vrijdag 1 maart 2024

De stuttende stok


Ik kom er niet vaak. Misschien één, twee keer per jaar. En eigenlijk alleen maar als ik wil weten of de steen er nog staat. De steen staat in de punt van een stuk verwilderd land dat als een ongelukkig afgesneden taartpunt in heuvelige landbouwgrond steekt. Helemaal in het begin, toen we hier net woonden liep er nog een tractorweggetje doorheen. Maar de laatste twee jaar is de taartpunt helemaal gaan verwilderen, met onkruid dat in de zomer bijna boven me uitsteekt. En ik ben 1 meter 93. 

Laatst reden we door het dorp Konak. Daar woont bijna niemand meer. Zomers is het water er niet op rantsoen. Er is gewoon helemaal geen water meer. Op een hoek staat een verweerd monumentje. Ik probeerde er al eerder een foto van te maken maar de zon zorgde voor teveel geschitter, of zoiets. Soms is het fijn als het bewolkt is, nu kon ik lezen dat het monumentje voor een Ivan Iliev Kodsjamanov was. Maar een naam alleen maar lezen is al een tijdje niet meer genoeg. Tijdens het zoeken aan de cyrillische kant van het internet kwam ik een excelbestand tegen met ruim 3000 namen. 3000 mensen, verzetsstrijders zou je kunnen zeggen die gedood zijn in wat wij de Tweede Wereldoorlog noemen. Naam, geboortedatum, geboorteplaats, datum van overlijden, plaats van overlijden, rol in het verzet, of er een proces is geweest. Ivan Iliev werd doodgeschoten in een hinderlaag. op straat in Konak, zonder proces. Hij was geen echte partizaan maar een jatak. Ik moest een tijdje verder zoeken maar nu weet ik dat een jatak een helper van partizanen was.

In de taartpunt, hier bij het dorp gebeurt niet veel. Het ene jaar vindt je er een skelet van een hert, of een ree. En het volgende jaar liggen de botten van het skelet wat meer verspreidt. Dat is het wel zo'n beetje. En er staat een steen. In de steen is een uitsparing gemaakt en in de uitsparing is weer een steen gezet met inscriptie. Er staat тук почина марин хр маринов на 50г 16 6 1993, ofwel "Hier stierf Marin Christof Marinov op 50jarige leeftijd 16 6 1993". De steen in de uitsparing wordt gestut, anders valt hij eruit. De verandering dit jaar was dat de stok die stutte was vervangen.

In Nederland liep ik vast ook zo soms langs een steen met tekst. Toch kan ik me niet herinneren dat ik die tekst dan las, of later ging zoeken wat er dan gebeurd was. Misschien doe ik dat hier wel omdat "modern" Bulgarije soms bar onduidelijk en onbegrijpelijk kan zijn. Gerommel met dit, gerommel met dat. En zo'n steen met lastig leesbare tekst, die staat vast. Er is iets gebeurd. Iets dat je kunt achterhalen, iets duidelijks. Iets dat niet steeds iets anders blijkt te zijn. Zoiets. 

Over Marin Marinov was niets te vinden. Helemaal niets. Er waren op het internet wel Marin Marinovs maar die leefden allemaal. Daar heb je niks aan, aan levenden. Ik vroeg het wel eens, hier in het dorp. Maar dat leverde ook niets op. Al kan dat komen omdat we de verleden tijd nog niet echt gehad hebben met Bulgaarse les. 

Toen een paar weken de stok die het stuk steen stutte dat de tekst bevatte een andere was geworden dan ik me kon herinneren van een jaar geleden vroeg ik het maar eens aan Aneta. Die werkt voor de club van gepensioneerden en kent een hoop mensen. Maar zij wilde dan weer weten waarom ik dat eigenlijk wilde weten. Ze begreep mijn nieuwsgierigheid totaal niet. Haar man, die hier geboren is wist het ook al niet. 

