woensdag 28 december 2022

"Klonk"/ Ne klonk


We wilden naar Razgrad. Die stad ligt op een klein uur rijden. We kennen er een heel goede dierenarts en een uitgestorven opgraving. Maar er zou een vrij enorm monument zijn dat op de lijst van "25 most impressive communist monuments" staat en ik was wel weer toe aan iets enorms en onbegrijpelijks. 

Maar voor de deur nog deed de auto "klonk" en meer niet. Nu bonkte de auto al een tijdje op onverwachte momenten dus helemaal onverwacht was de onbeweeglijkheid niet maar, tja, daar stonden we dan, op een veldje, in een dorp waar wel iemand is die aan auto's sleutelt maar die drinkt enorm en heeft ook nog een buitenmodel enorme en valse hond aan een ketting. 

Het eerste Bulgaarse woord dat ik in één oogopslag herkende was, (fonetisch) avtomivka. Dat is een autowasplek. Daarna had ik woordbeeld bij avtocentur, een garage en bij avtotjastie, een winkel met onderdelen van auto's. Waarom al die woorden met avto beginnen terwijl het Bulgaarse woord voor auto kola is ontgaat me nog steeds maar ooit kom ik er achter. Maar, daar gaat het niet om. In Popovo (stad in de buurt, 15.000 inwoners) zijn talloze avtocenturs en even zo talloos veel avtotjastie's. Het lijkt alsof er permanent aan de helft van alle auto's wordt gesleuteld. In avtocenturs of gewoon voor het huis. De meeste auto's zijn (stok)oud en de staat van de wegen helpt ook niet echt.

Onze auto, een twintig jaar oude Volvo past dus prima in het gangbare autobeeld. Maar van die constatering gaat een auto ook niet rijden.

Taal is alles, en het gebrek aan taal ook. Annet en ik redden ons best in winkels of eenvoudige gesprekken maar om nu een garage in Popovo te bellen en hen zover te krijgen dat ze de auto komen halen, dat is nog wel een paar lessen verder. 

Onze vriendelijke buurman Jordan, die ook een hard klonkende auto heeft was nergens te bekennen maar, net toen we op weg gingen naar de burgemeester die vast zou willen bellen dachten we aan Simeon. Simeon klust aan een huis tegenover ons. En omdat de eigenaren van dat huis Engels zijn heeft hij zelf ook wat van die taal opgepikt. Simeon wilde best bellen, we kenden een wat smoezelige garage met vriendelijke mensen dus die werd het (we kennen ook een blinkend moderne garage maar de mensen zijn niet aardige dus die slaan we over). Na een tijdje, waarin iedereen met iedereen belde werd duidelijk dat er een sleepwagen of hoe dat hier heet, waarschijnlijk iets met avto, zou komen. 

De meneer van de sleepwagen had een stereotiep trainingspak aan en zag eruit alsof hij daar ook in sliep. Maar, hij had er zin in. De Volvo paste net, maar dan ook net op zijn auto. Annet ging mee naar de garage en werd daarna weer keurig door de sleepwagenmeneer thuis gebracht. Hij bleek ook een huis in het dorp te hebben, "Palamartsa gut!". Hij had een jaar in Duitsland gewerkt maar daar wonen, zonder vrouw en kinderen, nee, dat vond hij maar niets. 

De onderdelen zijn besteld. En de auto wordt gerepareerd. Het hele gedoe was een beetje een tegenvaller al was het ook wel weer erg mooi om te zien hoe dingen hier gaan. Rommelig, met veel heen en weer gebel maar het werkt. En als er iets tegenzit zijn er hier altijd wel mensen die je helpen. Dat is misschien overal zo maar we wonen nu eenmaal hier, en niet overal.

Hoe het verder ging.

