling. Het enige nadeel van de SVB is dat je elk jaar een pakje papier in moet vullen en op moet sturen. 

In Palamartsa is een postkantoor(tje). Het bevindt zich op de eerste verdieping van het gemeentehuis en Nelly is de postkantoormevrouw. Als ze ons ziet lopen en er is post dan schalt ze "Pirin sjest!" (ons adres) over straat en dan halen we de post op. Of ze brengt het langs. Nelly speelt, ik zag het op het oudejaarsfeest, ook heel prima heavy metal luchtgitaar. Op het postkantoor betaal je ook het water en de elektriciteit en je kunt er je uitkering ophalen. Die zinnen tik je zo in maar de praktijk gaat gepaard met het noemen van allerlei nummers en het tonen van bewijzen. Maar, Nelly brengt het vriendelijk. 

Nelly brak een maand of zo terug haar arm. Een nogal ingewikkelde breuk. Het postkantoor was daarna wekenlang helemaal dicht. Nu het weer wat beter met haar gaat is het soms een ochtend open maar er is dan ook meteen een enorme rij. Want je kunt natuurlijk gewoon je uitkering ophalen maar je kunt er dan ook mooi meteen heel erg lang met Nelly blijven praten over de hitte, je familie, dat soort dingen. 

Na een aantal malen een tijd in een rij waar de gemiddelde leeftijd boven de 76 was gewacht te hebben op gesprekken waar geen einde aan kwam besloten we onze SVB papierpakjes in Popovo te posten. 

Nadat de mevrouw in het postkantoor van Popovo eindelijk klaar was met het samenbinden van een grote verzameling losse velletjesfgvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvreeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeefffff (hier liep Gijs over de laptop) met een rafelig draadje bekeek ze onze enveloppen. In Bulgarije moet (MOET) je het adres van de afzender linksboven op de voorkant van de envelop zetten. De mevrouw las "Palamartsa" en gooide de twee enveloppen weer onze kant op. Er is een postkantoor in Palamartsa zei ze. Eigenlijk zei ze "Je denkt toch niet dat ik dat ga doen als er iemand anders is in dat van buitenlanders vergeven dorp die dat ook kan doen". We waren hierop voorbereid en legden uit dat ons postkantoor dicht was. Argwanend keek ze ons aan en snauwde na een tijdje "Paspoort!". We gaven haar onze Bulgaarse id kaart. Driftig begon ze namen en nummers in te tikken. Wie een brief post op een Bulgaars postkantoor koopt niet simpel een postzegel. De brief krijgt een barcode. Aan die barcode hangen de persoonsgegevens van de afzender. Nadat ze onze id kaarten terug had geduwd begon ze aan het intikken van de adresgegevens van de SVB. De barcode bevat ook die gegevens. Tip: Schrijf nooit Sociale Verzekeringsbank voluit op een envelop. Het duurt eeuwig en dan langer om al die letters fonetisch om te zetten in cyrillisch schrift. Toen de steeds chagrijniger kijkende mevrouw klaar was met Sociale etc legden we het begrip postbus (tip 2: schrijf nooit pb als je postbus bedoelt) en postcode uit. Dat ging vlot (op dat pb na). Maar Utrecht is dus weer heel erg lastig om te zetten naar het cyrillisch. Toen dit alles na zo'n 15 minuten klaar was werden er nog wat stempels op allerlei papiertjes gezet en mochten we weg. Zonder glimlach of groet.

Voor ik naar Bulgarije kwam was ik, ideologisch gezien nogal voor staatsbedrijven. Weg met de privatisering. Na ervaringen met postkantoren, het kopen van treinkaartjes en het eeuwige gedoe met water begin ik daar wat van terug te komen. Bij alle staatsbedrijven, buiten het dorp, wordt je met een doodse, chagrijnige blik bekeken en ook al sta je twintig minuten te wachten bij een loket waar je de vorige keer ook stond, het is hier niet meer dan logisch dat je, wanneer je dan eindelijk aan de beurt bent met een korte grauw wordt verwezen naar een ander loket op een andere, waarschijnlijk onbekende verdieping. Waar je dan ook weer in een rij kunt gaan staan. Publieksonvriendelijk is eigenlijk nog een te blij woord voor de manier waarop je hier vaak door de loketmaffia wordt behandeld. 

