maandag 8 oktober 2012

Het antwoord op (bijna) alles

"Koffie, o nee, eerst nog brood. Zeg, wat doe je?".
"Ik maak een foto".
"Dat zie ik. Maar waarom maak je een foto in de supermarkt, om half tien 's ochtends, van een leeg bankje?".
"Kijk dan. Die tekst, op dat bordje. Dit is toch het antwoord op alles".
"Het antwoord op alles?".

"Nou ja, misschien niet het antwoord op echt alles, dat is natuurlijk 42. Maar het is wel een antwoord op heel veel".
"Een foto, van een leeg bankje met een bordje erboven, dat is het antwoord op bijna alles?".

"Ja. Ik denk dat ik de foto laat afdrukken en lamineren. En als iemand dan wat vraagt dan laat ik gewoon die foto zien".
"Ton, kom nou, die mensen staan te kijken".

"Ik zie het helemaal voor me. Als iemand vraagt, "Waarom wil je toch altijd naar een woestijnig land op vakantie?", of "Wat is er toch aan de hand met Nederland?". En hij kan ook bij "Is retail de oplossing voor de bibliotheek?" en ook bij "Komt het ooit nog goed?", al dan niet met de bibliotheek".

"Kom nou maar he, het brood ligt daar".
"Oh, en wat denk je van "Wat heb je toch met die Bob Dylan en die irritante jazzmuziekjes?", dan pak ik gewoon de foto en klaar. En hij kan ook goed bij "Is er nog echte natuur in Nederland?", en misschien zelfs bij "Gaat Spotify failliet?", wat denk jij?".

"Tuurlijk. Kom nou maar, over vier weken hebben we vakantie. Dat brood kopen we wel ergens anders".

woensdag 3 oktober 2012

Zo'n zes uur Shakespeare



Na die keer dat er net voor de voorstelling een luide zoemer klonk ging ik jaren niet naar een toneelstuk kijken. Misschien was het bijgeloof. Ik ben waarschijnlijk een stuk irrationeler dan ik zelf denk.

Een stuk met "tragedies" in de titel leek een aardig moment om de ban te doorbreken.

"Romeinse tragedies" van Toneelgroep Amsterdam duurt zo'n beetje zes uur en bestaat uit drie stukken van Shakespeare. Coriolanus, Julius Caesar en Antonius & Cleopatra. Achter elkaar. Zes uur.

(kopiëren en plakken van de website van TA)

"De Romeinse tragedies zijn Shakespeares meest politieke stukken. Anders dan zijn koningsdrama’s gaan ze niet over machtswellust, maar ligt het accent op het politieke mechanismen en de maatschappelijke context. Zonder vooringenomen standpunt beschrijft Shakespeare oorzaak en gevolg van politieke structuren in een veranderende samenleving. Drie maal wordt het slagen en falen van een politicus getoond, zijn idealen maar ook de persoonlijke drijfveren die meespelen.

Het publiek bevindt zich midden in de politieke arena, waar de voorstelling non-stop gespeeld wordt. Men kan in- en uitlopen, van plaats veranderen en naar eigen goeddunken een pauze nemen in een ontmoetingsruimte op het toneel, waar ook drank en kleine gerechten verkrijgbaar zijn. De voorstelling wordt op monitors op verschillende plekken in de schouwburg rechtstreeks uitgezonden. Het publiek maakt zelf keuzes waar het zich wil bevinden en op welke situatie het wil focussen."

Over sommige boeken en aardig wat muziek kan ik wel wat vinden, over die dingen weet ik wel wat. Van toneel weet ik weinig, die taal spreek ik niet.

Dus kom ik niet verder dan zeggen dat ik soms letterlijk met m'n mond open zat te kijken. Hier gebeurde wat, daar denderden zinnen over het podium. Er was muziek, Dylan kwam zelfs even voorbij. Je kon op het podium gaan zitten, tussen de acteurs, op een bank. Al was ik niet zo heldhaftig.
Zo'n zes uur lang. En die uren waren zo voorbij.
Misschien was die lengte nog wel één van de mooiste dingen van de voorstelling. Door die tijdsduur vergat je haast dat er buiten de zaal nog een wereld was, gewoon een Leidse plein met langs schurende trams.

Prachtig was het. Of, om het maar zo eens te zeggen, een unieke ervaring. Maar dat zijn ook maar beperkte woorden. Die halen het allemaal niet bij de taal die op het podium klonk.

Ik zag het stuk daarna nog een keer en er was een derde keer geweest als er niet iets met sneeuwoverlast was geweest.

Op vrijdag, zaterdag en zondag worden de Romeinse tragedies weer gespeeld. In de Stadsschouwburg in Amsterdam. Wij gaan zondag, dan begint het om vier uur.
Ik kan de zinnen niet schrijven die er voor zorgen dat je er naar gaat kijken. Dat weet ik ook wel.
Maar je zou het kunnen gaan doen, misschien zou je het wel moeten gaan doen. Gaan kijken bedoel ik. Al was het maar omdat het zeldzaam is om iets te zien dat je nooit meer vergeet.


maandag 1 oktober 2012

"Zo'n klein boerenventje"



"Nee, ik nam de telefoon niet op. Ik had ze denk ik meteen laten komen. Als ouders bellen voor een kind, dat er iets is, dan laat ik ze eigenlijk meteen komen. Zeker als ze eigenlijk bijna nooit bellen. Maar iemand anders nam op, er werd even overlegd. En toen konden ze komen. Niet dat het wat uit heeft gemaakt trouwens, die paar minuten vertraging".