Toen deed ik wat ik natuurlijk meteen had moeten doen. Ik vroeg het aan burgemeester Gosho. En die wist het ook niet. Licht verslagen liep ik naar het winkeltje van Stefka, kocht brood en liep terug naar huis. Op de terugweg kwam ik Gosho weer tegen. Hij wees naar een weggetje, daar moest ik naar rechts. En aan het einde van die straat had Marin Marinov gewoond. En in de paar minuten dat ik brood ging kopen had hij achterhaald dat Marin Marinov in 1993, daar waar nu de steen in het hoge onkruid staat een hartaanval had gekregen en was gestorven.

De naam van Ivan Iliev Kodsjamanov op de steen in Konak zal steeds verder wegslijten. Daar kijkt niemand meer naar om. Het monumentje is te veel verweven met wat daarna allemaal gebeurde. De steen van Marin Marinov, daar komt soms nog iemand. Iemand die de stuttende stok vervangt. Misschien kom ik hem of haar ooit wel tegen. En dan kan ik vragen wat Marin daar deed, op die dag in 1993. Al bestaat de kans dat de man of vrouw me dan vraagt waarom ik dat eigenlijk wil weten. Maar misschien kan ik het dan wel uitleggen.




donderdag 22 februari 2024

Geheim!

"Nee nee!" De directeur was er duidelijk in. Heel duidelijk. Ze gingen hier nog geen publiciteit aan geven. Je wist nooit wie er dan op af zou gaan komen. Voor de zekerheid hadden ze ook een camera op laten hangen zodat de politie het in de gaten kon houden. "Nee nee, geen enkele publiciteit!". 

Zo om de zoveel weken of maanden duikt het ding hier weer op, het heuveltje bovenop de heuvel Kalakotch. Al sinds we hier komen lopen we er soms heen, we kijken wat rond, vragen ons af wat het is, waarom het is en waarvoor het is. Daarna lopen we weer terug naar huis. Om hetzelfde een tijd later weer te doen.

Ergens in het vroege voorjaar van 2023 publiceerde het Historisch Museum Popovo op haar Facebookpagina het voornemen om het heuveltje op de heuvel voor eens en voor altijd grondig te gaan bestuderen. Er was iets met een bepaalde techniek maar dat ontging me verder. En het kostte geld. Dus maakten we wat geld over. Tenslotte verbazen we ons al heel lang over dat heuveltje.

In de zomer zag ik er twee auto's staan. En er liepen mannen op het heuveltje. Er gebeurde iets. Al gebeurde er daarna meteen niets meer.

Omdat het maar stil bleef rond de heuvel en we toch Nederlanders zijn wilden we toch wel graag weten wat er nu gebeurd was, op die heuvel (eigenlijk staat daar ook nog "met deels ons geld"). Dus stuurde Annet het museum een berichtje. Heel optimistisch was ik daar niet over. Ik stuur een gemeente met een raar communistisch monument ook wel eens een berichtje en daar hoor ik nooit meer iets over. Maar nu, bijna onmiddellijk, volgde er een uitnodiging om eens langs te komen. Voor uitleg over de resultaten van het onderzoek.

Het gesprek was, als gesprek een beetje moeizaam. Annet en ik kennen weinig Bulgaarse woorden die met archeologisch onderzoek te maken hebben en de directeur van het museum kende weer eens geen Engels. Maar, ondanks die hobbel was het een vriendelijk gesprek waarin de directeur duidelijk maakte dat er in het heuveltje maar liefst 6 graven waren gelokaliseerd. We zagen op een plaatje waar de graven in de heuvel zitten, en iets met allerlei kleurtje waarvan me niet duidelijk was wat het liet zien. Maar, 6 graven, dat is een hoop. Onduidelijk is of het Thracische of Romeinse graven zijn. Daarvoor moet er gegraven worden. En bij dat stukje begon de directeur zwaar te zuchten. Ja, er was een aanvraag gedaan bij het ministerie, maar dat kon wel eens heel lang gaan duren. En dan waren er natuurlijk nog de kosten. Nee, het duurt nog wel even. En tot die tijd houdt men het stil, van die graven. Want anders gaat er weer allerlei raar volk met metaaldetectors aan de slag. Hopend op een schat, die ze dan op zwarte markt willen verkopen.