Al wordt je, daar moet ik eerlijk in zijn, ook bij het volledig private internetbedrijf als een recidiverende misdadiger behandeld.  


maandag 14 augustus 2023

"Waarom wonen hier zoveel buitenlanders?"

"Maar, weet jij misschien waarom er hier zoveel buitenlanders wonen?", vroeg ze nog. Ik heb de interviewmevrouw toen maar doorverwezen naar de Engelse aanwezigen. Wij wonen hier bij toeval, maar dat zal niet gelden voor al de Engelsen die hier wonen. Dat zou, sorry flauwe zin, wel heel toevallig zijn.

Er was de afgelopen dagen in mijn twitterbubbel weer van alles aan de hand maar het meest werd er toch "gesproken" over de podcast van Telegraaf journalist Wierd Duk. Het was Duk opgevallen dat veel Nederlanders die teleurgesteld waren in Nederland (corona, immigratie, islam, woke) naar Hongarije emigreerden. Duk was met hen gaan praten. De podcast bleek bij beluistering nogal, gut, tja, tegen te vallen eigenlijk. Er was geen Nederlander die daar woonde te horen, het was meer een "oom Wierd vertelt" uitzending. Wereldschokkend was het allemaal niet. De Nederlanders over wie Duk het had waren in Hongarije gaan wonen omdat het daar veilig zou zijn, er was weinig tot geen immigratie, geen islam, die punten, je kent ze wel. Later ontstond er weer ophef door een artikel naar aanleiding van het bezoek van Duk. Daar stond ergens dat Hongarije op het Nederland van de jaren 50 zou lijken. Dat kan je dus niet zomaar zeggen begreep ik want de jaren 50 waren hartstikke ruk, met armoede en ongelijkheid en meer van dat. Nu zeg ik ook wel eens dat waar wij wonen, het platteland van Bulgarije op het Nederland uit mijn jeugd lijkt maar ik bedoel dan gewoon dat het rustig is, dat het leven eenvoudig is en dat je niet tot op het toilet wordt achtervolgd met aansporingen om te consumeren.    

Bij het CBS kun je trouwens vrij makkelijk nakijken hoe het met de emigratie naar Hongarije, en andere landen gaat. In 2021 gingen er 322 mensen naar Hongarije. Een uittocht lijkt me dat niet. Naar Noorwegen vertrokken 406 mensen. En je zou met hetzelfde gemak kunnen zeggen dat de 3139 mensen die in dat jaar in Spanje gingen wonen dat deden omdat ze graag onder een socialistische regering wilde leven. Je kunt al met al overal wat van maken. Al ontgaat me waarom iedereen zich daar zo opgewonden druk over moet maken. 

Waarom wonen mensen waar ze wonen? In Palamartsa wonen veel Engelsen. En het worden er ook steeds meer. Laatst werd ik, samen met wat anderen geïnterviewd. Dat interview staat nu op het internet en ik plak het hieronder (ik blijk, na overdubben onwaarschijnlijk goed Bulgaars te kunnen praten, heel knap van mij). In beeld komt het dorp, er worden boodschappen gebracht bij een meneer die niet goed meer loopt en wat geïnterviewden. Darren is er. Darren is directeur van een internationale school in Cairo. Wolfgang die uit Duitsland komt is er, maar ik weet niet wat hij verder doet. Je ziet Sonny, die koopt hier oude huizen op, verbouwt ze en verkoopt ze door. En je ziet Neil. En misschien is Neil wel het beste antwoord op de vraag waarom buitenlanders hier (en in andere landen in Oost Europa) wonen. Neil komt uit Engeland en is kraanmachinist. Maximaal twee maal per jaar vliegt hij naar Engeland om daar dan een maand of wat te werken. In Engeland zouden hij en zijn vrouw met veel pijn en moeite net een rijtjeshuis kunnen betalen. Hier woont Neil in een zelf opgeknapt knots van een huis (je ziet het in het begin van het interview) en heeft een tuin die zo groot is dat je er een paar voetbalwedstrijden tegelijk kunt laat spelen. 