"Ik kende ze niet maar ze hadden een boerderij, vlak in de buurt. Het was een klein ventje, zo'n klein boerenventje. Van drie of vier. Je zag hem zo naast zijn vader op de tractor zitten. Dat vond hij vast het mooiste wat er was".

"Zijn moeder dacht dat muggensteken waren, op zijn benen. Allemaal kleine rode vlekjes. Maar er waren geen bultjes, het voelde glad".

"Hij reageerde niet. Kinderen kijken altijd rond. Maar hij keek helemaal niet. Hij lag alleen maar op de behandeltafel en kreunde zacht. Het was niet goed, ik voelde het. Je kunt dan in de computer zetten "Kom naar de behandelkamer!" Maar het duurde maar. Het duurde te lang. Of misschien voelde het alleen maar zo. Na een tijdje heb ik toen op een deur geklopt en gezegd dat er onmiddellijk iemand moest komen kijken".

"Er is meteen een ambulance gebeld. Weet je, dat voelde haast als een bevrijding. Weg, niet meer bij ons".

"De vader belde laat in de middag nog, dat ze naar het ziekenhuis in Groningen werden gevlogen met een helikopter".

"Nee, het was een bacteriële infectie. Het ziekenhuis belde de volgende dag, er was veel antibiotica toegediend maar de bacterie zat al in het bloed. Dan kun je niets meer doen. Het kindje was die nacht overleden.

"Natuurlijk heb je het er daarna over. Het hele dorp had het er over. Iedereen was aangeslagen, al was er toen hij bij ons binnenkwam al niets meer aan te doen".

"Gek he, het is al zo'n tijd geleden, en dan zit ik er zomaar opeens weer om te huilen".




maandag 10 september 2012

Met Bob in de auto



"Het lijkt op dat liedje van Gerard Cox".
"Wat?".
"Het lijkt op dat liedje van Gerard Cox. Kom, hmm, lalalaala mooie ... Ja. T is weer voorbij die mooie zomer".
"Doe niet zo raar. Duquesne Whistle lijkt er in de verste verte niet op. Dylan gaat toch geen liedje van Gerard Cox nadoen".
"Dat refrein, luister dan".
"Doe niet zo gek. Je zit me gewoon te stangen. Oh. een tractor, kijk uit!".

We vonden Bob op zaterdag in de brievenbus. Omdat er wat met gordijnen moest bleef hij in de Amazon.de envelop tot er gekookt werd. Maar toen Poes, die meestal de muziek van Dylan wel kan waarderen vervaarlijk met zijn staart ging zwaaien hebben we Tempest maar weer uitgezet.

Laatst stond ergens dat ik fan van Bob Dylan ben. Nu heb ik een paar honderd cd's van de man, ik lees wel eens een boek over hem en de naam van dit blog komt ook bij hem vandaan, maar ... fan?
Fan. Fan. Het is zo'n dweperig woord, alsof ik foto's van Bob in mijn agenda zou plakken.

Op zondag reden we naar Overijssel. Wat een heel eind is en er leek dus tijd zat te zijn om naar Dylan's nieuwe cd te luisteren. Maar, vrijwel meteen ging er een uiterst slome tractor voor ons rijden. Iets dat de stemming nogal deed omslaan. Of in ieder geval, Bob paste niet meer bij de stemming. Arabische dansmuziek wel, maar die cd bleek nog thuis in de cd-speler te zitten. Zo'n dag. Overijssel was nog een eind weg.

Een nieuwe cd van Dylan wordt lang verwacht, en er wordt veel over gesproken. Bij het eerste gerucht komt de machine al op gang. Er lekt een liedje, een hoes, en dan nog een lied. Daarna mogen een paar journalisten er naar luisteren. De spanning stijgt. Voor dat moment ben ik al afgehaakt. Teveel lucht, teveel hype. Straks ga ik nog horen wat andere mensen zeggen dat ik zou moeten horen.

Het feestje was leuk. Vijftig worden is heel wat. De gesprekken gingen over vakantie, een in de brand gevlogen surprise bij iemand die eerder vijftig werd. De politieke keuzestress kwam voorbij, en Saron ook natuurlijk. Ergens stond er iemand naast me die opeens wat harder sprak en hoewel ik niet verstond wat hij zei leek het geluid sprekend op dat van Bob Dylan. Echt. Of het werd gewoon tijd om naar huis te gaan en onderweg naar Bob te luisteren.