"Nee, ze belden dinsdagmiddag al om te vertellen wat er aan de hand was en wat er gedaan moest worden. Wat? Nee, een goed Engels sprekende jongen die in de onderdelenwinkel werkt die weer bij de garage hoort. Garages hebben geen voorraad, onderdelen koop je in de onderdelenwinkel en dan zet de garage het onderdeel in de auto. Maar, donderdagmiddag werd er al gebeld dat het klaar was dus vanochtend reden we met onze vaste taxichauffeur naar Popovo. Sorry? Nee, elke taxichauffeur geeft je zijn kaartje en als je belt krijg je die ene chauffeur, niet een centrale. Maar deze meneer is vriendelijk, praat niet teveel en heeft jaren in Duitsland gewerkt dus spreken we een mengelmoes van Duits, Engels en kinderbulgaars. We betaalden bij de onderdelenwinkel en daar kregen we ook nog een kalender, een aansteker en een pen dus ik denk dat ze blij met ons waren ja. Maar, de Engels sprekende jongen bracht ons met zijn auto naar de garage. Ik zat nog wat te klunzen met de veiligheidsriem in zijn auto maar die hoefde niet om hoor, welnee. In de garage lieten ze de totaal verkruimelde aandrijfas zien en wat er over was van de schokbrekers. Niet veel nee. Zo blij als een kind met de kalender, de aansteker, de pen en de gerepareerde auto reden we daarna met Leftfield schallend op feeststerkte terug naar het net geasfalteerde dorp. Wat? Nee, ik denk dat het hebben van nieuwe schokbrekers mijn kijk op de staat van de Bulgaarse wegen totaal gaat veranderen. Goed, je stuitert door de gaten nog steeds van her naar der maar je voelt er nauwelijks meer iets van. Nee, nee joh, ik ga buiten zitten. Het is hier nog net niet warm genoeg om alleen maar een tshirt aan te hebben. Veel plezier met oud/nieuw. Nee, hier hoor je geen vuurwerk. Af en toe een knal maar dat is waarschijnlijk een jager. Ik ga denk ik met de nieuwe pen op nieuwe kalender schrijven. En voor de aansteker verzin ik ook nog wel iets".


dinsdag 20 december 2022

Vers asfalt!

"We krijgen nieuw asfalt! We krijgen nieuw asfalt!". Opgewonden roepend kwam Annet een maand of acht, negen geleden terug van het winkeltje. Een forse shovel was bezig de aangekoekte modder van de straat die door het centrum loopt te schrapen. Dat moest de aanloop naar nieuw asfalt zijn. Alleen gebeurde er na dat afschrapen helemaal niets meer. Tot vorige week. 

Ik was nooit een fan van asfalt. Hoe minder asfalt hoe beter. Tot ik in Bulgarije ging wonen. Wat weken terug kwamen we Vladimir tegen, een Bulgaar die lang in Nederland had gewerkt. Al vlug waren we het erover eens dat als er iets goed was aan Nederland dat de wegen waren. De enkele snelweg die hier is is best redelijk maar alles van een lagere rangorde, het is een ramp. Hoe onbelangrijker de weg hoe groter de noodzaak van een four wheel drive. En wij hebben een oude Volvo van twintig haar oud. Alles schudt, alles rammelt en kraakt. Annet slingert vaak van links naar rechts en dan maar weer naar links over sommige wegen. Soms zijn er meer gaten dan asfalt.

Over asfalt is ook altijd wel wat te doen hier. Er is de Hemus snelweg, die loopt van Sofia naar Varna. Of beter, men is in 1974 aan die snelweg begonnen en het ding is bij lange na nog niet klaar. Vorig jaar stortte er zelfs nog een deel in dat net was afgekomen. 

Voor ons huis, daar komt nooit asfalt, dat blijft een stenig modderding. Maar door het "centrum", daar loopt een gatenkaas asfaltweg en elke keer lijken de gaten zich vermeerderd te hebben. Scheldend rijdt Annet er een paar keer per week overheen. Niet te hard, zeker niet als het geregend heeft want je weet nooit hoe diep een gat is. 

Maar nu, nu wordt die weg echt opnieuw geasfalteerd. Grote machines hebben het pokdalige asfalt dat er nog lag al verwijderd. Afgelopen zondag vertelde Gosho, de burgemeester dat het zeven (!) jaar van praten, klagen en brieven schrijven heeft geduurd voor iemand, ergens een goedkeurend vinkje zette. Vrolijk keek hij tijdens het vertellen naar de werkzaamheden. 