Ergens in het gesprek liet de directeur ook nog een velletje zien met stippen, heel veel stippen, tientallen. Elke stip bleek een archeologische vondst in de gemeente Popovo te zijn. Steek een schep in de grond en je vindt hier iets. De directeur lachte toen hij mijn "Zoveel? Echt zoveel?" blik zag. Maar er zat in die lach ook iets van "Het is zoveel, zo heel erg veel. Er is niet tegenop te graven".

In heel Bulgarije zijn zo'n 60.000 grafheuvels. Daarvan is 1% onderzocht.

Na het gesprek liet de directeur het museum, waar we al geweest waren, aan ons zien. Hij was blij en enthousiast. Wat weer mooi was om te zien. Van dat bezoek staan nu weer foto's op de Facebook pagina van het museum. Maar daar ga ik natuurlijk niet naar linken. 

Er zijn dus 6 graven gevonden in het heuveltje op de heuvel. Maar dat is dus geheim. En ik ga er vanuit dat iedereen die dit nu leest deze kennis wel zorgvuldig voor zicht houdt. Want anders vertelt nooit meer iemand ons iets.



donderdag 15 februari 2024

"Do you have auro?"

Eerst leek het alsof hij, "Do you have aura?" zei. Net toen ik me af begon te vragen waarom ik, van alle taxichauffeurs in Varna net die ene had getroffen die me ging onderhouden over aura's reden we langs het roma gettho van die stad en ging hij even helemaal los over die bevolkingsgroep. Een moslim wordt in een wijk met allemaal overtuigde pvv'ers met minder achterdocht bekeken dan roma in Bulgarije. Maar dat komt misschien een andere keer nog. Na de roma wijk zei hij het nog een keer, maar nu verstond ik "Do you have auro?". Auro, auro? Oh, hij bedoelde euro! Waarna we genoeglijk scheldend op de toekomstige munt verder reden naar het vliegveld.

Bulgarije krijgt de euro. Nou ja, dat is de bedoeling. Al was het al eerder de bedoeling. Januari 2024 was de oorspronkelijke bedoeling. Nu is het 1 januari 2025 en als het met de inflatie niet zo heel erg lekker gaat wordt het 1 juli 2025. Of weer later als de regering valt. En die kans is er hier er altijd. 

Niemand, maar dan ook niemand die ik wel eens spreek is blij met de komst van de euro. Iedereen begint onmiddellijk over stijgende prijzen. En als ik eerlijk ben ben ik daar zelf ook wel bang voor. Bijna elke keer als wij staan te wachten in een rij van een supermarkt breekt er wel onenigheid uit over het verschil tussen de prijs op de kassabon en de eerder waargenomen prijs op een etiket of kaartje. Ik zie al die kleine Bulgaarse winkeltjes de prijzen nog niet eerlijk omrekenen. 

Maar ja, de economie he? 

De enige lol die ik nu al heb met betrekking tot de euro heb is dat hier best wat zelfbenoemde "vluchtelingen" uit West Europa wonen die een grondige afkeer van de EU (en veel andere dingen) hebben. En die krijgen dan in één van de ultieme "doe waar je zin in hebt" landen te maken met het summum van Europese eenwording. Ha!

Hoewel het dus nog wat onduidelijk is wanneer de euro hier echt wordt ingevoerd is het sinds deze week wel al duidelijk hoe de munt er uit gaat zien.

De 1 euromunt krijgt een afbeelding van Ivan Rilski. Rilski is de nationale heilige van Bulgarije. Er is een werkelijk prachtig klooster dat naar hem genoemd is. Maar dat ligt erg ver weg van hier. Dus dat ken ik alleen van plaatjes.

De 2 euromunt krijgt een afbeelding van Paisiy Hilendarski. Hilendarski was een Bulgaars geestelijke die hier wordt gezien als degene die als eerste het Bulgaarse nationale zelfbewustzijn begon te propageren. Dat nationale bewustzijn heet vazrazhdane en je kunt er uren over praten. Vazrazhdane is ook de naam van een politieke partij die het best valt te omschrijven als extreem rechtse Putin knuffelaars. Het is op dit moment de tweede politieke partij van dit land.