Om op Hongarije terug te komen. Hongarije ligt relatief dicht bij Nederland, en de huizen zijn er op het platteland ook goedkoop (al zijn ze hier nog goedkoper)(als het aan Sonny ligt duurt dat niet lang meer). Ideologie is leuk, grondprijzen zijn leuker.

O ja, en dan nu nog het interview.   



donderdag 10 augustus 2023

De echte hoofdpersonen

Je kunt het over van alles hebben. Dat het misschien echt eindelijk eens gaat regenen. Dat het oog van Annet nog maar een klein beetje niet helemaal goed is. Dat Robbie Robertson dood is. Of dat het gelukt is om op de dwaasmakende website van de vliegmaatschappij een ticket heen, en een ticket terug te kopen.

Maar het is beter om weer eens iets over de echte hoofdpersonen van ons leven hier te zeggen.

Lies is een beetje onze zorgenpoes. Lies is de moeder van Wim (zie hierna). Nadat ze eerst Wim bij ons dropte deed ze dat later met zichzelf. Vroeger zat ze al vier huizen verder wanneer je alleen naar naar haar keek. Tegenwoordig loopt ze naar binnen als ze eten wil. Ze is meestal wel ergens bij het huis of in de tuin te vinden. Maar soms, als ik haar even verwar met Lenie (zie hierna), die is ook grijs, en haar wil aaien duikt ze al weg als ik mijn hand alleen maar beweeg. Ze heeft een tijdlang heerlijk overal gelegen, lekker rollend op haar rug of fijn slapend. Van alleen al naar haar kijken kon je een goed humeur krijgen. Jarenlang at ze uit de vuilcontainers en nu heeft ze, min of meer, een vast huis met altijd eten. Maar, ze is laatst als eens twee dagen zoek geweest, ze hoest en rochelt veel en sinds waar haar kennen ademt ze heel erg snel. Door haar schuwheid is het onmogelijk om haar naar een dierenarts te brengen. Een zorgenpoes dus.

Henk is laatst gecastreerd. Daar hebben we lang over geaarzeld. Wim en Gijs (zie later) hebben naast een hekel aan elkaar een hekel aan Henk. Maar nadat Henk weer eens met een wond aan zijn been langskwam hebben we hem toch maar laten "helpen". Hopelijk loopt hij nu niet meer het hele dorp af op zoek naar een krolse poes. Henk heeft verder een wonderlijk stabiel zonnig humeur. Hij is vriendelijk en beleeft en eigenlijk denk ik dat we iemand anders zijn of haar poes hebben laten castreren. Maar dan had die ander maar beter voor Henk moeten zorgen. Voor nu verdwijnt Henk na het eten nog maar je ziet hem soms "Waarom zou ik helemaal weggaan als ik straks toch weer terugkom?" denken.

Lenie, moeder van Ollie (zie hierna), zus van Gijs. Lenie is deze zomer steeds wat vaker hier en minder vaak bij deeltijdbuurman Petar. Omdat Lenie vindt dat ze eigenlijk de koningin van Palamartsa is vond ze het onleefbaar dat Gijs andere brokjes kreeg. Uit protest at ze bijna niets meer. Sinds ze haar brokjes in een afsluitbaar doosje krijgt dat we elke keer met veel omhaal uit de kast halen gaat het met haar ego, en haar eetlust een stuk beter. 