Vers asfalt. We durfden er eigenlijk al niet meer op te hopen. Maar het komt. Al woon ik hier alweer lang genoeg om me te beseffen dat afschrapen niet hetzelfde is als asfalteren. Dat zijn andere machines, en die zijn nog nergens gesignaleerd.

dinsdag 13 december 2022

Schilderijen, eindelijk!

Opgetogen liep ik op een zaterdagochtend tegen 11 uur naar de deur van de Nikola Marinov galerie. Maar hoe ik ook aan de deur rammelde, open ging die niet. 

Wanneer je bij de Google reviews van bezienswaardigheden in Bulgarije kijkt is de kans groot dat daartussen wat schuimend van woede getikte zinnen staan waarin iemand vertelt hoe er grote afstanden zijn gereden om dan bij aankomst te merken dat iets gesloten was. Vooral op feestdagen en in het weekeinde zijn dingen hier nogal eens dicht. 

De tweede keer dat Annet en ik naar de Nikola Marinov galerie, of eigenlijk museum in Targovishte gingen, op een grijs grauwe doordeweekse dag ging de deur wel open. Een vriendelijke meneer die zijn best deed om Engels te spreken deed zelfs het licht voor ons aan.

Over Bulgaarse kunst weet ik weinig tot niets. Goed, Christo kwam uit Bulgarije, maar verder, nee. Waarschijnlijk zijn er in Sofia of andere grote steden wel plekken waar je naar kunst kunt kijken maar hier, in het noord oosten, alweer nee. In de anderhalf jaar dat we hier nu wonen zagen we wel eens een schilderij. Maar vaak stond daar een generaal of een veldslag op en hing het in iets dat over de geschiedenis van dit land ging. 

De vriendelijke meneer liet ons eerst een zaal zien met werk van, als ik het goed begreep een hele familie die kunst maakte. Het was er vooral botverkleumend koud. Omdat het enige moeite had gekost om het mueseum binnen te komen deed ik extra mijn best bij het kijken maar ook die extra inspanning maakte de schilderijen niet beter. Landschapjes in scherpe kleuren, een boom, een schaap. Gut. Er hingen wat pentekeningen die wel mooi waren maar verder dreigde het toch een teleurstellend bezoek te worden. 

Net toen we wat bedremmeld af wilde druipen  vertelde de vriendelijke meneer, die bij zijn verhaal werd geholpen door een mevrouw met Google Translate op de telefoon dat er nog meer te zien was. Op weg naar dat nog meer struikelde ik over een elektriciteitssnoer dat aan een wiebelende kerstboom vastzat maar gelukkig viel die niet echt helemaal om. 

In de andere zaal hingen de echte schilderijen. Van allemaal mensen van wie ik nog nooit gehoord had. Ik plak er hieronder wat plaatjes van. En ja, er hingen best veel dingen die ik maar omschrijf als BKR meuk maar, toch, ik werd er vrolijk van. Want er hingen schilderijen. En soms best leuke zelfs. Dat was na al de folkloristische zang en dans van andere uitstapjes een verademing. En het museum was fijn. Hoewel we aandrongen hoefden we, nee echt niet, geen entree te betalen. De vriendelijke meneer was zichtbaar trots op wat er hing en hij gaf de indruk dat hij zelf ook wel eens over een elektriciteitssnoer struikelt. Er was verder geen enkele bezoeker en als het mooier weer wordt gaan we zeker nog eens. 



Milko Bozhkov Mijn dochter 1981


Petar Michev Madonna 43 1986



Vikhroni Popnedelev We houden van elkaar 1986


Ivan Dimov Stilte 1983

maandag 5 december 2022

Schengengrauw

Het is al dagen en dagen pestweer en Bulgarije mag ook al geen Schengenland worden. Tenminste, dat vindt Nederland als eenzaam in de woestijn roepend land. 

Nu gaat dit blog over het algemeen over poezen en warrige wandelingen maar, voor nu dan maar eens over iets serieus.

