maandag 10 mei 2021

Weg

Er is wel een bibliotheek, maar daar werkt al iemand. Ze schrijft de boeken die uitgeleend worden in een groot, dik boek. Denk ik. Maar ze spreekt geen Engels dus ik weet het niet zeker. De collectie is een zooitje. Schots en scheef leunen de door het klimaat aangetaste boeken tegen elkaar aan. 

Ik denk dat het vijf of zes jaar geleden ongeveer zo ging. We waren daar. Ik las een boek op de veranda, Annet keek uit over de tuin/boomgaard. Ze zei waarschijnlijk iets als "Maar we zouden hier natuurlijk ook gewoon kunnen gaan wonen". Ik zal even hebben opgekeken en iets gezegd hebben als "Ja, dat is misschien best een goed idee". Veel meer zal het niet geweest zijn.

En nu gaan we dus een tijdlang in Bulgarije wonen. 

Er zijn mensen die in het buitenland gaan wonen en onmiddellijk dat nieuwe land als "beter" op gaan hemelen. Die mensen zijn overduidelijk nog nooit in Bulgarije geweest. Het land is corrupt, arm en de meeste mensen die er iets kunnen proberen ergens anders in de EU een beter leven te krijgen. En ik snap dat.

Maar het is er stil. Je hoort wel eens motorzaag of blaffende honden. En als de avond valt hoor je de jakhalzen één heuvel verder. En er is heel veel "buiten". Er is zoveel "buiten" dat je er vrijwel altijd de weg in kwijt raakt. Daar kan ik erg vrolijk van worden, van de weg kwijt raken.

Maar nee, Bulgarije is verre van "beter". Ik denk dat het meer gaat om het "anders" zijn van het land. De buurman links bijvoorbeeld beweegt zijn hoofd op en neer als hij "ja" zegt. Maar de buurvrouw rechts schudt haar hoofd voor datzelfde "ja" van links naar rechts. En ze doen het alle twee goed.

Annet en ik zouden moeiteloos in Nederland kunnen blijven wonen. Ik koop dan nog veel meer boeken, we gaan naar nog veel meer concerten, doen wat rare vakanties. Heel fijn. Maar echt wezenlijk iets anders meemaken, dat zie ik niet gebeuren. En dat lijkt ons wel een aantrekkelijk idee, iets anders. Nu weer hier toch zijn. Hoe leuk we dat nog vinden als we chronisch ingesneeuwd raken, dat weet ik natuurlijk ook niet. 

Dus gaan we verhuizen, naar een land zonder Paradiso of Bimhuis, waar de dichtstbijzijnde boekwinkel op een uur rijden is (o, wacht, dat is nu eigenlijk ook al zo). Naar een land met bloedwarme zomers en ernstig ondergesneeuwde winters, waar de stroom met regelmaat uitvalt en er ook niet altijd water uit de kraan komt. Naar een land waar, in Sofia één galerie is met moderne kunst. Er is dus geen Stedelijk waar je even vlug binnenloopt om te zien of ze nu eindelijk dat andere schilderij van Willem de Kooning dat ze hebben al eens hebben opgehangen.

Maar op een uurtje lopen van Palamartsa, het dorp waar we gaan wonen staat een Thracische graftombe in een weiland. Het ding wordt tegen het weer beschermd door een vehikel van roestige ijzeren platen. Het zou ook een instortende schuur kunnen zijn. Bij de tombe zelf staat een uitlegbord, met daarop een lang EU subsidienummer. Het bord begint al aardig weg te bleken. Maar dat geeft niet, want er gaat slechts hoogst zelden iemand kijken.

Het enige bibliothekerige dat een beetje goed geregeld is zijn de "Bibliotheek die kant op" bordjes. Die glimmen je tegemoet. Maar die zijn dan ook in negentienhonderdvoud in 2016 door Bill en Melinda aan de landelijke bibliotheekorganisatie geschonken. Volg die bordjes, sla linksaf bij de eerste vuilcontainer. Wel voorzichtig rijden, het is veel meer het idee van een weg dan een echte weg. Een helblauwe poort. Er is geen bel maar als je hard klopt doen we vast open, als we tenminste niet ergens verdwaald zijn. 






maandag 3 mei 2021

Uitgaande post

Den Helder 20/04/2021

Beste Ron*,

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat ik je voor het eerst vertelde over mijn voorgenomen vertrek bij de Bibliotheek Langedijk. En eigenlijk is het ook een echte eeuwigheid geleden. Dat hele ontslag nemen begon zo langzamerhand een beetje op “Wachten op Godot” te lijken. Al weet ik dat niet zeker, ik heb zoals zoveel mensen dat toneelstuk nooit gezien of gelezen.