Ollie, ik tik het denk ik elke keer is de perfecte poes. Je hebt er geen last van, hij is uiterst vriendelijk, vaak op pad en als hij honger heeft komt hij naar huis. Als het erg warm is, en dat is het deze zomer vaak, is Ollie de enige die slim genoeg is om binnen te gaan liggen. Ik kwam laatst terug van een wandeling en toen ik bijna bij ons huis was hoorde ik een hoog, bijna zielig miauwtje uit de struiken komen, iets daarna kwam Ollie bijna kwispelstaartend naar me toe lopen. Ik had niets gezegd, geen geluid gemaakt en toch hoorde hij me. Jaja, het is bijna een ouderwets kinderboek.

Wim holt, stuitert, klimt (ook op mensen) en daarna rent hij nog even. Je zou kunnen zeggen dat hij adhd heeft maar weigert de ritalin te slikken. Helemaal in orde is hij niet maar het is, zoals Annet zegt, een schatje. Klein, zwart en met een waggelloopje. Om onduidelijke redenen snuffelt hij graag maar vooral te lang aan staarten van de andere poezen. Als die dan wat brommig doen loopt Wim niet weg, nee, Wim gaat meppen. 

Gijs ontdekt de wereld elke dag opnieuw. Rond twaalf uur krijgen de dan aanwezige poezen iets te eten op een schoteltje. En echt elke dag kijkt Gijs eerst met afgrijzen naar dat schoteltje, kijkt dan met een "Is dat voor mij?" blik en eet het daarna pas op. Gijs is meestal dicht bij het huis, slapend, het liefst op zijn rug. Het is de enige poes die binnen moet slapen, anders gaat hij stuk. Als we 's avonds naar binnen gaan zit hij vaak ergens in de tuin. Ik roep hem dan, een paar keer. En dan komt hij aangehobbeld. Bij het trapje naar de keuken wacht hij dan, geeft de trap een kopje en wacht tot ik hem optil. Nee, hij gaat niet zelf naar binnen, ik moet hem optillen.

Steve (eigenlijk Tigger) is van de buren maar hij eet steeds vaker bij ons. Steve wordt ouder. Volgens Jordan de buurman ligt het aan zijn zomervacht maar volgens ons wordt hij wel erg mager. Als niet gecastreerde kater begrijpt hij totaal niet waarom zijn vriendinnen Lenie en Lies niets meer van hem willen weten. Hij kijkt nog net zo liefdevol naar hen maar ze moeten hem niet meer. Soms denk ik dat hij, wanneer hij me aankijkt hij eigenlijk "Zo is er niks meer aan. Mag ik ook geholpen worden?" probeert te zeggen.

Het zijn er nu zeven. Ik weet nog dat we bij drie zeiden "Meer doen we er niet hoor". Misschien wordt het tijd voor een GoFundOurCats pagina. 

dinsdag 1 augustus 2023

Met de burgemeester op excursie

Toen Annet en ik op de afgesproken tijd bij het gemeentehuis aankwamen bleek burgemeester Gosho, ik had het al een beetje verwacht, de afspraak om het waterreservoir te bekijken te zijn vergeten. Maar, zei hij, als we vijf minuten wilden wachten zou hij ons erheen brengen. Daarna reed hij weg om iemand met een bosmaaier ergens aan het werk te zetten. Toen hij terugkwam had Ralitsa de ambtenaar wat dringende dingen en na haar kwam er nog iemand vragen waarom hij geen stroom had. Toen Gosho daarover gebeld had konden we op weg. 