In Nederland zal er weinig wakker worden gelegen over het aangekondigde "Nee!" van Nederland in een Europese vergadering die deze week plaats gaat vinden. Hier is dat iets anders. Al gaat het toch ook weer anders dan verwacht.

Nederland zou tegen de toetreding van Bulgarije zijn omdat 1. de grensbewaking van Bulgarije niet op orde is (en dan krijg je meer immigranten, vroeger noemden we dat vaak vluchtelingen, die uiteindelijk in Nederland terecht gaan komen) en 2. Bulgarije een corrupt land is (waardoor mensen makkelijk iemand om kunnen kopen die hen over de grens zet/laat gaan).

De niet onomstreden president van Bulgarije, Rumen Radev viel vooral over het feit dat premier Rutte iets gezegd zou hebben dat neerkwam op "Je kunt voor 50 euro iemand huren die je de grens over brengt". Radev vindt dat beledigend, juist nu er de laatste weken een aantal politieagenten die aan de grens werken om het leven zijn gekomen. Ivan Geshev, de ook al niet onomstreden hoofd aanklager in Bulgarije wilde wel eens bewijs zien van die 50 euro. Andere politici vonden het besluit van Nederland hypocriet, cynisch en/of dubbelhartig. 

Nu lagen die reacties wel enigszins voor de hand. Veel opvallender, voor mij waren de reacties van Bulgaren onder de krantenartikelen waar ik bovenstaande in las. De overgrote meerderheid was het misschien niet eens met het Nederlandse "Nee" maar viel vooral de eigen politici aan. Samengevat stond er vaak "Jullie weten van de corruptie maar jullie doen er al jaren helemaal niets aan". 

Politiek wordt hier, nog veel meer dan in Nederland, met enorm wantrouwen bekeken. Bij parlementsverkiezingen komt vaak nog geen 50% van de kiezers opdagen. Politici zijn corrupt. Klaar. Nu is dat denk ik iets wat overal wel wordt geroepen maar ... weinig landen zullen een parlementslid hebben die op een sanctielijst van VS staat en toch steeds herkozen wordt (en vrijwel nooit in het parlement te vinden is). Met overheidsgeld dat naar wegenbouw ging werden hotels gebouwd en van een eu subsidie om toerisme te bevorderen lieten ambtenaren voor zichzelf luxe huizen bouwen en noemden dat een B&B. Je kunt natuurlijk met geen mogelijkheid een kamer in die B&B boeken. 

Maar, wat je verder ook over de corruptie hier zou kunnen zeggen, heel erg flauw is het Nederlandse "Nee" natuurlijk wel. Er zijn een aantal Europese controles geweest en die kwamen tot het besluit "toelaten tot Schengen". Het Europees parlement en de Europese commissie vinden dat Bulgarije tot Schengen kan worden toegelaten. Het Nederlandse "Nee" komt daardoor wel erg over als een "Nee" voor de binnenlandse bühne, "kijk ons eens flink streng zijn". Blijkbaar zijn er Europese regels waar Bulgarije aan voldaan heeft maar heeft Nederland nog een aantal privé regels. Dat komt toch een beetje over als iemand door een hoepel laten springen en als dat gelukt is plots weer een nieuwe hoepel tevoorschijn toveren. En dan weer één. Je kunt, denk ik niet iemand eindeloos door hoepels laten springen. Of je moet accepteren dat iemand dan een heel andere kant op gaat springen.

(linkjes naar Bulgaarse artikelen over Schengen zijn op aanvraag beschikbaar. Ik kan natuurlijk hier allemaal linkjes gaan zitten plakken maar laten we eerlijk zijn, na twee artikelen in het cyrillisch haakt iedereen af) 

 




woensdag 30 november 2022

Toen & nu #poezenupdate

Buiten regent het nog steeds. Sinds juni deed het dat niet meer dus, regen is goed! Een tweede fonteinenblog, nu meteen al weer is misschien wel heel erg niche. Daarom een "hoe is het nu met ze?" tekstje. 