Ik werk al een eeuwigheid (weer dat woord) bij de Bibliotheek Langedijk. Zolang al dat ik me eigenlijk niet meer kan herinneren hoe je dat doet, een ontslagbrief schrijven. Hoe zeg je het precies? Wat voor woorden horen er in te staan? Ik doe een poging.

Hierbij laat ik je weten dat ik vanaf 1 juli van dit jaar, 2021 niet meer in dienst wil zijn van de Bibliotheek Langedijk. Dat klinkt een beetje raar. Zou je me willen ontslaan per 1 juli 2021? Mag ik na meer dan 20 jaar eindelijk weg per 1 juli 2021?

Zoiets. Al blijft het raar. 

Maar na 30 juni kom ik dus echt niet meer.

Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik me al die jaren altijd kostelijk vermaakt heb. Werk is soms gewoon niet leuk. Al is dat dan ook weer helemaal niet erg. Maar, heel vaak was het wel leuk, of boeiend, of spannend. Of een ander woord naar keuze. Er is in al die jaren erg veel gebeurd. Maar dat ga ik niet allemaal opschrijven. Daar gaat deze brief tenslotte niet over. 

Ik zie je natuurlijk nog voor ik echt vertrek maar ik wil hier toch ook dankjewel tegen jou en de rest van het bestuur zeggen. Zo leuk, of makkelijk moet het niet zijn om in het bestuur te zitten van een instelling die zo om de paar jaar weer eens aan de afbrokkelende rand van de subsidieafgrond staat. Bedankt dus dat jij, jullie nooit hard bent/zijn weggehold. Jij verder ook erg bedankt voor het vervullen van je rol, je taken als voorzitter. Maar vooral ook om de manier waarop. Met als dat kon (en ook als het niet kon) een luide lach. Dat is belangrijk, luid lachen.

Ron, het was een mooie tijd. Maar het is ook een keer genoeg.

groeten,

Ton

* Ron is Ron Vonk, voorzitter van het bestuur van de bibliotheek Langedijk. 

Dit is een aangepaste versie van de verstuurde brief. Ik ben zelden tevreden met hoe ik iets opschrijf. Nu dus ook niet. Maar de toon en inhoud zijn ongeveer hetzelfde als in de verstuurde brief. 

maandag 19 april 2021

Mika, die om een hoekje kijkt

Meestal is het zo rond kwart voor negen 's avonds. Ik lees een boek in de wat verschoten Gispen stoel en plots voel ik hem onder mijn benen door lopen. Hij staat dan voor de bank en strekt zijn linker pootje uit. Krabt niet aan de bank, hij wrijft er meer tegen. Het signaal is duidelijk, er dient geknuffeld te worden. Eerst was het signaal alleen voor Annet bedoeld, die zit tenslotte op de bank. Maar de laatste maanden blijft hij nog even wachten, soms met zijn staart tegen mijn been. Een knuffel door twee personen is het geworden.

Maar de tijdsvorm klopt niet. Niet meer.

Een poes heeft misschien geen meeslepend of trillend spannend leven. Ik gebruik trouwens liever het woord poes dan kat. Dat laatste woord is te kort, het klinkt te hard voor zoveel pluizige zachtheid. Misschien is het dus geen groots leven. Maar het vult wel alle hoeken, kieren en gaatjes in het leven van de mensen die bij hem wonen.

Voor ik Mika kende leefde hij in een dorpje aan de IJssel. Daar liet Annet hem 's avonds uit en verdween hij in tuinen en over schuttingen. En dan stond zij daar, in het donker te wachten in een stille straat, voor een netjes geverfde schutting.

De eerste keer dat Mika mij zag dook hij onmiddellijk in een ruimte achter het keukenblok. Pas 's nachts kwam hij daar achter vandaan om mij zorgvuldig af te snuffelen. Wat weken later bracht hij me muizen die hij onder mijn stoel legde. Dat ik die muizen vervolgens terug het bos in gooide deerde hem niet. Ik moest nog veel leren dacht hij waarschijnlijk.