Over water is hier altijd wat te doen. In de winter zijn er geen problemen, mits er geen gat in een leiding ontstaat. Maar zomers is het zeuren. Deze zomer is er (vaak maar niet altijd) water tot 10 uur in de ochtend, dan gaat het uit en vanaf 8 uur in de avond is er weer water. De reden? Er is niet genoeg water. Voor het grootste deel komt dit omdat het in de winter nauwelijks sneeuwt. En in de zomer wonen er meer mensen in het dorp, en die gebruiken meer water. Rantsoenering is het antwoord. Nu staat ons huis in een laag deel van het dorp en daar staat vaak nog wel wat water in de leiding dus heel veel last hebben wij niet van de rantsoenering. Maar grote delen van het dorp, daar komt ook als het water aan staat maar een dun, slap straaltje uit de kraan. De waterdruk is heel erg laag. Daarover wordt, met vlagen, flink, laat ik het gemopperd noemen. 

Over waar het water nu precies vandaan komt, daar bestaat veel onduidelijkheid over. Die zegt dit, een ander zegt zus. Vast lijkt te staan dat Palamartsa niet op een waterleiding van buiten het dorp is aangesloten. Al het water komt uit de heuvels. Maar hoe dan? En waar dan? En hoe komt de enorme hoeveelheid chloor erin? En waar komt het het dorp in? En wie regelt de waterdruk? 

In de 4wheel drive van Gosho die hij, wijzend op de stapels papieren die erin lagen "my office" noemde reden we stapvoets over de nauwelijks nog aanwezige weg naar het noorden het dorp uit. Bij een heuvel weigerde de auto een wel heel uitgesleten modderpad in te rijden. We liepen verder. We waren hier vaker geweest en toen hadden we ook al het zonnepaneeltje op de lange paal zien staan maar nog nooit hadden we dat gekoppeld aan een waterreservoir. Maar dat was het dus wel. Gosho maakte een deur in een klein betonnen gebouwtje open en al vlug zagen, en vooral hoorden we water uit een pijp spuiten. Met Gosho's weinige Engels en ons beperkte Bulgaars kwamen we tot de volgende conclusies. Het gebouwtje was het waterreservoir. Het chloor werd hier aan het water toegevoegd. Op vier plekken waren bronnen waar water uit de heuvels aan de oppervlakte kwam. Dat water liep door lange pijpen naar het waterreservoir. Vanuit het reservoir loopt één waterleiding naar het dorp.

Over de brakke weg reden we terug naar het dorp. Bij de rand van het dorp stopten we. Gosho wees naar een putdeksel, haalde er wat sloten af en tilde de zware deksel op. En daar was hij dan. De waterleiding van het dorp. Gosho legde uit, en mijn verbazing groeide met zo'n beetje elk woord, dat hij elke dag het water in de ochtend uitzette en in de avond weer aan. En over dat laatste deed hij twee uur. Elke keer draaide hij het handwiel een heel, heel klein beetje meer open. Als hij het vlugger zou doen zou de kracht van het water alle leidingen in het dorp kapot spuiten. 

En daarmee was de excursie afgelopen. Gosho reed, zoals elke Bulgaar met redelijk hoge snelheid over een weg die alleen maar een weg is omdat we het een weg noemen terug naar het centrum. We bedankten hem vriendelijk en vrolijk zwaaide hij naar ons terwijl hij alweer op weg was naar het volgende probleem. 

Gosho, burgemeester en waterwieldraaier.


En omdat dit hele, nogal rommelig aandoende gedoe me mateloos fascineert heb ik alle nu bekende kennis op een kaartje gezet. De gele ster is het reservoir, de rode sterren de bronnen waar het water vandaan komt. Het blauwe pijltje is de plek waar Gosho elke dag aan het wiel draait. 

Is het nu eindelijk klaar Ton? Welnee. Er is nog een kunstmatig meertje met water waarvan ik niet weet wat het doet en er zijn nog twee grote reservoirs buiten het dorp die niets lijken te doen maar waarom niet? Maar om nu meteen Gosho daar ook weer lastig mee te vallen. Dosering, daar gaat het niet alleen bij water om.