Lenie, zus van Gijs en moeder van Ollie. Toen Annet en ik hier anderhalf jaar geleden kwamen wonen waren Lenie en Gijs al een tijdje hun huis, en eten kwijt. Nicolai, hij woonde 2 huizen verder en zorgde voor hen was overleden en Lenie en Gijs moesten zichzelf redden. Lenie was mager maar redde zich wel. Waarschijnlijk ving ze de hele dag muizen. Dat doet ze nu nog. Al heeft ze nauwelijks meer honger. Ze vangt ze nu als cadeau voor Annet. Dan klinkt er van buiten weer een vervormd gemiauw en dan weten we het al. Lenie zit voor de deur met een muis of rat in haar bek. Lenie begrijpt niet waarom we haar niet als enige poes adopteren en de rest eruit gooien. Ze grauwt en snauwt naar Gijs, Ollie en Wim. Toch is het eigenlijk best een lief poesje. Ze zit het liefst op schoot bij Annet en kan dan kijken alsof ze best eens gezellig over een leuk breipatroon zou willen praten. 


Ollie, ooit Olga en nu steeds vaker Olie. Kind van Lenie. Werd door haar te vlug en ook nog eens bruut verstoten en heeft daar nog steeds last van. Slooft zich graag uit voor zijn moeder. Ollie werd geboren toen wij hier al woonden. De aanwezigheid van meer dan genoeg eten, aandacht en een droge slaapplek is voor hem daardoor vanzelfsprekend. Ollie is de ideale POES (met hoofdletters inderdaad). Ollie is altijd vrolijk, springt, holt en buitelt. Als hij honger heeft komt hij hier naar toe en dan krijgt alles en iedereen een kopje ("O wat een lieve tafelpoot, stoel, kachel, etensbak, waterfles, mens"), als hij klaar is met eten gaat hij slapen, klaar. Probleemloze poes die het met iedereen goed kan vinden. En dat is met alle fratsen en handleidingen van de rest wel een uitkomst eigenlijk. Was heel klein en wordt nu echt erg groot, niet dik, groot. 


Wim, geen familie van de andere poezen. Kind van Lies (Lies komt nog steeds een paar maal per dag eten halen maar laat zich nog steeds niet aaien). Wim liep vroeger vaak met Lies mee en besloot toen dat hij net zo goed hier kon blijven. Hij zat toen dagen schuw onder een tafel die buiten stond. Langzaam maar zeker heeft hij zich naar binnen gemanoeuvreerd. Hij kan het redelijk met Ollie vinden maar bekijkt Lenie en Gijs met groot wantrouwen. Hij kan uiterst zielig en klagelijk miauwen als één van die twee te lang naar hem kijkt maar in plaats van weglopen gaat hij strak terug zitten staren. Gek wordt je er van. Wim is nog steeds schuwerig en bang maar Annet en ik hopen dat het ooit goed komt. Hij heeft het ondertussen wel voor elkaar om 's nachts op ons bed te slapen. Of eigenlijk ligt hij zo'n beetje op het hoofd van Annet. 


Gijs, broer van Lenie. Gijs was op een haar na dood toen we hier aankwamen. Hij heeft een niet goed werkende voorpoot en hij loenst. Allemaal dingen die niet helpen als je in Bulgarije als poes opeens je eigen eten bij elkaar moet scharrelen. Maar kijk hem nu eens prachtig zitten zijn! Hoewel hij dwangmatig altijd buiten wil zijn is het eigenlijk een lekkere onbenullige wollebollerige binnenpoes. Ooit was hij bang voor alles en nu loopt, schommelt en rent hij vrolijk en onbezorgd achter een blaadje aan door zijn eigen tuin. Want zo ziet hij de tuin, en het huis, als iets waar hij hoort. Gijs vindt weinig dingen leuker dan zich verstoppen achter een heel dunne grasspriet om daarna bovenop een andere poes te springen. Vooral Wim ziet daar de humor echt niet van in. Ergens, vaak zo tegen acht uur in de avond springt hij op schoot. Hij ligt dan vaak op zijn rug, met zijn pootjes in de lucht en als ik hem als wij naar bed willen wakker maak gaapt hij en rekt zich eens lekker uit. Je ziet hem dan "Zo, dat was fijn, nu ga ik eens goed slapen" denken.