Mika kon hier, in het trappenhuis van de flat urenlang naar muis zitten kijken. Hoe vaak ik hem ook uitlegde dat er geen muis was, hij hield vol. En had gelijk. Hij at zijn brokjes op een tafeltje in de keuken. Toen hij daar niet meer echt makkelijk op kon springen hebben we er een stoel bij gezet. Er staat ook een stoel in de douche, hij lag daar graag op een kussen op de droger. 

Sommige poezen hebben een "Hier ben ik!" uitstraling. Mika bekeek de dingen liever eerst zeer zorgvuldig en om een hoekje kijkend. Het duurde lang voor hij, als er mensen waren de moed op kon brengen om de kamer in te komen. Hij had dan een soort van "Sorry dat ik stoor en leuk dat jullie er zijn hoor maar het is eigenlijk best tijd voor mijn vis" uitstraling.

Soms kwam de mensenschuwe buurman van hier tegenover Mika tegen in het trappenhuis. Tegen mensen zei de man niet of nauwelijks is. Maar als je geluk had kon je hem "Dag Poes" horen zeggen en dan aaide hij Mika over zijn hoofd. 

Ik kan eindeloos veel zinnen doorgaan over hoe Snuf niet van jazz hield maar heerlijk kon dutten op reggae. Over hoe hij Annet en mij kon dirigeren met alleen maar zijn staart. Over hoe aanwezig een toch heel stille poes is. Over hoe vrolijk hij aan kwam rennen wanneer er ....

Maar er zijn teveel hoeken, kieren en gaatjes die hij vulde. Die kun je nooit allemaal beschrijven. En mis je er één, dan is het beeld al niet meer helemaal compleet. Dan klopt het niet, dan mis je iets. En je mag niets missen. 

Op de vroege ochtend van de dag waarvan we al dagen wisten dat het zijn laatste zou zijn zwom er onderaan de dijk hierachter, heel vlakbij de kust een zeehond. Hij hing een tijd stil in het water en we hebben elkaar een lange tijd aangekeken. Daarna zwom hij weg. En ik hoop maar dat dat kijken iets betekende. 

Mika, Poes, Snuf, Monk werd op een maand na zestien. En hoewel hij nooit ouder zal worden zal hij altijd ergens om een hoekje blijven kijken. 


 


donderdag 2 januari 2020

Spooky


En even dacht ik dat de beginnende dementie in de afgelopen dagen plots was doorgewoekerd. Ze keek ons half onbegrijpend aan en zei na een tijdje zachtjes "Ik heb Spooky niet".

"Maar ik wil heel graag een nieuwe hoor".

We kenden mevrouw de V. niet. Maar omdat Annet reageerde op een oproep waarmee werd gezocht naar mensen die 's avonds een hondje uit wilden laten leerden we haar kennen. Nou ja, een heel klein beetje dan. Haar beginnende dementie zorgde ervoor dat ze een aantal zinnen vaak uitsprak maar niet meer kon komen bij heel veel andere.

"Want ik vind het heel gezellig, daarom wil ik graag een nieuwe".

Mevrouw de V. woont in zo'n goedbedoeld complex. In een deel kun je wonen als je op leeftijd raakt, in een ander deel als je daarbij ook verzorging nodig hebt. Wanneer we er 's avonds kwamen waren de gangen uitgestorven. Zo uitgestorven dat zelfs de stilte voor zichzelf op de loop ging. Wanneer ze haar deur opendeed zat haar veertienjarige hondje op de bank, of op een stoel voor zichzelf. Ze zocht dan naar zijn halsband en terwijl ze dat deed vertelde ze dat ze het, nu het donker was te eng vond om Spooky zelf uit te laten, "Ik kijk dan de hele tijd achterom en dan ben ik bang dat ik val".

"Maar ik hoop echt dat ik nog een nieuwe mag".

Van Spooky zelf hoefde dat hele uitlaten eigenlijk niet zo. Hij zat met zijn te dikke buikje liever op de bank nieuwsgierig rond te kijken. Zijn staartje kwispelde weliswaar vrolijk als we binnenkwamen maar dat werd minder als de riem, na flink wat zoeken tevoorschijn kwam. Spooky zag alles buiten de kamer als de buitenwereld, ook de lift. Na twee keer namen we standaard maar een dweil mee. Hondenplas in een lift, het gaat toch ruiken.

"Het is zo veel gezelliger als ik nog een nieuwe zou mogen".

