maandag 2 november 2026

Kleingrondbezitters.

"Weet je hoeveel Bulgaren landbouwgrond bezitten?", Annet vroeg het een paar weken geleden nadat ze nogal fronsend iets op haar telefoon had gelezen. Nadat ik ontkennend antwoordde zei ze, "Drie komma vier miljoen".  "Drie komma vier miljoen? Hoe kan dat nou? Er wonen maar zes en half miljoen Bulgaren in Bulgarije". "Ja, maar het staat hier wel". 

Vorige week stegen we een fors aantal treden op de integratieladder. Tenminste dat denken we. Onze buren, Jordan en Duschka, wonen door de ziekte van Jordan nog steeds in Sofia. Zo af en toe belt Kamelia, hun dochter, ons in een mengeling van gebroken Engels en te vloeiend Bulgaars. Of we dit of dat kunnen doen. Vorige week belde ze ons om te vragen of wij het geld dat de coƶperatie uitkeert aan mensen die land hebben op wilden halen.  

Zij hoorden dus ook al bij die al drie komma vier miljoen. 

Hoe kan dat nou?

Bulgarije werd in 1396 onderdeel van het Ottomaanse rijk. Na 5 eeuwen werd het in 1878 bevrijdt door Rusland. Na die bevrijding vluchtten veel Turken het land uit. De Bulgaarse inwoners van dorpen verdeelden na het verdwijnen van de Turken de landbouwgrond onder elkaar. Dat was de eerste opdeling van de grond.

Bulgarije was na de bevrijding groot, fors groter dan het nu is. Te groot voor landen in het westen. Die hakten het land weer in stukjes tijdens het Congres van Berlijn. Bulgarije noordelijk van de Balkan bleef Bulgarije. Zuidelijk van de Balkan werd het weer Ottomaans. Een deel van de bevolking uit het zuiden trok naar het noorden. Daar kregen ze landbouwgrond van de regering. De tweede opdeling.

Na de tweede wereldoorlog werd Bulgarije communistisch. De landbouwgrond werd gecollectiviseerd. Na 1989 werd die gecollectiviseerde grond weer teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar. En als die was overleden ging het naar zijn/haar kinderen. De derde opdeling. 

Bij elke opdeling van de landbouwgrond werd de oppervlakte van de percelen wat kleiner. Dat is misschien wel de reden dat ze het hier nooit over hectaren maar alleen over decaren (een tiende deel van een hectare) hebben.

En door al dat opdelen kom je dus bij drie komma vier miljoen landeigenaren. 

Vlakbij de kippen op het terrein van Jordan en Duschka staat een kar. Met die kar, getrokken door een ezel, reden de ouders van Duschka naar hun stukje land. Toen Duschka's vader stierf ging het land naar haar moeder en toen die stierf ging het grootste deel naar Duschka en een kleiner deel naar Kemalia. Jordan, de buurman heeft geen grond. Jordan komt uit Macedonie, dat is weer een heel ander en erg veel ingewikkelder verhaal.

Het kantoor van de coƶperatie is in het gemeentehuis. Op de verdieping boven die van de gemeente. Misschien zegt dat iets. We vonden er Ani, de vrouw van burgemeester Gosho, zij regelt de vergoedingen voor de landeigenaren. Ze wist natuurlijk al dat we langs zouden komen. Kamelia had haar gebeld. En waarom zou Kamelia, die in Sofia woont niet het nummer van Ani kennen? Het blijft tenslotte wel een dorp.  

We kregen het geld in twee enveloppen. En we vonden de bedragen niet echt tegenvallen. Niet dat het nu heel veel was maar toch, het vult de armzalige pensioenen hier leuk aan. We vroegen hoeveel land de buren nu precies hadden. Ani deed niet aan een wet op de privacy. Kamelia had net iets meer dan een hectare, Duschka meer dan drie. Ani zocht dat op in een dikke map vol met namen en bedragen. Het leek erop alsof heel palamartsa in die map zat. Ani had grond en burgemeester Gosho ook, hij had wel 4 decaren. Daar moesten we, vlugge integreerders als we zijn meteen erg hard om lachen.

Over de hoeveelheid grond die je hebt, over wat daarop verbouwd wordt, hoeveel dat dan weer opbrengt. Er wordt hartgrondig over geroddeld. En misschien verklaart dat enorme aantal mensen dat landbouwgrond heeft ook wel een heel klein iets van het verbonden zijn met het land, het trots zijn op het land, de hang naar vroeger, het eeuwige volksdansen, ik weet het niet. Niet helemaal zeker in ieder geval.