Klein geld krijgt een afbeelding van de ruiter van Madara. Die ruiter is een enorme (23 meter) uitgehakt figuur in rotsen op een anderhalf uur rijden. Busladingen mensen gaan er naar kijken. Je ziet een ruiter die met een lans een leeuw steekt. En er loopt ook nog een hondje achter de ruiter. Ik tikte met opzet "je ziet" want ik heb het beeld twee keer bekeken en ik zie misschien iets dat op een paard lijkt en een hondje maar die leeuw, ik zie het niet. Maar dat kan natuurlijk ook aan de staar liggen.

vrijdag 9 februari 2024

dichtslibbend

Ergens, zo'n beetje op driekwart van de Kalakotch heuvel is een bron, of een fontein, of, nou ja een door mensen gemaakt ding waar water uit een pijpje komt. Zoals wel vaker nu het winter is (al wordt het vandaag 19 graden) liep ik wat rond door stukken waar anders menshoog onkruid (en ik ben 1.93m) staat staat of waar dichtbegroeide prikstruiken het de rest van het jaar onmogelijk maken om te komen.

Er kwam een heel dun straaltje water uit het pijpje van de fontein. En op de grond, in de hard geworden modder waren alleen sporen van herten of reeën te zien. Nu zal dat de lezer wellicht worst zijn maar het ontbreken van sporen van schapen laat een verschuiving in het gebruik van het land zien.

Palamartsa is een boerendorp. Maar anders dan in Nederland staan de boerderijen waar vee gehouden wordt in het dorp. Er zijn hier geen biljardlakenachtige weilanden. In de ochtend loopt de herder met het vee het dorp uit en dat graast dan de rest van de dag op gemeenschappelijke graasgronden. Dat land is verder niet speciaal bewerkt, er zijn bomen, struiken, gras groeit waar het kan. In Nederland zou je het natuur noemen.

Toen Annet en ik hier voor het eerst kwamen, iets van 8 of 9 jaar geleden waren er vier boeren met vee. Er waren daarom ook vier kuddes. Er zijn nog steeds vier boeren maar er zijn nog maar twee kuddes. O nee, drie. De derde kudde is van de herder die ook grafdelver is en die met de schapen van andere inwoners op pad gaat. Als je twee schapen hebt kun je die in de ochtend aan hem meegeven. In de avond komt hij ze dan weer terugbrengen. 

Twee van de vier boeren houden hun vee nu bij hun eigen bedrijf. Dat kan best want het zijn maar 10, 15 koeien of zo. Ze staan op grasveldjes langs de weg, dan weer hier, dan weer daar. Het scheelt een plantsoenendienst.  

Steeds meer land dat eerst werd gebruikt om vee op te laten grazen wordt bewerkt tot landbouwgrond. Die percelen worden ook steeds groter. Een paar jaar terug waren er nog veel lapjes grond waarop frambozen werden verbouwd. Maar ook die lapjes worden steeds vaker omgeploegd en aan elkaar geknoopt. En hup, alweer een enorm veld vol graan of zonnebloemen. 

Het lijkt hier soms de jaren '50. Maar ook hier veranderd het langzaam maar zeker. Een boer waar je melk kunt kopen kwam twee jaar terug nog met paard en wagen naar het winkeltje van Stefka. Nu komt hij met de auto. Ook al past hij daar maar moeizaam in. 

De fontein op de heuvel Kalakotch zal dichtslibben, niemand maakt hem meer schoon. De schaapskudde die er vroeger kwam heeft er niets meer te zoeken. De fontein is nu omsloten door graanvelden. En de schapenboerderij staat te koop.   




donderdag 1 februari 2024

Staar

Het was op Utrecht Centraal, laatst toen ik in Nederland was. Ik had familie bezocht en wilde terug naar Alkmaar. Maar hoe ik ook probeerde de uiterst moderne informatieborden te lezen, ik stond erbij als een blinde mol, die misschien ook nog op z'n hoofd gaat worden gepoept. Ik zag alleen maar vage vlekken op de borden. En dat terwijl ik een week of drie geleden net nieuwe, sterkere glazen in mijn bril had laten zetten. 