"Kom maar mee, want ik weet het allemaal niet zo goed".  Mevrouw de V. bracht ons naar de gezamenlijk huiskamer waar een mevrouw die in het complex werkte iets aan het doen was. De mevrouw van het complex vertelde dat Spooky dood was, dat ze hem met oud & nieuw wilde uitlaten, hem achter de deur had gevonden, dat hij misschien geschrokken was van al het vuurwerk dat al werd afgestoken. Nou ja, zoiets, echt heel goed volgen kon ik het niet omdat mevrouw de V. het verhaal steeds onderbrak met benadrukte zinnen over dat ze Spooky miste en graag een nieuw hondje wilde. De mevrouw van het complex reageerde hierop met professioneel geformuleerde niets afwijzende maar zeker ook niets toezeggende van uitstel komt waarschijnlijk afstel opschuifzinnen.

Nadat we afscheid hadden genomen van mevrouw de V. liep ze langzaam terug naar haar kamer. Voor ze ging zei ze nog een keer dat ze hoopte dat ze nog een nieuw hondje zou mogen. Wij beloofden, tegen waarschijnlijk beter weten in dat we die dan weer uit zouden komen laten.

Toen we wegliepen waren de gangen leeg.
In de lift lag geen hondenplas.












maandag 15 juli 2019

Met je feestje


Of wij hier ook maar één dag waren vroeg ze terwijl ze haar sigaret aanstak. Toen de Leukste Vrouw ter Wereld vertelde dat dit voor ons al dag drie was vroeg ze of dat leuker was, drie dagen op het festival.

En dat was het moment om het te hebben over de vreselijke, te drukke drukte. Dat de lol van het North Sea Jazz Festvival toch het zomaar een zaaltje binnenlopen en iets helemaal nieuws horen was. En dat dat niet meer kon. Dat wanneer je iets wilde zien je eigenlijk al bij de band daarvoor naar binnen moest zien te komen om daarna naar het afbreken, opbouwen en soundchecken te kijken.

Maar dat het ook heel mooi was om te kijken hoe John Betsch, een drummer van dik in de zeventig die net in een ovenheet zaaltje had gespeeld zijn bekkens in grote hoezen probeerde te krijgen. En dat dat niet opschoot. En dat er toen ook nog een kennis van jaren terug het podiumpje op slofte. Iemand van de organisatie begon gejaagd de noodzaak van haast te benadrukken. En hoe de drummer die zeker twee generaties jonger was en die na Betsch moest spelen het glimlachend aankeek en naar de organisatiemeneer gebaarde van "rustig, laat ze toch lekker praten."

Of over Eva Mendoza, gitariste die van de geluidsmeneer de vraag kreeg toegeworpen of ze ook solo's speelde. Haar korte, verpletterde blik gevolgd door een binnensmonds "Ach man, ^&%$*()@#!" was mooi. Nog mooier was de puntige herrie die ze uit haar instrument kreeg tijdens het alles verzengende orkaangeluid van het James Branford Lewis quintet.

Hoe Kamasi Washington, voortgestuwd door de hype een enorme hal met publiek wist te vullen om die vervolgens voor de helft weer leeg te blazen met zijn deze keer wat slordige space jazz. Of over de Duitse meneer die naast me zat tijdens het eerste optreden op vrijdagmiddag en die toen al meteen, terwijl er luid werd gespeeld in slaap viel. Of over hoe opgetogen blij Sly5thAve keek toen het publiek zo enthousiast reageerde op zijn bewerkingen van het werk van dr. Dre voor orkest.

En het was het moment om het eens uitvoerig te hebben over dat gezeur over feestjes waar, volgens kranten schijnbaar iedereen in volgepakte hallen naar op zoek was. En dat het allemaal veel te druk en te commercieel wordt, dat Joe Jackson en al helemaal Toto echt niets te zoeken hebben op een jazzfestival. Met je feestje.

Maar wij stonden net bij te komen van het indrukwekkend prachtige optreden van trompetist Ambrose Akinmusire die met een spoken word mevrouw en een strijkkwartet een uur en een kwartier liet lijken op maar tien minuten, het mooiste optreden van het jaar.

Dus hadden we al die dingen die hierboven staan kunnen zeggen. Maar het was mij in ieder geval allemaal ontschoten. We kletsten vriendelijk wat heen en weer en adviseerden haar om de volgende keer toch echt drie dagen te gaan. Want dat het dan pas echt wordt. Ze wensten ons nog een prettige avond. Wij gingen daarna naar huis. Als iets heel prachtig is geweest moet je het daarbij laten.