Een fan, die kijkt uit naar een nieuwe plaat. Om er daarna helemaal in te duiken. Maar, dat doe ik met een nieuwe opname van Dylan maar spaarzaam, verheugen en duiken bedoel ik. Voor mij is Dylan vooral iemand die op een podium staat te zingen, daar vinden de liedjes hun echte vorm, daar klinken ze zoals ze horen te klinken. Dat zijn ook de opnames waar ik het meest naar luister. De opnames in de studio zijn voor mij toch vaak meer een aanzet, een vastleggen. Later, op het podium, waar ze horen, gaan ze pas zingen.

Het was mooi weer zondag, dus de raampjes mochten open. En het was druk op de weg, dus de muziek moest wat harder. En bij liedje vier van Tempest gebeurde het. Een doedelend begin, en dan die stem die klinkt alsof hij van onder een afbrokkelende grafzerk vandaan komt "It's been such a long, long time". Een bluesje dreint. Gruizig is het, raspend. "Shake it out (up?) baby, twist and shout. You know what it's all about". Geniale regels zijn het niet. Maar door die stem klinken ze, ze zuigen en pakken. Hier jij! Kijk eens goed naar die grafzerk!

"I wear dark glasses to cover my eyes. There are secrets in them that i can't disguise".

We zoeven door Friesland, als er ergens een plek is waar ik blij ben dat de maximumsnelheid verhoogd is dan is het wel in Friesland. De teksten van Dylan zijn met de raampjes open niet meer zo te volgen. Maar ook zonder onmiddellijke tekstexegese klinkt het fijn. Op de afsluitdijk doen we "Pay in blood" nog een keer. "The more i take, the more i give. The more i die, the more i live" vang ik op als er op de andere rijbaan antieke vrachtwagens aankomen.

Als we eindelijk Den Helder bereiken en rechts de boten in de haven liggen te pronken en links de soms vervallen huizen staan klinkt "Long and wasted years" weer. Hoe passend.
Er zit veel dood, verderf en vergankelijk in Dylan's nieuwste cd. De regelpluizers kunnen hun lol vast weer op. Er klinkt country, waarschijnlijk zelfs wat folk maar wat mij betreft heeft Dylan met Tempest zijn beste bluesplaat in jaren gemaakt. Geen opsmuk, geen gedoe, geen gepoch. Eerlijk.

Ik ga nog steeds geen foto's van Bob in mijn agenda plakken. Maar door Tempest begrijp ik wel weer waarom ik toch steeds maar naar de man blijf luisteren. Die stem, dat zuigende, hier jij, je dacht toch niet echt dat het in het leven om koopkrachtplaatjes ging.

‘I ain’t dead yet. My bells still ring’








zondag 2 september 2012

"... en ze heet Saron"



Het telefoontje kwam om kwart over twaalf vannacht. Daarna sliep ik alleen verder. Poes vond het allemaal maar raar en ging in de huiskamer zitten nukken.

Rond drie uur werd ik wakker. Mijn neus werd gelikt en er klonk luid gespin. Iets later werd er in mijn neus gebeten. Poes had besloten dat als het toch raar was hij net zo goed brokjes kon gaan eten. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat eten niet altijd een oplossing is en sliep daarna verder.

Om kwart over vijf rinkelde de mobiel.
"Het is allemaal goed gegaan. Het is een meisje en ze heet Saron".

Toen de leukste vrouw ter wereld zo'n twee jaar geleden in Den Helder kwam wonen besloot ze, nadat ze werk had gevonden om vrijwilligerswerk voor Vluchtelingenwerk te gaan doen. Een inburgeraar die inburgeraars helpt.

De laatste paar maanden helpt ze een meisje uit een ernstig onprettig land in Afrika. Het meisje is hier alleen, en in Den Helder wonen verder weinig mensen uit dat onprettige land. Het meisje was zwanger. En zwanger zijn in een ontwikkeld land als Nederland is nog een heel gedoe, afspraak hier, afspraak daar, dingen waar je over na moet denken. Wie geeft het kind straks aan als de moeder dat zelf misschien nog niet kan? Hoe krijgt de baby een verblijfsvergunning?

Maar vannacht werd daar niet over nagedacht. Vannacht werd er gewoon een nieuw mensje geboren. Terwijl ik verder sliep en Poes dacht dat hij honger had.

"Het is toch wat", zei de leukste vrouw ter wereld toen we vanmorgen om een uur of half zeven op het balkon zaten met een kopje koffie. "Zo ga je mee naar een uitzendbureau, of je repareert een koelkast. En zo sta je naast een bed in het ziekenhuis mee te puffen".

Terwijl ze onder de douche stond bekeek ik het nieuws op de telefoon. Hal David was overleden.
De één gaat dood, de ander wordt geboren.

Ze is nu weer weg, het meisje uit het ziekenhuis ophalen en iets met kraamzorg regelen. Ik tik een stukje, aai de poes en geef de vissen eten.

En ik zet een liedje op, waar Hal David de woorden van schreef. Voor Saron, het meisje uit het ernstige onprettige land en voor de leukste vrouw ter wereld. Omdat ze het met z'n drieën zo'n bijzondere nacht hebben beleefd.