Wat weken later zaten Annet en ik in de wachtkamer van de oogkliniek in Targovishte. Nelly, de mevrouw die ons Bulgaars probeert te leren en die zelf ook allerlei gedoe met haar ogen heeft kende daar een goede dokter. En we konden haar voor vertaaldoeleinden altijd bellen als we er tijdens het gesprek met de dokter in haar beperkte Engels en ons beperkte Bulgaars niet uitkwamen.

Dokter Mehmedova keek ongeveer 3 seconden in mijn rechteroog en zei toen "Cataract" (staar). Daarna keek ze in mijn linkeroog en zei, nog vlugger, alweer "Cataract". Daarna mocht Annet, die hoorde maar één keer "cataract". 

Wat staar is, dat kun je verder opzoeken maar het ziet eruit zoals de foto hierboven. Links is Gijs gewoon scherp, rechts is met staar. Je ziet dus niets scherp meer.

Ik heb verder niets met blogjes of verhalen over lichamelijke ongemakken dan wel gebreken, het is allemaal wat. Maar, mijn staar is een leuk bruggetje naar het Bulgaarse ziekenfonds.

Nadat we hier kwamen wonen hebben we ons vlug ingeschreven bij het Bulgaarse ziekenfonds. Dat was een vrij bureaucratisch gedoe met veel mevrouwen achter kleine loketten. Al waren ze niet onvriendelijk. De premie die wij hier per maand per persoon betalen bedraagt het megabedrag van €16,35 per maand. Jaja. We betaalden bijna juichend kan ik me vaag herinneren. Betalen kan verder via een ondoorgrondelijke website of wanneer je maar wilt bij de loketmevrouwen in Targovishte. Meestal betalen we maar meteen voor een heel jaar. Dat zorgt altijd voor veel opwinding.

Maar er is natuurlijk wel een adder onder het gras. Een flinke zelfs. Elke keer wanneer je een huisarts bezoekt betaal je hem of haar  € 2,50. Voor medicijnen moet je een onbekend deel zelf betalen. En, voor mijn staaroperatie moet ik zelf de nieuwe lenzen betalen. Het opereren, de menskracht zeg maar, die wordt door het ziekenfonds gedekt. Mijn nieuwe lens kost €760,- per lens. En dat kost hij ook voor een Bulgaar. Het gemiddelde maandinkomen in Bulgarije was in 2023 €1007,75. Ziek zijn in Bulgarije is dus een dure aangelegenheid. Misschien is dat ook de verklaring voor de vele erg moeilijk lopende ouderen die je hier in het dorp ziet. Het zou best eens kunnen dat een operatie voor hen niet te betalen is.

Dat betalen moet je trouwens erg letterlijk nemen. Als ik straks een nieuwe lens krijg moet ik eerst het bedrag voor de lens aan een baliemeisje van de oogkliniek geven. Toen Annet vorig jaar in Sofia aan haar oog werd geholpen waren er door de dag heen wat onderzoekjes nodig. En voor elk onderzoekje moest ze eerst betalen. Echt. Van de kassamevrouw kreeg ze dan een bonnetje en pas na het zien van het bonnetje gebeurde er iets. 

Misschien is het wat om aan te denken als het weer eens over de Nederlandse ziektekosten toestand of de gezondheidszorg in het algemeen gaat.

Gisteren, woensdag waren we weer in de oogkliniek. Om een operatieafspraak te maken en een type lens te kiezen. Het was er, dat moet gezegd, best gezellig. Enige haast leek er niet te zijn. Menige mevrouw in een ziekenhuispakje liep het kantoor binnen en bleef even staan kijken en luisteren. Er werd gelachen, er werd gekletst, er werd commentaar geleverd. Ze hadden er zin in. En ik denk dat ik dat maar als positief zie.